Licht aan het einde van de eurotunnel?

Er is opnieuw goed nieuws voor de eurozone, zelfs vanuit Griekenland en Portugal. De weg naar volledig herstel zal echter voor sommige eurolanden echter nog lang en moeilijk zijn, maar een er is tenminste sprake van een begin van wederopstanding.

Vorige week kon Griekenland voor het eerst sinds 2010 op middellange termijn geld lenen op de kapitaalmarkt. Er werd 3 miljard euro opgehaald tegen een redelijke rente van 4,95% op vijf jaar. Dat is heel wat minder dan de torenhoge rentes die Athene eerder de das omdeden. Bovendien lag de vraag acht keer hoger dan het aanbod.

Eén zwaluw maakt de lente niet, maar vrijdag trok het ratingkantoor Fitch dan weer het vooruitzicht voor Portugal op van "negatief" naar "positief". De rating van BB+ blijft wel behouden (nog altijd junk), maar in juni van dit jaar zou Portugal uit het 78 miljard euro dure hulpplan van de EU en het Internationaal Muntfonds stappen.

Het ochtendgloren na de donkere nacht is overigens al een tijdje bezig in euroland. Zo stapte Ierland eind vorig jaar uit het hulpplan van 85 miljard euro dat het in november 2010 had moeten schooien bij de EU en het IMF. Daarop trok Moody's de rating van Ierland op van Ba1 naar Baa3; in mensentaal wil dat zeggen dat Ierland opnieuw kredietwaardig is. Tegelijk verhoogde Moody's nog de rating van Griekenland van C naar Caa3, nog altijd rommel, maar wel minder erge rommel. Begin dit jaar werd een punt gezet achter het Europese steunplan van 41 miljard euro voor de Spaanse banken. 

De hoge rentes op staatspapier op 10 jaar van de zwakke eurolanden zijn de voorbije 12 maanden ook flink gedaald in Griekenland (van 11,3% naar 6%), Ierland (3,5% naar 2,95%), Portugal (6,3% naar 3,8%), Spanje (4,7% naar 3,2%) en Italië (4,3% naar 3,2%). Dat zijn betaalbare percentages, maar let op: bij de minste onrust kunnen die wel snel stijgen. (Bron: Bloomberg).

De weg terug naar boven is lang

Er is nog meer: sinds vorig jaar kruipt de eurozone uit een lange recessie. Ook de grote probleemlanden Spanje en Italië hebben met lichte groei een punt gezet achter hun dubbele recessie die hen al sinds 2008 bij de keel grijpt. De Europese Commissie verwacht vanaf dit en volgend jaar een erg geleidelijk herstel, zelfs bij zwakke broertjes als Griekenland en Portugal.

Voor u echter de flessen cava wil laten knallen, toch even wat bedenkingen. Zo komt die vooralsnog erg schuchtere groei na een periode van zware achteruitgang. De voorbije jaren is de Griekse economie met een kwart gekrompen, de werkloosheid is torenhoog en het aantal zelfmoorden ligt er dubbel zo hoog als drie jaar geleden.

De verwachte groeicijfers voor dit en volgend jaar in Italië (0,6 en 1,2%) Spanje (1 en 1,7%), Griekenland (0,6 en 2,9%) en Portugal (0,8 en 1,5%) betekenen eerder "niet verder wegzinken" tot "beperkt terugkrabbelen" en zijn vooralsnog te klein om de hoge werkloosheid echt terug te dringen. Bovendien is dat herstel volgens de Europese Commissie erg kwetsbaar voor eventueel nieuwe schokken in de internationale economie.

Zo is de plotse aantrekkingskracht van Grieks staatspapier van vorige week deels te verklaren door de erg lage rentes elders en omdat veel beleggers hun kapitaal wegtrekken uit kwakkelende groeilanden zoals Rusland, India, Brazilië en China. Een verdere groeidaling in die "emerging markets" zou de wereldeconomie en dus ook de Europese geen goed doen.

Werkloosheid blijft Achillespees

Vergeet ook niet dat dat prille herstel er gekomen is na zware besparingen en ingrepen in de staatshuishoudens die op hun beurt de economie onder druk hebben gezet en de werkloosheid de hoogte hebben ingejaagd.

Achter de werkloosheidscijfers in Griekenland (27,5%) en Spanje (25,6%) gaat een berg menselijke ellende en wanhoop schuil, zeker bij jongeren waarvan meer dan de helft in die landen geen uitzicht heeft op een baan. Dat leidt tot emigratie van hooggeschoolden en op termijn kan die "brain drain" dan weer het economisch herstel hypothekeren. In beide landen zou die werkloosheid zelfs bij nieuwe groei de volgende jaren slechts lichtjes dalen.

In Portugal (16,5% vorig jaar) en Italië (12,2%) zou de werkloosheid dit jaar zelfs nog stijgen en ten vroegste volgend jaar lichtjes beginnen afnemen. De dalende binnenlandse consumptie in die landen zal zeker geen echte stimulans voor hun economie zijn.

Meer uitvoer, stabielere banken en dito woningmarkt

Wat wel een stimulans kan zijn, tonen Spanje en in mindere mate Portugal, waar de arbeidskosten door de crisis fors gedaald zijn, waardoor die landen internationaal meer concurrentieel worden en meer uitvoeren. Niet toevallig verhuist Ford een van zijn belangrijkste autofabrieken van Genk naar de Spaanse stad Valencia, van waaruit een groot deel van de Europese markt bevoorraad zal worden.

Ook lijkt de Spaanse financiële sector nu gestabiliseerd door vele overnames en reorganisaties en vooral omdat de Spaanse banken hun "rommelkredieten" hebben kunnen dumpen in Sareb, de "bad bank" die de overheid in 2012 heeft opgericht.

Nog in verband daarmee lijkt de crisis op de Spaanse woningmarkt het dieptepunt bereikt te hebben. Niet dat de prijzen meteen gaan stijgen, maar wel stijgt het aantal aankopen in bepaalde segmenten, zeker nu de lage prijzen steeds meer buitenlanders aantrekken, vooral dan in de regio's Murcia en Valencia. Er wordt daar zelfs opnieuw gebouwd, zij het in veel bescheidener mate dan voor de crisis van 2008.

Het toerisme in Spanje -goed voor ruim 11% van het bbp- heeft vorig jaar met een recordaantal van 60 miljoen buitenlandse gasten een absoluut topjaar beleefd en het land is na Frankrijk en de VS het meest bezochte land. De lage prijzen spelen een rol, maar evenzeer de heisa in Turkije, Egypte en Tunesië.

Overheidsschuld blijft zwaar wegen

Een laatste parameter is die waar de eurocrisis uiteindelijk mee begonnen is: de uit de hand gelopen overheidsschuld van de probleemlanden.

In Ierland blijft dat percentage van de schuld tegenover het bbp volgens de Europese Commissie gestaag dalen van 122% vorig jaar tot 120% dit jaar en 119% volgend jaar; traag, maar zeker dus. In Portugal zou dat cijfer dalen van 129,4% vorig jaar tot 126,6% dit jaar en 125,8% volgend jaar. In Italië -een land met bijna 2.000 miljard euro schulden- zou de overheidsschuld dit jaar pieken op 133,7% van het bbp om daarna lichtjes te dalen. Veel wordt verwacht van de nieuwe premier Matteo Renzi die echte structurele hervormingen heeft beloofd.

Ondanks de kleine groei zou de schuld van Spanje blijven toenemen van 94,3% vorig jaar tot 103,3% in 2015. Niet schelden, want België zit ook al net boven de 100%. In Griekenland zou de schuldenberg geleidelijk dalen, maar daar ligt die nu nog op ruim 177% van het bbp. Daar is dus nog titanenwerk aan de winkel. Uitschieter is het kleine Cyprus waar de schuld zou blijven stijgen tot 125% van het bbp in 2015. Voor alle duidelijkheid: bij het stichtingsverdrag van de eurozone was afgesproken dat dat percentage onder de 60% van het bbp moest liggen. Daar zijn we nog ver af.

Alle parameters samengevat lijkt er voor de meeste eurolanden in crisis beterschap op komst, maar de wederopbouw zal lang en moeizaam zijn en bovendien afhankelijk van wat de wereldeconomie de volgende jaren te wachten staat. Vergeet ook niet dat de noodkredieten van de EU en het IMF aan Griekenland (240 miljard in totaal), Ierland (85 miljard euro) Portugal (78 miljard) en de Spaanse banken (41 miljard euro) ook na de stopzetting van die hulpplannen terugbetaald moeten worden en dat kan in sommige gevallen nog op een hele generatie wegen. De ineenstorting van de Europese monetaire unie lijkt echter voorlopig van de baan.