De egoïst in elk van ons - Dries Deweer

Uit de stemtesten blijkt dat de meeste Vlamingen, en vele politici met hen, vinden dat ‘leefloners’ en werklozen verplicht gemeenschapstaken zouden moeten uitvoeren. Daarmee volgen we in het spoor van ons omringende landen. Nederland experimenteert er al een tijdje mee en zeer recent presenteerde ook de Britse premier Cameron zijn ‘Help to Work’-programma met als speerpunt verplichte gemeenschapsdienst voor langdurig werklozen.
opinie
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina
Copyright: www.FOTOBEN.be

In dit debat wordt dan steevast aangevoerd dat de verplichte taken de mensen in kwestie vertrouwd maken met een arbeidsritme, hen in staat stellen om een zekere werkervaring op te doen en dergelijke, waardoor ze sneller aan een job zouden geraken. Nochtans heeft empirisch onderzoek al meermaals aangetoond dat dergelijke initiatieven geen positieve invloed hebben op het vinden van een job. Het pragmatische argument houdt dus weinig steek. Wat overblijft, is een moreel argument: voor wat, hoort wat.

Rechtvaardigheid en solidariteit

Voor wat, hoort wat’ is een rechtvaardigheidsprincipe. Onze sociale zekerheid is gebaseerd op de idee dat sociale herverdeling mogelijk en noodzakelijk is wanneer elk zijn deel doet in de samenleving. Die rechtvaardigheidsidee steunt op wederkerigheid: we delen allen zowel in de kosten als in de baten. Ik zorg voor jou en jij zorgt voor mij, of liever: de samenleving zorgt voor ons, maar wij zorgen ook voor de samenleving. De overheid mag de mensen die steunen op de sociale zekerheid dus wel degelijk wijzen op het feit ze naast rechten ook plichten hebben.

De sociale zekerheid rust echter niet alleen op rechtvaardigheid, maar ook op solidariteit. De nadruk op ‘voor wat, hoort wat’ geeft aan dat het evenwicht tussen rechtvaardigheid en solidariteit aan het wijzigen is. Er is blijkbaar iets aan de hand met de solidariteit. Bovendien is dat zo’n begrip dat we wel courant gebruiken, maar liever niet definiëren. Toch durf ik enkele elementen naar voren schuiven: solidariteit gaat over het delen van risico’s, verantwoordelijkheden en gevoelens. Elk van die elementen roept vragen op in de huidige maatschappelijke context.
 

Delen van risico’s

Solidariteit heeft te maken met gedeelde risico’s. We kunnen allemaal werkloos of ziek worden, waardoor we er allemaal belang bij hebben om te zorgen voor diegenen onder ons voor wie dat risico werkelijkheid wordt. In principe weten we immers niet op voorhand wie dat zal zijn. Juist daar knelt het schoentje. Tegenwoordig kunnen we beter en beter inschatten waar de risico’s zich zullen voordoen. De veronderstelling dat mensen geen schuld dragen voor wat hen overkomt, staat daardoor steeds meer onder druk. We weten dat kettingrokers meer kans hebben op longkanker. We weten dat mensen die kiezen om filosofie - godbetert - te studeren, meer kans hebben op werkloosheid.

Als die voorspelbaarheid de solidariteit ondermijnt, dan komen we steeds verder verstrikt in vragen naar eigen verantwoordelijkheid. We weten ook hoe we prenatale diagnoses kunnen stellen. Dezelfde logica laat ouders opdraaien voor de kosten van een kind met een handicap. De mate waarin we solidariteit verengen door de voorspelbaarheid van risico’s gelijk te stellen met verantwoordelijkheid is niet iets om licht over te gaan.

Delen van verantwoordelijkheden

Verantwoordelijkheid brengt ons bij het tweede element dat we delen in solidariteit. Als we risico’s delen, dan is de keerzijde immers dat we ook verantwoordelijkheden delen. We kunnen mensen in nood slechts bijstaan als we overeenkomstig ons vermogen ook bijdragen aan de bijstand.

Die verantwoordelijkheid is gedeeld omdat we in principe allemaal nu eens bijdragen en dan weer steun trekken. Bijgevolg is er een probleem als sommigen alleen maar bijdragen en anderen alleen maar steun trekken. Vele voorstellen van sociaal beleid spelen in op het ongenoegen dat daaruit voortkomt. Zo zijn er pleidooien voor meer verzekeringslogica in de sociale zekerheid. Dat komt er dan op neer dat wie meer bijdraagt ook van een betere dekking kan genieten, analoog aan uw brand- of autoverzekering. Dit is echter geen oplossing, maar een alternatief voor de solidariteit.

Ook het verplichten van gemeenschapsdienst heeft te maken met dat ongenoegen. Het delen van verantwoordelijkheden impliceert dat wie een uitkering krijgt zo snel mogelijk (terug) aan het werk moet. Zoals al aangehaald, draagt de gemeenschapsdienst daar niet toe bij. Bovendien dreigen er extra jobs verloren te gaan door de ’gratis’ uitvoering van taken door uitkeringsgerechtigden. Het onevenwicht in het delen van verantwoordelijkheid voor het solidaire maatschappelijke systeem wordt er dus niet beter van. Bijgevolg gaat het eerder over een genoegdoening voor het verongelijkt gevoel van zij die vooral bijdragen in plaats van steun te genieten, analoog aan wat een straf voor genoegdoening moet inhouden bij een misdaad. Maar als de gemeenschapsdienst aanleunt bij de categorie van de straf, dan moeten we op zijn minst een onderscheid maken tussen niet werken en niet willen werken. Dat misbruik aangepakt moet worden staat buiten kijf, maar dit is een kwestie van een andere orde.

Delen van gevoelens

Een derde element van solidariteit is het delen van gevoelens. Onze sociale zekerheid komt voort uit de coöperaties van mensen die zich zeer goed konden verplaatsen in elkaars wederzijds herkenbare gevoelens van onzekerheid, angst en afhankelijkheid. We kunnen ons de vraag stellen of die mate van empathie nog bestaat in de complexe en diverse samenleving van vandaag.

Kunnen en willen we ons vandaag nog inleven in onze medemens, en vooral, durven we die lijn doortrekken in onze politieke keuzes? Empathie is nog steeds aanwezig in onze samenleving, maar het is vaak niet meer dan een vluchtig sentiment. Bij de sluiting van Ford Genk was er een opmerkelijke golf van medeleven. Veel van dezelfde mensen die toen een zwart lintje op hun Facebookprofiel plaatsten, vinden nu blijkbaar dat de ontslagen Ford-arbeiders vuilnis moeten rapen. De sociale zekerheid is ook een kwestie van de harten en geesten van de mensen. Dat is de kracht, maar ook de zwakte van de sociale welvaartsstaat.

Meer vragen dan antwoorden

U merkt ongetwijfeld dat ik veel meer vragen dan antwoorden aanreik. Dat is – samen met die verhoogde kans op werkloosheid – eigen aan een filosoof. De toekomst van de sociale welvaartsstaat hangt niet alleen vast aan het doen kloppen van de rekeningen, maar ook aan deze en dergelijke ethische vragen. We moeten als samenleving, maar ook elk van ons als individu en als burger, naar eigen eer en geweten, een antwoord formuleren, of op zijn minst die vragen durven stellen. Bij voorkeur nog vóór we op 25 mei bolletjes kleuren.

 

(De auteur is politiek filosoof. Hij is als aspirant van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek –Vlaanderen verbonden aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van de KU Leuven. )

 

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.