Wat is de loonkloof?

Wat is de loonkloof? Die vraag nemen we als startpunt van ons onderzoek.

Stijn Decock, hoofdeconoom van het Vlaamse netwerk van ondernemingen (VOKA), vat het als volgt samen: "Een metaalarbeider in Gent kost de werkgever 15 procent meer dan een metaalarbeider in Bremen. Maar toch heeft een arbeider in ons land een kleiner nettoloon dan zijn of haar Duitse collega. Dat is het probleem."

Economen, politici en werkgeversorganisaties zijn het erover eens: de loonkosten in ons land zijn te hoog en dat remt de economie. “De loonkost zorgt voor een verlies aan competitiviteit tegenover bedrijven uit andere landen”, zegt Geert Vancronenburg, hoofdeconoom van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO).

“Hun marktaandeel gaat dus achteruit. Buitenlandse bedrijven die naar West-Europa willen komen, verkiezen de buurlanden wegens de hoge loonkosten. Beide elementen hebben gevolgen voor de werkgelegenheid. In een kleine open economie als de onze valt dat niet te onderschatten. De helft van de jobs in ons land is afhankelijk van het buitenland - via export of buitenlandse investeringen.

OESO-cijfers uit 2012 bevestigen wat Van Cronenburg beweert: bijna 47 procent van onze jobs zijn afhankelijk van buitenlandse vraag naar Belgische goederen en diensten.

België op derde plaats

De loonkost is de totale kost aan de werkgever voor één uur arbeid. Volgens cijfers van Eurostat kostte één uur arbeid in België in 2013 38 euro per uur tegenover 37,2 euro het jaar voordien. Enkel Zweden - met 40,1 euro - en Denemarken - 38,4 euro - hadden in 2013 een nog hogere loonkost dan België.

Volgens Eurostat bedroeg het verschil met de gemiddelde loonkost in Europa 38,6 procent. Met andere woorden: een Belgische werknemer kost een werkgever 38,6 procent meer dan het Europees gemiddelde.

Pas op: de “loonkost” is niet gelijk aan de “loonkloof”. Met “loonkloof” wordt het verschil in loonkost met buurlanden Nederland, Frankrijk en Duitsland bedoeld. Luxemburg telt niet mee.

Loonlasten

Waaruit bestaat de totale loonkost in ons land? We beginnen met het brutoloon van de werknemer. Daarbovenop betaalt de werkgever een percentage aan de sociale zekerheid. Dit zijn de patronale lasten. Ook de werknemer geeft een deel van zijn of haar brutoloon af aan de sociale zekerheid en betaalt nog eens een percentage belastingen op het brutoloon. Wanneer we de loonkost per maand bekijken, ziet het volledige plaatje - voor een werknemer met een brutoloon van 3000 euro - er als volgt uit:

Wat blijkt? De totale loonkost voor de werkgever in ons land bedraagt voor een brutoloon van 3000 euro in totaal 3960 euro. Van deze 3960 euro krijgt de werknemer 1827,3 euro op de bankrekening. In dit voorbeeld wordt dus 53,68 procent van de loonkost afgehouden door de staat.

De meest recente cijfers (2014) van OESO tonen aan dat België de absolute topper is betreft loonlasten. Het verschil tussen wat de werkgever aan loonkost betaalt en wat de werknemer aan loon ontvangt bedraagt voor ons land 55,8 procent. De Europese top-5 wordt vervolledigd door Duitsland, Oostenrijk, Hongarije en Frankrijk.