Gezocht: werk, maar liefst niet te duur

Arbeid is te duur in ons land: het is een vaak gehoorde klacht, vooral bij de werkgevers. Volgens heel wat analisten zijn de hoge lasten op arbeid een van de belangrijkste oorzaken voor de hoge werkloosheid. Hoe kan het beter en wat hebben onze regeringen op dat vlak gerealiseerd?

De wereldeconomie zit al meer dan vijf jaar in een diepe crisis. De grootste economische crisis sinds de jaren 30 van de vorige eeuw vindt zijn oorsprong in de kredietcrisis van 2007 in de Verenigde Staten, die uitgroeide tot een ware financiële crisis, met een wereldwijde recessie tot gevolg. Op sociaaleconomisch vlak vertaalt zoiets zich in minder investeringen, minder werk en meer werkloosheid.

Ons land is extra kwetsbaar, met zijn diensteneconomie waarvoor de export erg belangrijk is. We moeten met andere woorden concurrentieel zijn, en volgens de economen schiet onze economie daar tekort. Zo is de loonkloof te groot: in 2012 lagen onze lonen volgens de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven gemiddeld 4,8 procent hoger dan die in onze drie belangrijkste buurlanden, en verwacht wordt dat die loonkostenhandicap dit jaar nog altijd 3,8 procent zal bedragen.

Zijn onze lonen dan te hoog? In vakbondskringen wordt gesteigerd bij dergelijke analyses. Ook elke suggestie dat de lonen het best niet meer aan de index van de consumptieprijzen kunnen worden gekoppeld, is voor de vakbonden onbespreekbaar. De werknemers hoeven het gelag niet te betalen van een crisis waarvoor zij niet verantwoordelijk zijn, luidt de argumentering dan.

Hoe dan ook is het probleem van de concurrentiekracht reëel, en ook de werkloosheidsgraad in ons land is te hoog: 8,5 procent vorig jaar. Volgens de Nationale Bank daalde de werkgelegenheid in 2013 gemiddeld met 11.000 eenheden over het jaar. "Dat betekent dat de situatie sterker is verslechterd dan op het hoogtepunt van de recessie in 2008 en 2009, onder meer wegens bedrijfsherstructureringen", zegt gouverneur Luc Coene.

Hoe schep je in 's hemelsnaam meer banen? Hoe maak je arbeid minder duur zonder de koopkracht van de werknemer al te zeer aan te tasten? De federale regering zocht naar antwoorden.

Een cocktail aan maatregelen

Eind 2012 kwamen de topministers van de regering-Di Rupo overeen dat de lonen in 2013 en 2014 niet boven de index en eventuele baremieke verhogingen mochten stijgen, uitgezonderd de minimumlonen. Op die manier heeft de federale regering de loonkloof tegenover de buurlanden inderdaad wat verkleind.

De automatische indexkoppeling is behouden gebleven. Op initiatief van de regering is de indexmeting wel veranderd. Zo wordt voortaan rekening gehouden met het prijseffect van de koopjes, waardoor het inflatieritme in de praktijk vertraagt. Dat heeft dan weer tot gevolg dat de lonen minder snel stijgen.

Anderzijds heeft Di Rupo I ook beslist dat de werkloosheidsuitkeringen sneller dalen als iemand lang werkloos is. Wie meer dan 2 jaar werkloos is, krijgt nu een lagere werkloosheidsuitkering. Er is een daling per kwartaal werkloosheid, tot aan een wettelijk bepaald minimum. Een beperking in de tijd van de uitkeringen is er niet gekomen, en de degressiviteit geldt evenmin voor wie 55 is of een loopbaan van meer dan 20 jaar heeft.

Het Netwerk tegen Armoede is niet tevreden met de nieuwe werkloosheidsreglementering en zegt dat mensen structureel in de armoede worden geduwd. En dat wordt bevestigd door cijfers van de Programmatorische Overheidsdienst (POD): in september vorig jaar waren er 98.427 leefloners, tegenover 80.489 in 2007.

Aan de andere kant heeft de federale regering ook iets gedaan aan de loonlasten: in 2013 en 2014 een vermindering voor een bedrag van 640 miljoen euro, plus nog eens voor een bedrag van 50 miljoen specifiek ten behoeve van de kmo's. Veel te weinig, zeggen critici. Anderzijds maakte de Vlaamse regering eind vorig jaar bekend dat ze zeven jaar lang een budget van 125 miljoen euro wil reserveren voor loonlastenverlaging, vanaf het moment dat Vlaanderen de nodige bevoegdheden krijgt.

De werkgevers willen nog verder gaan. Unizo-topman Karel Van Eetvelt denkt aan een loonlastenverlaging met 5 procent, goed voor 7 miljard euro. Ook de SP.A ziet in dat er een tandje zal moeten worden bijgestoken en heeft het over een loonlastenverlaging "voor minstens 2,5 miljard euro".

Niet te vroeg stoppen met werken

Een ander pijnpunt is het brugpensioen, een systeem dat in de jaren 70 is ontworpen om de jeugdwerkloosheid aan te pakken. Oudere werknemers die vervroegd uittreden en plaats maken voor jongeren, dat was de opzet. In ruil kregen de oudere werknemers een werkloosheidsvergoeding met een toeslag van de werkgever. In de loop der jaren zijn velen dat brugpensioen gaan beschouwen als een soort vervroegde uittreding en een verworven recht.

Het hoeft geen betoog dat zo'n systeem wel erg duur wordt voor de maatschappij. Vooral werkgeversorganisaties verkondigen dat dit echt niet meer kan, wegens te duur voor de sociale zekerheid. Ironisch genoeg nemen een aantal bedrijven maar al te gretig hun toevlucht tot het stelsel van het brugpensioen om werknemers te laten afvloeien bij een herstructureringsoperatie. Tijdens de onderhandelingen over zo'n herstructurering vinden ze vaak een objectieve bondgenoot in de vakbonden. Ford Genk, Arcelor Mittal, Agfa Gevaert, Caterpillar: het zijn maar enkele voorbeelden. Voor de betrokken werknemers en de werkgever een elegante oplossing, terwijl de factuur naar de gemeenschap wordt doorgeschoven.

De federale regering heeft paal en perk gesteld aan de brugpensioenen, die ze liever "werkloosheid met bedrijfstoeslag" noemt. De leeftijds- en beroepsloopbaanvereisten zijn verhoogd/verstrengd. Let ook op de accentverschuiving: "werkloos" impliceert dat de betrokkene ook effectief op zoek moet naar een nieuwe job.

U ziet het: een hele reeks maatregelen om de werkgelegenheid aan te zwengelen. Voor sommigen is het nog altijd ruim onvoldoende, maar het laatste jaar lijkt de economie toch weer enigszins aan te trekken. Komt er licht aan het einde van de tunnel?

lees ook