Impressies van de overkant

Nina Verhaeghe was zes weken lang VRT-correspondent ten zuiden van de taalgrens. Onder het label "Flamand de service" schrijft ze over haar wedervaren. "Ik heb weinig gepraat over de communautaire spanningen van de laatste jaren. Niemand had er behoefte aan."

Enkele weken in Wallonië gaan wonen en werken, ik kan het iedereen aanbevelen. Het betekent es helemaal uit je comfortzone gehaald worden: andere taal, ander werk, andere stad. Een beetje vakantiegevoel ook, zelfs als je werkt. Dat heeft te maken met de prachtige stad die Namen is (ik mis de Maas en de Samber; de Zenne en het kanaal in Brussel, het is niet helemaal hetzelfde) en met het hartelijke onthaal. Overal in Wallonië trouwens. Ik vermeld dit omdat dat in de politieke context van de laatste jaren niet evident is. Over Wallonië en over Walen wordt in Vlaanderen doorgaans niet echt positief gesproken. Ik hield er dus rekening mee dat ik, als tegenreactie daarop, misschien koel zou worden onthaald. Niet dus. Que du contraire, om het met een belgicisme te zeggen.

"Laten we geen olie op het vuur gooien"

Ik stel vast dat ik tijdens mijn verblijf weinig heb gepraat met mijn gesprekspartners over de communautaire spanningen van de laatste jaren. Geen van beide partijen had er behoefte aan. Toen de communautaire crisis op zijn hoogtepunt was, was dat wel even anders. Dan kreeg je er als Vlaming voortdurend vragen over. Of wilden mensen de hele tijd in debat gaan. Ik heb het gevoel dat er nu, aan beide kanten van de taalgrens trouwens, een soort moeheid bestaat in verband met dat thema. Toch bij gewone burgers. Een Vlaamse die al jaren in Namen werkt, zei me hierover: “Er is een gevoel van: laten we geen olie op het vuur gooien” en dat was ook mijn indruk. Ik voelde bij de Walen die ik ontmoette een terughoudendheid om over communautaire kwesties te spreken; er werd voorzichtig rond het thema gelaveerd. En de paar keren dat ik er toch expliciet naar vroeg, was ik verrast: ik had een sterke verdediging van België verwacht maar ik hoorde eigenlijk gelatenheid. De schouders werden opgetrokken: “Wat wilt u dat ik zeg? Het is toch Vlaanderen dat zal beslissen wat er met dit land gebeurt.” Om dan, half al lachend, te vervolgen: “En jullie willen ons niet meer.” Een gevoel van afwijzing dus.

"Ik wil dat mijn kinderen tweetalig zijn"

Een paar zaken zijn me opgevallen. Alleen al mijn “bonjour” verraadt blijkbaar mijn Vlaamse afkomst en op heel veel plaatsen probeerde men mij dan, tant bien que mal, in het Nederlands verder te helpen. Ik heb veel taalhoffelijkheid ervaren, en veel gêne bij wie de taal niet machtig was. En ik heb bij verschillende gesprekspartners gevoeld dat ze het niet alleen belangrijk vonden om Nederlands te leren, maar ook om tegenover kijkers of luisteraars te laten horen dat ze dat deden. En dus geïnterviewd wilden worden in het Nederlands. Wat tot problemen leidde wanneer dat Nederlands (net) niet goed genoeg was. Mijn conclusie is dat echte tweetaligheid, hoewel die groeit, nog beperkt is, maar dat het besef van het belang van het Nederlands wel heel groot is. “Ik wil dat mijn kinderen tweetalig zijn”, heb ik vaak gehoord. Waarbij ik dan denk: dat zal dan goed uitkomen, want tegen die tijd spreken onze jongeren wellicht nog nauwelijks Frans.

"Je tiens à la Belgique"

Wat me ook opviel, niet voor het eerst, is het verschil tussen “het politieke Wallonië” en “de publieke opinie”. Ga interviews doen op een markt in Wallonië en je hoort heel snel: “Er zijn te veel mensen die geld krijgen zonder te werken” of “Ik ben voor Maggie De Block”. Occasioneel: “Wij hebben hier een Bart De Wever nodig.” Al wordt er dan snel aan toegevoegd: “Mais je tiens à la Belgique.” Volgens mij verschilt de Waalse publieke opinie niet zo heel erg van de Vlaamse. Maar politiek wordt dat niet vertaald. Ik vind het heel moeilijk om dat te duiden. Er zijn zeker verschillen in “burgerschap”. In Wallonië wordt er anders gepraat over mensen die het moeilijk hebben, over armen, over daklozen, over bedelaars, over mensen in een bedrijf die onderaan de ladder staan. (Die uitdrukking zouden zij wellicht niet zo snel gebruiken.) Er is meer begrip, meer mededogen.

"Jullie doen het in alles beter"

Misschien is dat omdat meer mensen er rechtstreeks contact hebben met mensen die moeten knokken in het leven. Er is nu eenmaal meer armoede. Misschien ook door de verwantschap met Frankrijk en het discours over humanisme, dat zeer snel opborrelt. En dat ook doorleefd is. Walen zijn volgens mij heel sterk doordrongen van het besef dat je elke persoon moet respecteren, wie hij of zij ook is. Is dat links? Misschien.

Net zo goed vind ik dat er in Wallonië veel pragmatisme heerst en een wil om het beter te doen. Waarom blijft men dan altijd op dezelfde partijen stemmen? Ik weet het niet maar ik gis. Omdat er geen andere zijn. Er zijn aan de rechterzijde al veel partijtjes gekomen en gegaan maar er is nooit een geloofwaardige, charismatische politicus opgestaan. Omdat mensen zich vastklampen aan wat ze hebben: wie in het defensief zit, is bang voor vernieuwing.

En Wallonië zit heel erg in het defensief, tegenover Vlaanderen. Ik heb gehoord hoe veel Walen opkijken naar Vlaanderen. “Jullie zijn wel meertalig. Jullie doen het in alles beter. Als ik naar Gent of Antwerpen ga, voel ik een dynamisme dat onze steden niet hebben.” Eén man verwoordde het zo: “Mensen stemmen vaak uit gewoonte, omdat iets heel diep verankerd zit. Ooit had de PS ons waardevolle recepten te bieden. We blijven daarop stemmen, ook al klopt het recept wellicht niet meer voor de wereld van vandaag. Het is een beetje zoals sommige Vlamingen zeggen dat ze onderdrukt worden, terwijl Vlaanderen ons in alles overvleugelt. Hun beeld van de realiteit klopt ook al lang niet meer.”

Tot slot: ik heb ook een paar heel dynamische bedrijfjes gezien. En van een bedrijfsleider gehoord dat hij vindt dat Vlaanderen op zijn lauweren rust, terwijl Wallonië nu meer zoekt naar vernieuwing. Omdat het wel moet. Alleen gaat dat via KMO’s die (nog) veel te klein zijn. Misschien moet u dat (nieuwe) Wallonië zelf es gaan ontdekken. Ik zou beginnen met een terrasje aan de Maas.

lees ook