Pro-Russische betogers bezetten ook politiekantoor Kramatorsk

In Oekraïne hebben pro-Russische betogers nu ook een politiekantoor in de oostelijke stad Kramatorsk veroverd (foto). Gisteren hadden ze ook in Donetsk en Slavjansk al overheidsgebouwen ingenomen. De Verenigde Staten sturen vicepresident Joe Biden over tien dagen naar Oekraïne om de nieuwe regering daar te steunen.

Gisteren trad de politiecommissaris van Donetsk af nadat een 200-tal Russische betogers het politiekantoor had bezet. Eerst hadden de Russisch-gezinden urenlang betoogd voor het hoofdkwartier. Ze eisten onderhandelingen met de commissaris, maar toen dat er niet van kwam, drongen ze gewapend met knuppels het gebouw binnen. De politie liet begaan.

Volgens ooggetuigen droegen de mannen het uniform van de Berkoet, de gevreesde Oekraïense oproerpolitie, die verantwoordelijk wordt geacht voor de tientallen doden in de hoofdstad Kiev tijdens de opstand tegen oud-president Viktor Janoekovitsj.

Ook in Slovjansk, 60 kilometer van Donetsk, hadden Russisch-gezinden al een politiecommissariaat en een hoofdkwartier van de veiligheidsdienst ingenomen. Daar is de Oekraïense regering vanmorgen naar eigen zeggen een "antiterreuractie gestart".

Ook in de oostelijke stad Kramatorsk zijn pro-Russissche militanten nu overgegaan tot de bezetting van een politiekantoor. Volgens de Oekraïense minister van Binnenlandse Zaken Arsen Avakov "hebben onbekenden het vuur geopend op het lokale bestuur en wordt er over en weer geschoten".

Biden reist naar Kiev

De VS heeft intussen beslist om vicepresident Joe Biden naar Kiev te sturen op 22 april. Hij zal er met regeringsmedewerkers onder meer praten over inspanningen die geleverd moeten worden om de economie van het land te stabiliseren.

Maar uiteraard zullen ook de recente ontwikkelingen in het oosten van Oekraïne aan bod komen, "waar pro-Russische separatisten, blijkbaar met de steun van Moskou, een georchestreerde campagne van opruiing en sabotage blijven voeren om de Oekraïense staat te destabiliseren", zo vermeldt de mededeling van het Witte Huis.

AP2013