Macht over media - Ben Caudron

Wellicht had u tot vorige week nog nooit van Pavel Doerov gehoord. Dat is best begrijpelijk. We zijn immers geneigd om de socio-economische realiteiten die we genoegzaam samenvatten met ‘sociale media’ te associëren met Amerikaanse helden en succesverhalen. Onlangs verloor Pavel Doerov zijn controle over VKontakte, na Facebook het grootste sociale netwerk in Europa, dat vooral gebruikt wordt door Russen. Zijn ontslag is waarschijnlijk bedoeld als represaillemaatregel, omdat Doerov had geweigerd de Russische inlichtingendiensten inzage te geven in de gegevens van activisten uit de Krim.
opinie
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Bedreigde regimes en sociale media

In de nasleep van dit incident klinkt opnieuw de vraag over de verhouding tussen macht en sociale media. Die vraag werd een paar jaar geleden al gesteld toen in Tunesië en Egypte het volk in opstand kwam en gebruik gemaakt werd van platformen als Twitter en Facebook. Tijdens die revoltes hadden de bedreigde regimes ook al besloten om de toegang tot de nieuwe media af te sluiten in een ijdele poging om de mobilisatie van de protesterende jongeren te bemoeilijken en controle te behouden over de teneur van de berichtgeving. Recent maakte de Turkse eerste minister Erdogan gebruik van dezelfde strategie, toen hij in de aanloop naar de verkiezingen de toegang tot Twitter (en YouTube) liet afsluiten. Ook toen klonk de vraag of Erdogan niet iets heel doms had gedaan.

Enkel dictators?

Hoewel de achtergronden van de incidenten en de specifieke, tijdsgebonden motieven van de machthebbers zeer verschillend zijn, is de teneur van de vraag die er telkens op volgt dezelfde: kunnen ‘dictators’ sociale media eigenlijk wel het zwijgen opleggen? Is het niet onverstandig om zoiets te doen?

Deze vraag is interessant, meer dan de mogelijke antwoorden, omdat er nogal wat impliciete veronderstellingen in besloten liggen. Zo wordt verondersteld dat het enkel dictators zijn die zich onledig houden met dergelijke vormen van censuur. Dat komt andere bekleders van macht zeer goed uit, want het zorgt ervoor dat de aandacht afgeleid wordt.

De vraag legt ook nogal wat klemtoon op de technologische mogelijkheid, terwijl dat niet echt ter zake doet. Deze focus is alweer zeer handig, omdat daardoor de economische realiteit van het internet onbelicht kan blijven. Wat ooit een netwerk van heel veel netwerken was, is ondertussen verworden tot een infrastructuur die in zowat elk land wordt gecontroleerd door oligarchieën. Het maakt dan echt niet uit of het technologisch mogelijk is de toegang volledig af te sluiten, belangrijker is de quasi-wetmatigheid die keer op keer toont dat economische en politieke machten zeer nauwe banden hebben en snel bereid gevonden zijn elkaars belangen te behartigen.

Symbolisch geweld

Wat de vraag zo interessant maakt, is dat ze de uitnodiging in zich draagt maar onbenut laat om dieper na te denken over de rol die media in het algemeen en sociale media in het bijzonder vandaag vervullen in een sociologisch fenomeen dat door de Italiaanse filosoof Gramsci “hegemonie” werd genoemd en door de Franse socioloog Bourdieu omschreven werd als “symbolisch geweld”. Met het risico de noodzakelijke nuance te negeren kunnen we dit fenomeen omschrijven als de manieren waarop macht zich reproduceert, waarop machtsposities duurzaamheid krijgen. Een aspect van macht is het vermogen om de voorstellingen van de werkelijkheid vorm te geven en te laten delen door sociologische categorieën die objectief geen deel uitmaken van die macht.

Eerder dan concrete uitingen van een noodwendigheid om greep te krijgen op sociale media, op de nieuwe informatiestromen, zijn de bovenvermelde incidenten uitingen van de werking van symbolisch geweld. Zoals de jonge en zeer lezenswaardige militante sociologe Zeynep Tufekci bij herhaling opmerkt, was het Erdogan er niet om te doen om Twitter echt het zwijgen op te leggen, net zomin Poetin de noodzaak had om een CEO van een sociaal netwerk te nekken. Waar het om gaat maakt deel uit van het proces van symbolisch geweld en heeft veel meer te maken met de creatie van een breed gedeelde consensus over de betekenis van Twitter of VKontakte.

Het gaat om meer dan een verbod

Vanuit dit perspectief zijn de ingrepen van ‘dictators’ minder dwaas dan we zouden kunnen veronderstellen. Ze hebben veel minder tot doel om concrete acties ten uitvoer te brengen – de toegang tot Twitter in Turkije is alweer hersteld – dan wel om de manier waarop we denken over sociale media te beïnvloeden.

U hoort me niet zeggen dat we de oorspronkelijke vraag naar de mogelijkheid en wenselijkheid van concrete censuurpogingen niet moeten stellen. Ze is terecht, op voorwaarde dat we de vraag uitbreiden, dat we het bredere verhaal over macht en media durven te schrijven. Niet alleen zouden onze antwoorden relevanter worden, het zou ook bijdragen aan een breder begrip van het belang van verhalen in de reproductie van macht. Dat begrip kan ons alleen maar helpen onze samenlevingen transparanter te maken en onszelf nog meer te emanciperen.
 

(Ben Caudron is socioloog en auteur over de nieuwe media.)

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.