Twaalf procent gezinsuitgaven gaat naar vervoer

Gemiddeld twaalf procent van het geld dat Belgische gezinnen in 2012 hebben uitgegeven, werd besteed aan vervoer. Dat blijkt maandag uit een analyse van het Federaal Planbureau en de federale overheidsdienst (FOD) Mobiliteit en Transport.

Transport is daarmee de vierde belangrijkste uitgavenpost van de gezinnen in België. Enkel aan huisvesting (24,3 procent), voeding (13,6 procent) en diverse goederen en diensten (12,4 procent) werd in 2012 nog meer geld uitgegeven.

De kosten die verbonden zijn aan het gebruik van persoonlijke voertuigen - zoals de kosten voor het onderhoud en de brandstof - maken gemiddeld bijna twee derde (64,7 procent) uit van het vervoersbudget. Op de tweede stek volgt de aankoop van een voertuig (26,2 procent).

Opvallende conclusie uit het onderzoek is ook dat het openbaar vervoer slechts 1,1 procent van de totale gezinsuitgaven uitmaakt. Daardoor neemt het openbaar vervoer maar een relatief kleine hap uit het budget van de Belgische gezinnen. In buurlanden als Nederland (2 procent), Frankrijk (2,3 procent) en Duitsland (2,7 procent) ligt dat aandeel duidelijk hoger.

"Nochtans bevindt het gebruik van het openbaar vervoer zich in België wel op een hoog niveau", stelt Thomas De Spiegelaere, woordvoerder van de FOD Mobiliteit. "Vooral voor het woon-werkverkeer wordt de trein in België vaker gebruikt dan in de buurlanden", zegt hij. "Maar heel veel pendelaars betalen slechts een fractie van de kost zelf, bijvoorbeeld omdat ze een tegemoetkoming krijgen van de werkgever. In andere landen bestaan ook wel dergelijke systemen, maar slechts in mindere mate". 

Meer nieuws