Een andere job voor Kris Peeters - VDC

‘Ik ben wat laat’, verontschuldigde de Vlaamse MP zich amper, ‘en veel tijd heb ik niet.’ Ik keek op mijn horloge: 2 u en 10 minuten stonden wij van Van Dievel Consulting al te wachten op de komst van Kris Peeters. In ons beste goed. Met rammelende magen. ‘Er was geen doorkomen aan met de 1 Mei-stoet in Heide-Kalmthout’, jokte zijn chauffeur met een uitgestreken gezicht, 'gij woont echt wel in een rode gemeente zeg.'

‘Waar kan ik mij omkleden?’ wilde Kris Peeters weten. De Vlaamse minister-president was nog in koerskostuum. De voorzijde van zijn koerstruitje maakte reclame voor zijn eigen persoon (“WIE MIJ WIL…”) , op de achterkant werd de consequentie van die keuze duidelijk gemaakt (“…MOET CD&V ERBIJ PAKKEN!”), een weinig opbeurend perspectief. Niet te verwonderen dat er dan ongelukken met wielertoeristen gebeuren.

Werkweigering

Rewind (oud-huis flashback). Fons Leroy, de grote baas van de VDAB belde mij. We kennen elkaar een beetje omdat we allebei een ver gemeenschappelijk en  vuurrood verleden hebben. We hadden allemaal nog lang haar, toen, en we zegden kameraad tegen Frankie Vandenbroucke. Dat zou moeten volstaan als duiding.

‘Wilt gij de trajectbegeleiding van Kris Peeters niet op u nemen?’ vroeg Leroy, ‘ik zal eerlijk zijn, Lowie: wij wagen ons daar niet aan.’
Ik begreep het niet meteen. Waar had die man het over?
‘Leest gij dan geen gazetten, Lowie?’ had Leroy mijn onwetendheid doorzien, ‘die mens valt na 25 mei zonder werk, en bovendien wetens en willens.’

Tergend traag viel mijn euro. Kris Peeters had in een chat met zijn medeburgers gezegd dat hij er nog niet aan dacht om “vakminister” te worden onder een andere MP dan hijzelf. Alleen al het idee!
‘Dat is eigenlijk een pertinent geval van werkweigering,’ vervolgde de baas van de VDAB, ‘en door de zesde staatshervorming krijgen wij ook de bevoegdheid om werkweigeraars te sanctioneren.’
‘Maar u durft niet goed,’ pikte ik in, ‘en daarom doet u een beroep op een externe contractor.'
‘Voilà, we verstaan mekaar!’ sprak de opperbrak van de Vlaamse aansporingsdienst, ‘hou mij op de hoogte.’
‘Weet Kris Peeters ervan?’ wilde ik nog weten.
‘Vaag’, antwoordde Fons Leroy, waarna hij snel de verbinding verbrak.

"Alles en niks"

‘Bon,’ zei Kris Peeters kortaangebonden toen hij opnieuw in burgerplunje was,’ zeg mij wat ge te zeggen hebt want ik moest al op een andere afspraak zijn.’
‘Wat kunt u zoal, heer Peeters?’ polste ik voorzichtig.
‘Alles en niks,’ antwoordde de MP verrassend openhartig.
‘U bent dus polyvalent,’ zei ik dan weer neutraal, ‘maar hebt u bijzondere talenten? Waarmee ik bedoel: talenten die u als toekomstige oudere werkloze aan een baan kunnen helpen.’
De Vlaamse MP keek mij aan met dezelfde grote ogen als die van de Mechelse koeien in 1835 toen de stoomtrein van Stephenson passeerde.

‘Tja,’ voegde ik eraan toe, ‘ook al bent u al 52, u mag nog niet op uw lauweren rusten. Volgens onze berekeningen zult u pas in 2040 met pensioen kunnen. U mag ook niet kieskeurig zijn, ieder werk is eerbaar.’
‘Maar waar hebt gij het over?!
‘Over 26 mei, heer Peeters. Uw jobke in Hotel Errera zal rap door iemand anders overgenomen zijn.’

‘Ik ga enkele maanden nadenken over mijn toekomst, dat is toch mijn goeie recht?’
De Vlaamse MP klonk al wat minder zeker van zichzelf.
Nadenken, herbronnen, het hoofd leegmaken, met uzelf in het reine komen, dat zijn allemaal excuses om niet te moeten werken,’ sprak ik streng, ‘straks zegt u nog dat u een wereldreis gaat maken!’
Uit de blik van Kris Peeters kon ik afleiden dat hij die mogelijkheid niet had uitgesloten.

Leefloon

‘Als dat uw houding blijft, heer Peeters,’ sprak ik vermanend, ‘dan gaat u sneller dan u denkt bij het OCMW moeten aankloppen voor een leefloon, want de VDAB gaat u schorsen wegens volgehouden werkonwilligheid.’
‘Leefloon?’
De Vlaamse MP was niet echt met dat begrip vertrouwd, kon ik uit zijn mimiek afleiden.
‘Ja, een leefloon. Een woord dat door Johan Vande Lanotte is uitgevonden omdat leefloon beter klinkt dan aalmoes.’
‘Aalmoes?’
‘Ja, en zelfs die aalmoes zult u niet zomaar krijgen. U zult al gauw worden uitgenodigd om gemeenschapswerk ter verrichten. Voor wat hoort wat, niet waar? U kunt plantsoenen aanharken of hondendrollen opruimen of bejaarden de straat helpen oversteken of boodschappen doen voor minder validen of liedjes zingen in rusthuizen. Elke mens heeft wel één talent waarmee hij de gemeenschap kan dienen, ja zelfs plezieren.’

‘In wat voor maatschappij leven wij, zeg! Moeten bedelen voor een aalmoes en dan nog hondendrollen moeten opruimen toe!’
De verontwaardiging van de minister-president was ongeveinsd.

Toen viel ook zijn frank.

‘Vooruit,’ maande ik hem aan, ‘ga maar vlug campagne voeren, elke stem telt. En vergeet niet dat het ook in uw eigen belang is.’
 

(Louis van Dievel is journalist bij VRT Nieuws en schrijver.)

lees ook