"Koeien en ezels maken gebruik van nieuwe autostrades"

Nog tot 12 mei zijn er verkiezingen in India, bijna een miljard mensen (830 miljoen) brengen hun stem uit. VRT-correspondent Stefan Blommaert is daarvoor naar India gereisd en merkt de onzalige toestand van de verkeersinfrastructuur op.

Stofwolken beperken het zicht tot een paar meter. Overladen vrachtwagens hellen vervaarlijk over, afwisselend naar links en naar rechts. Tijdens het voorbijsteken, overstemt het lawaai van hun brullende motoren het alomtegenwoordige getoeter.

Scooters wurmen zich tussen de vehikels door, sommige motorrijders beschermen hun luchtwegen met een katoenen sjaal, anderen ademen de stoflucht stoïcijns naar binnen. Kiezelstenen ratelen tegen de onderkant van onze jeep.

Mijn maaginhoud wordt geshaked als was de beste barman aan het werk. We zijn al meer dan zeven uur onderweg voor zowat 120 kilometer. Welcome to India roads.

In China gaat het op z'n minst vooruit

De slakkengang is deels te wijten aan putten en te veel vrachtverkeer, deels aan wegwerkzaamheden. Dat laatste is goed nieuws natuurlijk, want het betekent dat er op dit traject binnen afzienbare tijd een oplossing komt voor de onzalige toestand van de verkeersinfrastructuur. Maar de chaotische manier waarop de aanleg gebeurt, is hemeltergend.

Over een afstand van meer dan 100 kilometer wordt de bestaande weg herleid tot een hoop stenen en zand, en vervolgens gebeurt er niets. Het aantal wegenwerkers dat op elke werf aan de slag is, valt op twee handen te tellen. Om de paar kilometer rijdt een vrachtwagen zich vast of botsen twee voertuigen op elkaar. Met nog meer opstoppingen tot gevolg.

Ik word er een beetje mistroostig van. India wordt sinds jaren in één adem genoemd met groeilanden als China of Brazilië. Specialisten in deze materie hebben me al vaker gewezen op de onzin van het BRICS-landenconcept. De vijf economieën in ontwikkeling zijn zo verschillend dat het geen zin heeft om ze aan elkaar te koppelen.

De vergelijking met China, waar ik intussen bijna twee jaar woon, is confronterend. Daar wordt gebouwd alsof het niets is, tegen een bijna onmenselijke snelheid. Toegegeven, het neigt soms naar het andere extreme, daar worden wegen gebouwd die naar nergens leiden en appartementsblokken waar niemand woont, maar het gaat er op zijn minst vooruit.

Waarom neemt niemand zelf het initiatief?

Mijn Indiase medewerker zucht ook onophoudelijk als hij nog maar eens met de inefficiëntie te maken krijgt. Indiërs geven hun politici steevast de schuld als er iets mis loopt. Maar als ik door de straten loop en de bergen afval zie, dan vraag ik me soms af: waarom wordt hier geen buurtcomité opgericht om de onuitstaanbare troep weg te ruimen?

Waarom neemt niemand hier zelf het initiatief, als de overheid en de politici falen? Een westerse reactie wellicht. Want de mensen hier hebben wel andere zorgen aan het hoofd dan een beetje rommel. Van dag tot dag overleven bijvoorbeeld. Met minder dan een euro.

Het is alweer een jaar of tien jaar geleden dat ik India voor het eerst bezocht. Vrijwel jaarlijks kwam er ik intussen op reportage. En de zaken die ik een decennium geleden vaststelde, zou ik vandaag eigenlijk gewoon kunnen herhalen.

De problemen blijven grotendeels dezelfde. Er is natuurlijk het spectaculaire IT- en outsourcingverhaal, de investeringsmogelijkheden en de zich ontwikkelende middenklasse. Maar voort blijft de verandering beperkt, vooral de structurele verandering.

Ook het straatbeeld evolueert nauwelijks. Mijn cameraman woonde een kleine tien jaar geleden een tijdlang in India. "Vrijwel alles is zoals het was", zegt hij. Als je in een gemiddelde Chinese stad na een jaar of twee terugkeert, heb je moeite om je nog te oriënteren. Goed of slecht, maar het geeft wel het verschil aan tussen de twee megalanden.

Om nog even terug te keren naar de wegenbouw: als de politie toelaat dat de nieuwe autostrades tevens dienst doen als parking voor vrachtwagens en er ook koeien en ezels gebruik van kunnen maken, dan hadden die beter niet kunnen worden aangelegd.

In China heb je dan soms wel fantoomwegen, maar daar schiet je tenminste tegen een gemiddelde snelheid van 100 per uur op. Niet onbelangrijk voor de economische ontwikkeling van een land.

De Indiase verkiezingen zijn indrukwekkend

Hoop is er wel in India, tegen wil en dank. Dat het ooit toch beter zal worden. Dat merk je in deze verkiezingscampagne. Met duizenden of tienduizenden komen ze enthousiast luisteren naar de oppositiepolitici.

Naar de anticorruptiekandidaat Kejriwal bijvoorbeeld, die als David vecht tegen de Goliaths van de grote partijen. En die belooft om echt iets te doen aan de diepgewortelde en onvoorstelbare corruptie in het land.

Nog veel meer volk trekt Narendra Modi, de kandidaat-premier van de nationalistische BJP. Hij voert campagne op zijn Amerikaans en zal deze verkiezingen wellicht winnen. Dat vinden veel Indiërs goed, want ze hopen dat er met hem reëel iets zal veranderen.

Het moet gezegd: de Indiase verkiezingen zijn indrukwekkend. Bijna een miljard mensen die over het recht beschikken om hun stem uit te brengen, welke afkomst ze ook hebben, dat is niet niks. Hoeveel bedenkingen je ook kan aanvoeren bij het inhoudelijke gehalte van de stembusgang of de kwaliteit van de politici in India.

Het is bovendien iets wat in China dan weer compleet ontbreekt. Net als de persvrijheid en de kritische berichtgeving die hier in India normaal zijn. Het klinkt een beetje melig, maar de Chinezen zouden best wat van de Indiase vrijheden kunnen overnemen, en de Indiërs wat van de Chinese ondernemingsdrang en ontwikkeling. Om maar te zeggen: het blijven allebei bijzonder boeiende landen, die we best niet uit het oog verliezen.

Van dinsdag tot vrijdag kunt u de reportages die Stefan Blommaert in India heeft gemaakt, bekijken in Het journaal.