Man in beschuldiging gesteld voor bomaanslag Omagh in 1998

Een 43-jarige man is in beschuldiging gesteld voor de dood van 29 mensen bij de bomaanslag op 15 augustus 1998 in Omagh, de dodelijkste aanslag in Noord-Ierland. Dat heeft de politie van de Britse provincie bekendgemaakt.

"De politiemannen die de aanslag van Omagh in 1998 onderzoeken, hebben een 43-jarige man in beschuldiging gesteld voor de moord op de 29 mensen die bij de ontploffing om het leven kwamen", aldus de politie in een persbericht.

Volgens Britse media, waaronder BBC, gaat het om Seamus Daly, een vermoedelijk lid van het Real IRA, een splintergroep van het Iers Republikeins Leger (IRA). Hij werd maandag opgepakt.

Daly werd samen met drie anderen al in een burgerlijke zaak veroordeeld tot een schadevergoeding van meer dan 1,5 miljoen pond (ruim 1,8 miljoen euro) aan de families van de slachtoffers. Maar tot nu toe werd er niemand strafrechtelijk veroordeeld.

Er zijn 33 aanklachten tegen de man. Bovenop de 29 moordaanklachten, hebben er nog twee te maken met de aanslag in Omagh. De twee andere aanklachten gaan over een poging tot aanslag in Lisburn in april 1998.

Daly, die altijd ontkend heeft iets met de aanslag in Omagh te maken te hebben, moet vrijdag voor de rechtbank verschijnen in het Noord-Ierse Dungannon.

De aanslag met een bomauto in een winkelstraat in Omagh was de dodelijkste in dertig jaar conflicten in Noord-Ierland. Er vielen bij de ontploffing ook meer dan 300 gewonden.

De aanslag vond plaats vier maanden na de ondertekening van het Goede Vrijdag-akkoord door protestantse en katholieke leiders in Belfast. Het akkoord maakte een einde aan de decennialange conflicten tussen beide groepen in Noord-Ierland, waarbij circa 3.500 doden vielen.