Cijferen maakt politieke dromen kapot - Jan Van de Poel

De Standaard, De Tijd en de VRT gaan samen met de KULeuven berekenen hoeveel de programma’s van de verschillende partijen moeten kosten en wie dat moet betalen. Daar is de democratie enkel bij gewonnen, of niet?
opinie
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Deze campagne zal alvast om één reden uniek zijn. Niet alleen serveren de media het campagnenieuws, ze gaan het ook maken. Na de schoolrapporten van de diverse regeringen en parlementen, krijgen we nu het rapport van de verkiezingsprogramma’s. In januari kondigden De Standaard, De Tijd en de VRT aan samen met de KULeuven de verkiezingsprogramma’s van de verschillende partijen te becijferen. Dat moet de Vlaming toelaten op een eenvoudige manier te raadplegen wat de voorstellen kosten, wie ervan profiteert en hoe ze gefinancierd worden. Kortom, de Vlaming zal nog beter geïnformeerd het stemhokje intrekken. Bovendien worden loze beloftes meteen doorprikt. En wie kan daar nu tegen zijn?

Eén ding is zeker. Op 26 mei kunnen al die berekeningen terug in de prullenmand. Zolang de N-VA of eender welke andere partij geen absolute meerderheid haalt, moet er een coalitie gevormd worden. Die coalitie schrijft een regeerakkoord, dé politieke bijbel voor de komende 5 jaar. Dat regeerakkoord zal geen gewogen gemiddelde zijn van de berekende partijprogramma’s, maar het resultaat van een complexe onderhandeling. Daar komt elke partij met haar prioriteiten aan tafel en wil daar iets anders voor op geven. Wat en hoe veel? Dat heeft dan weer te maken met het gewicht van die partij (en de onderhandelingskunsten van de onderhandelaar in kwestie).

Cijfers versus keuzes

De partijen houdt dat argument alvast niet tegen om te delen in die mediagenieke cijferdrift. Allemaal zijn ze het idee genegen. De Kamer keurde deze maand zelfs een wetsvoorstel goed dat partijen verplicht hun ‘prioritaire beleidsvoorstellen’ door het Planbureau te laten doorlichten. Dat zal deze stembusgang niet meer gebeuren, want de wet wordt pas van kracht na 25 mei. De vraag is of ze wel een keuze hebben. Wie de indruk wekt de telduivel te vrezen, ondergraaft meteen de geloofwaardigheid van programma en partij.

Winnen de kiezers eigenlijk bij al dat rekenwerk? In Nederland is het debat alvast volop aan de gang. Sinds 1986 screent het Centraal Planbureau (CPB), een overheidsinstantie, de budgettaire impact van de partijprogramma’s. Vorig jaar kondigde het CPB dat rekenwerk in de toekomst terug te schroeven. De kritiek weerklonk al veel langer. Zo vond Wouter Bos dat ‘de berekeningen van het planbureau afleiden van de grote onderliggende keuzes waar je met de samenleving naartoe wil’. Ook de voormalige voorzitter van het VNO-NCW – het Nederlandse VBO – was bijzonder cynisch: ‘Als het CPB in 1944 de landing in Normandië had moeten doorrekenen, dan lagen die boten nu nog voor de kust’.

Haalbaar versus dromen

Het cijferwerk kan ook een verarming zijn voor het debat. Harde cijfers kunnen makkelijk dienen als stok om de discussie dood te slaan. Als partijen hun programma’s schrijven met het rekenmodel in hun achterhoofd, gaan ze zichzelf taboes opleggen. Zo praatte geen enkele Nederlandse partij over de loonkosten. Het rekenmodel strafte dat genadeloos af in de berekening van de effecten op de werkgelegenheid, terwijl je net zo goed kan argumenteren dat het aanzwengelen van de binnenlandse vraag net voor tewerkstelling zorgt. Op die manier trekken de berekeningen de lijnen waarbinnen de discussie over de sociaal-economische toekomst kunnen plaatsvinden.

Het democratisch debat wordt binnen het keurslijf van het ‘haalbare’ gedwongen, terwijl politici net de droom van de kiezers moeten vorm geven. Natuurlijk kan de kiezer niet geïnformeerd genoeg zijn en brengen luchtkastelen ons geen stap vooruit, maar moeten verkiezingen net niet gaan over nieuwe ideeën, fundamentele keuzes en ideologie? Het politiek debat mag geen cijferdiscussie worden tussen boekhouders, maar moet de kiezer kunnen doen dromen. Het is aan de kiezer om te bepalen wat hij haalbaar vindt en aan niemand anders.

(Jan Van de Poel is is historicus en politicoloog.)
 

In de komende 4 weken laten we iedere dag minstens één campagnewatcher op u los.
Daar zijn politologen bij, jazeker, maar ook auteurs die we hebben aangesproken omwillen van hun frisse kijk op de kiescampagne.
Ze hebben allemaal een vaste dag in de week. Jens Cardinaels (hoofdredacteur van het studentenblad Veto) heeft de spits afgebeten, de niet onbekende Carl Devos sluit op 24 mei het campagnewatchen af.

Moderator

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.