Trekvogels volgen ons warm lenteweer niet

Ondanks het feit dat we de tweede zachtste winter ooit hebben beleefd, zijn de meeste trekvogels niet vroeger dan verwacht. Dat zegt Marc Herremans (Natuurpunt) die een registratiesysteem voor aankomsten bijhoudt.
De koekoek.

"Sinds dit jaar werken we met een nieuwe benadering. We gaan niet uit van de eerste aankomst, maar werken met gemiddelde aankomsten, waardoor we pas aan het eind van het seizoen een berekening kunnen maken", aldus Herremans. "Aangezien het de tweede zachtste winter ooit was, zou je verwachten dat de natuur op alle vlakken voor is. Zo staan de bomen al in blad terwijl het nog niet eens mei is. Maar de meeste trekvogels zijn niet vroeger, zeker niet diegenen uit Afrika."

Dat komt omdat de trigger om te vertrekken afhankelijk is van de situatie daar, zoals regenval in de sahel of west-zuidweststroming die tot de noodzakelijke rugwind leidt. Herremans staaft zijn vaststelling met het feit dat onder meer de koekoek niet vroeger is, er nauwelijks grasmussen zijn en boerenzwaluwen maar met mondjesmaat toekomen. "Alle trekvogels zijn traag, laat en met weinig", klinkt het.

Uit waarnemingen van de Nederlandse "Natuurkalender" blijkt dat de ontwikkeling van planten bijna een maand vroeger is dan normaal. De Groenindex, die in Nederland met satellieten wordt bepaald, toont dat loofbossen en natuurlijke graslanden bijna 30 procent groener zijn dan precies een jaar geleden. Toch dreigt er een mismatch tussen de ontwikkeling van bomen en voedsel voor vogels, onder meer voor de bonte vliegenvanger en roodstaart die gebruik maken van rupsen die bij het ontluiken van eikenbladeren welig tieren.

Voor amfibieën, waar naast temperatuur ook daglengte en vooral luchtvochtigheid een rol speelt, was de trekpiek dit jaar zelfs iets later, merkt Dominique Verbelen (Natuurpunt) op. Voor louter temeratuurgevoelige soorten, zoals de meikever, waren er in april al 3.116 dit jaar, terwijl www.waarnemingen.be er in april 2013 slechts 34 telde.