Vallen in de koers - Louis van Dievel

Ik was het niet van plan maar ik ga er toch mee beginnen, met een dienstmededeling: ik ben een wielerliefhebber, ik kan 1 op 4 gezichten uit het wielerpeloton een naam geven. Ik heb thuis een koersfiets van een goed merk, waarop ik helaas te weinig rijd. Als kleine jongen kon ik de uitslag van de Tour achterste voren opzeggen. Om maar te zeggen: de koers is mijn ding. Maar ik vind niet dat coureurs oudere dames van de sokken mogen rijden.

Op de openbare weg

Ook op hoogdagen van de wielersport, zoals op de dag van de Ronde van Vlaanderen, rijden coureurs over de openbare weg en hebben ze zich aan enkele regels te houden. Net zoals de would-be coureurs die op zondagen in grote kuddes over Vlaamse wegen snorren- van café A naar café B had ik bijna gezegd- zich aan de regels moeten houden, aan een pak meer zelfs dan hun professionele idolen. De voorrang van rechts, om maar iets te zeggen, of rode verkeerslichten.

De wielerprofs hebben daar geen last van. Profs mogen ook ongegeneerd afval weggooien en wildplassen, iets waar u en ik een GAS-boete voor krijgen. Ze rijden op wegen die speciaal voor hen worden vrijgemaakt en vrijgehouden. Smalle wegen soms. En omdat ze met veel zijn (te veel, zo wordt gezegd) en een fractie van een seconde niet goed opletten, of via hun oortjes opgejaagd worden door hun werkgever, haken ze in elkaar en vallen ze over elkaar. Pijn dat zoiets moet doen. Die smak tegen het asfalt, die schaafwonden, die pedaal in je ribbenkast. Ik sta er altijd versteld van dat gevallen coureurs toch ook weer overeind krabbelen, zich op een nieuwe fiets laten duwen en de koers uitrijden (meestal winnen ze wel niet). Chapeau, het zijn mannen van ijzer, die coureurs.

De koers heeft het publiek nodig

Maar soms zoeken ze het zelf. Coureurs mogen sinds dit jaar niet meer op het voetpad of het fietspad naast de rijweg rijden. Ik heb dit voorjaar nog niets anders gezien op tv. Alle middelen om een meter minder te moeten rijden, of een plaats op te schuiven zijn blijkbaar toegelaten. Maar op het fietspad of het voetpad (als aanwezig) staat het publiek. De koers heeft publiek nodig.

Geen saaier koers dan de ronde van Spanje, waar de deskundige uitleg van Michel Wuyts moet verdoezelen dat er geen hond langs de weg staat. Ook het publiek gedraagt zich soms als een bende onverlaten die een lobotomie hebben ondergaan. Zie de bergritten in de Tour of in de Giro. Man, man, man! Ik zou als coureur een peperspray meenemen in zo'n bergrit, of een taser waarmee je elektrische schokken uitdeelt. Of een megafoon, om ze mijn gedacht in hun bloemkooloren te toeteren.

Ook in de Vlaamse voorjaarskoersen zie je het publiek naar voren komen, de rijweg kleiner maken, als "de koers" in aankomst is. Ik zie ze soms  als idioten de straat overlopen, net voor (nou ja, dat is bedrieglijk met de telelens van de camera) het peloton eraan komt gestormd. Maar wat doe je eraan? Je kunt het parcours niet vol nadar zetten (met van die akelige uitstekende steunpootjes).

Hindernissen op de weg

Maar dat neemt allemaal de verantwoordelijkheid van de coureurs niet weg. Coureurs moeten omheen rotondes rijden, niet dwars erdoor. Coureurs moeten geen hoeken afsnijden, of achter reglementair geparkeerde wagens gaan rijden, of achter glascontainers of achter bloembakken. Daar komen ongelukken van.

Er liggen te veel rotondes en snelheidsremmers allerhande, zo wordt geklaagd, die maken de koers kapot. Pardon? Die wegen waarover het peloton rijdt zijn – ik herhaal het – openbare wegen. Die rotondes enz dienen om het verkeer minder moordend te maken, voor voetgangers en fietsers. Het hele jaar door. De “koers” gebruikt de weg maar één keer of enkele keren per jaar. De “koers” is een privé-organisatie met winstgevend oogmerk. Wat moet er dan doorwegen: het algemene of het private belang?

 

(Louis van Dievel is journalist bij VRT Nieuws en auteur.)

 

 

lees ook