Aleppo dag en nacht gebombardeerd met "olievatenbommen"

Aleppo wordt dag en nacht gebombardeerd met "olievatenbommen". Dat heeft een ploeg van de Britse openbare omroep BBC, die voor het eerst dit jaar opnieuw is binnengeraakt in de Syrische stad, kunnen vaststellen.

De bommen zijn olievaten die gevuld zijn met explosieven en stukken metaal. Ze worden door de overheid op de stad gedropt vanuit helikopters. De overheid wil met de luchtaanvallen de rebellen in Aleppo treffen, maar maakt hiermee ook duizenden slachtoffers onder de burgers.

De ploeg van BBC kon vaststellen dat de stad dag en nacht gebombardeerd wordt en dat er geen veilige plekken meer zijn in de stad.

Volgens Human Rights Watch komen de bommen lukraak terecht op de stad, die erdoor geterroriseerd wordt. Tienduizenden mensen zijn de stad al ontvlucht. "Satellietfoto's en getuigenissen maken duidelijk hoe brutaal grote delen van Aleppo (de grootste stad van Syrië en de voormalige economische hoofdstad, nvdr) zijn aangepakt", vertelt Sarah Leah Whitson van Human Rights Watch aan BBC. "Als deze bommen al eens een militair doelwit raken, dan is het puur geluk."

AP2014

In februari keurde de VN-Veiligheidsraad nog een resolutie goed waarin opgeroepen werd "een onmiddellijk einde te maken aan aanvallen tegen burgers en het willekeurige gebruik van wapens, zoals olievatenbommen, in bevolkte gebieden".

Volgens een monitorgroep van de oppositie zijn er sindsdien echter alweer bijna 700 burgers om het leven gekomen in Aleppo.

"Wij willen enkel in vrede leven"

President Bashar al-Assad benadrukt dat zijn troepen vechten om de burgers te beschermen en dat de aanvallen gericht zijn "tegen terroristen en buitenlandse extremisten". De gewapende oppositie heeft intussen ook al burgers gedood door middel van bombardementen, maar op een veel kleinere schaal.

De BBC-ploeg maakt nog melding van volledig verlaten buurten, gebouwen waar de façades van verdwenen zijn en huizen die herleid zijn tot puin. Naar schatting 70% van de burgers heeft de stad verlaten. "Het leven hier stelt niets meer voor", zegt Feras, een jonge leraar Engels. "Het is geen leven: we vrezen constant dat de bommen op ons hoofd zullen vallen. We weten niet meer waar het veilig is." Feras steunde in het begin de revolutie, maar hoopt nu vooral dat de gewapende strijd stopt: "Gewapende groepen plunderen en doen de mensen kwaad. Daarom haten de mensen nu beide kampen. We willen noch de regimetroepen noch het Vrije Syrische Leger. Wij willen enkel in vrede leven."