Viktor Orban opnieuw grote winnaar van de verkiezingen

De Hongaarse premier Viktor Orban kon zich voor de derde keer uitroepen tot overwinnaar van de parlementsverkiezingen. "Alle twijfels en zorgen zijn van de baan. Wij hebben gewonnen", zei hij voor duizenden aanhangers in Boedapest.

Zoals verwacht, kwam de rechtse Fidesz-partij van de premier Viktor Orban als winnaar uit de bus. Fidesz kreeg, met zijn kleine christendemocratische bondgenoot, 44,8 procent van de stemmen. Daarmee haalt de partij 133 van de 199 zetels in het parlement binnen. "De Hongaren hebben bevestigd dat Hongarije bij de Europese Unie hoort, maar dit enkel en alleen met een sterke nationale regering", zegt Orban in zijn overwinningsspeech.

Op geruime afstand volgt de linkse coalitie, geleid door de socialistische partij, met 25,3 procent van de stemmen, goed voor 38 zetels. De extreemrechtse Jobbik-partij strandde op 20,9 procent met 23 zetels. De populariteitsstijging van 4 procent kon de ontgoocheling van leider Gabor Vona niet sussen, maar hun groei heeft wel verontwaardigde reacties uitgelokt. "De vooruitgang die Jobbik als neonazistische partij boekt, zou heel Europa moeten wakker schudden", zegt Moshe Kantor, voorzitter van het Europees Joods Congres. "Dit is een donkere dag voor Hongarije."

De hernieuwde tweederdemeerderheid lijkt een goedkeuring voor de controversiële hervormingen die Orban heeft doorgevoerd de afgelopen vier jaar. Zijn beleid, waarin de rol van de staat centraal staat, slaagde erin het begrotingstekort, de staatsschuld, de inflatie en zelfs de werkloosheid te verminderen. Een hoge prijs werd echter betaald door de privébedrijven, de bankensector en talrijke industrieën en diensten die stevige belastingen kregen voorgeschoteld.