Hoe werkt de notionele-intrestaftrek?

Hoe kunnen bedrijven de notionele-intrestaftrek gebruiken om minder belastingen te betalen? Hoe werkt het systeem?

Het woord “notioneel” bestaat eigenlijk niet in het Nederlands. Het is afgeleid van het Franse woord “notion” en verwijst naar interesten die denkbeeldig of fictief zijn. Met behulp van de notionele-intrestaftrek kunnen bedrijven een denkbeeldige of fictieve interest aftrekken van de bedrijfswinst. Het bedrag waarop belastingen verschuldigd zijn, wordt zo kleiner.

De notionele-intrestaftrek is dus een aftrekpost voor bedrijven. Het exacte percentage dat afgetrokken mag worden, is gekoppeld aan de rente op Belgische staatsobligaties op middellange of lange termijn.

Hoe werkt de notionele-intrestaftrek precies? In België moeten bedrijven een belasting van 33,99 procent betalen op de gemaakte winst. De notionele-intrestaftrek zorgt ervoor dat bedrijven ongeveer 3 procent van het eigen bedrijfsvermogen mogen aftrekken van die winst. Op het resulterende bedrag wordt dan de vennootschapsbelasting van 33,99 procent geheven.

0 euro belastingen voor bedrijf X

Bijvoorbeeld: bedrijf X maakt op één jaar tijd een winst van 500.000 euro. De vennootschapsbelasting in België voor winst vanaf 322.500 euro bedraagt 33,99 procent. Het bedrijf uit ons voorbeeld zou dus 169.950 euro moeten afstaan aan de belastingen.

Maar dankzij de notionele-intrestaftrek kan het bedrijf ongeveer 3 procent van het eigen vermogen in mindering brengen op de belastingaangifte. Als het eigen vermogen van het bedrijf 20 miljoen euro bedraagt, dan mag het bedrijf 600.000 euro aftrekken van de belastbare basis van 500.000 euro.

Dus: er wordt nu een vennootschapsbelasting geheven op 500.000 verminderd met 600.000. Gevolg: het bedrijf betaalt 0 euro belastingen.

Wat met die overige 100.000 euro?

Wat gebeurt er met de overblijvende 100.000 euro? In de oorspronkelijke vorm van de maatregel mocht de overblijvende interestaftrek van het voorgaande jaar nog gespreid over de volgende zeven jaar in mindering gebracht worden. In het bovenstaande voorbeeld zou het bedrijf dus de overblijvende 100.000 euro in mindering kunnen brengen op de aangifte van de volgende aanslagjaren.

Eind 2012 stelde de regering-Di Rupo I echter paal en perk aan de overdracht van notionele intresten. Het tarief van 3,425 procent werd bovendien geplafonneerd op 3 procent. Momenteel bedraagt het tarief nog net iets minder: 2,63 procent. Die daling is te wijten aan een daling van de rente op Belgische staatsobligaties op middellange en lange termijn.

lees ook