20% meer huisstofmijten in matrassen door zachte winter

Door de warme winter zitten er op dit moment twintig procent meer huisstofmijten in onze huizen dan vorig jaar. Dat is slecht nieuws voor de mensen die allergisch zijn. Zij zullen veel meer last hebben dan anders, zegt professor Anne-Catherine Mailleux van de ULB in Het Nieuwsblad.

Na een koude winter zijn huisstofmijten op dit moment van het jaar meestal bijna allemaal dood. "Maar dit jaar hebben we een zachte winter gehad en daardoor zijn er nu al erg veel, twintig procent meer dan vorig jaar. En hun aantal zal nog toenemen tot de traditionele piek dit najaar", zegt Mailleux.

"Ongeveer een vijfde van de totale bevolking is allergisch", zegt professor Philippe Gevaert, specialist allergieën aan het UZ Gent. "Zij zullen nu waarschijnlijk meer klachten hebben." Die klachten zijn onder meer een verstopte neus, tranende ogen, moeite met ademhalen en slecht slapen.

Het aantal mensen met allergie is de afgelopen tien jaar zowat verdubbeld. Omdat artsen vaker de diagnose stellen en er dus meer gevallen geregistreerd worden, maar ook omdat we veel meer aandacht hebben voor hygiëne dan vroeger. Daardoor krijgt ons immuunsysteem minder de kans om te "oefenen" tegen die allergieën. "Een vooral bij kinderen neemt het aantal gevallen toe, omdat allergie ook genetisch bepaald is: als je ouders het allebei hebben, heb je meer dan tachtig procent kans dat je ook allergisch bent", aldus Mailleux.

Huisstofmijten zijn onzichtbaar kleine, spinachtige organismen. Ze houden zich op in matrassen en beddengoed en ze voeden zich met huidschilfers. De mijten zelf zijn niet gevaarlijk: de allergie is een reactie op hun uitwerpselen.

"Huisstofmijten hebben het liefst warme en vochtige lucht om te gedijen", zegt Mailleux. "Als we tijdens een koude winter vaak de verwarming aansteken, maken we de lucht in ons huis erg droog, en dat overleven de meeste mijten niet. De afgelopen winter hebben we veel minder de verwarming laten aanstaan en daardoor zijn ze nu massaal aanwezig."