De angst voor en van de kiezer - Edi Clijsters

Eigenlijk is het toeval dat de verkiezingen voor het Europees Parlement, voor de Belgische federale Kamer, en voor de diverse regionale parlementen in dit land op 25 mei samenvallen.
labels
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Europese en regionale verkiezingen vallen al samen sinds 1999, en stellen parlementen samen voor een legislatuur van vijf jaar die niet vervroegd kan worden afgesloten. Op Belgisch niveau duurde een normale legislatuur slechts vier jaar, en in 2010 werd die een jaar te vroeg stopgezet; daarom zijn er nu nieuwe Kamerverkiezingen.

De partijen die de zesde staatshervorming uitdokterden, hebben echter de gelegenheid aangegrepen om nu ook op Belgisch niveau de normale looptijd van het parlement met een jaar te verlengen, zodat in de toekomst altijd voor de drie niveaus tegelijk zal worden gekozen. Dat is althans het plan. Honderdduizenden Belgische kiezers zullen daar hoegenaamd niet rouwig om zijn; voortaan hoeven ze dan slechts om de vijf jaar een zondagochtend 'op te offeren'. Oef.

En de verkozenen des volks – en veel méér nog hun partijleiders en penningmeesters – die vinden dit helemáál geweldig. Slechts één campagne lang de kiezers naar de mond praten, en daarna weer voor volle vijf jaar van dat domme en wispelturige zootje verlost. Oef.

Opgelucht

Iedereen dus opgelucht, iedereen tevreden? Niet echt. Want als je hier eventjes dieper over nadenkt, zijn volledig samenvallende verkiezingen niet zo goed voor de gezondheid van de democratie. Om formalistische en realistische redenen.

Realistisch gezien weet iedereen dat ongeveer geen mens zich interesseert voor de Europese verkiezingen (voor een parlement dat wel blaft maar niet durft bijten). In EU-lidstaten waar geen opkomstplicht bestaat, komt doorgaans nauwelijks meer dan de helft van de kiezers opdagen wanneer niet tegelijk een andere verkiezing op het spel staat. En zelfs in België ligt het aantal geldige stemmen telkens ettelijke procenten lager dan voor de regionale verkiezingen die tegelijk plaatsvinden.

Erger dan die minieme belangstelling is echter het feit dat de kiezers dan hoegenaamd geen 'Europese' stem uitbrengen, maar vooral hun ongenoegen luchten over hun respectieve nationale regeringen. Veel meer nog dan regionale verkiezingen worden EU-verkiezingen daarom betiteld als “second order elections”: de kiezer (m/v) heeft het gevoel dat hier toch minder op het spel staat dan bij 'echte' (= nationale) verkiezingen, en durft al wat radicaler stemmen dan anders – áls hij al gaat stemmen.

Dat is misschien wel handig omdat de burger zo wat stoom kan aflaten zonder daarom echt potten te breken. Maar op die manier worden wel verschillende niveaus door elkaar gehaspeld. En dat is niet goed voor het democratisch bewustzijn van de burger ... én van de verkozenen.

Afbakenen

Je kan het gemakzuchtig als 'formalistisch' afdoen, maar (onder meer) VUB-politoloog Kris Deschouwer heeft wél gelijk wanneer hij stelt dat verkiezingen moeten gaan over een welbepaald niveau van besluitvorming, en dat je dus beter duidelijk afgebakende verkiezingen kan hebben voor duidelijk afgebakende niveaus: het Europese, het Belgische, het regionale. Als je al die verkiezingen op een hoop gooit, haal je ook motivaties en emoties door elkaar en verteken je in feite de 'volkswil'.

Met name in een (min of meer) federale staat is zoiets van belang. Ook dat is niet zomaar een formalistisch argument. Voor een gezonde ontwikkeling van de democratie is het immers van belang dat de burger duidelijk kan onderscheiden wíé voor wélke beslissingen verantwoordelijk is, zodat hij ook op het juiste niveau beleidsmensen kan afstraffen of belonen. Die duidelijkheid gaat verloren wanneer bevoegdheidsterreinen niet duidelijk zijn afgebakend, of wanneer verkiezingen voor verschillende niveaus samenvallen.

Kortom: er zijn goede democratische argumenten om verkiezingen níét te laten samenvallen. Waarom zijn vrijwel alle partijen er dan zo op gebrand dat wél te doen?

Rust roest

Uit zuinigheid? Omdat zij het vele geld dat zij van de overheid krijgen liever niet te vaak uitgeven aan geldverslindende verkiezingscampagnes?
Uit onzekerheid over de eigen toekomst nu de kiezers niet meer zo sterk als vroeger vast hangen aan de vertrouwde verzuilde schaapstal, en vrolijk of mokkend 'zweven' van de ene hemel-vol-beloften naar de andere?
Uit bezorgdheid om de kwaliteit van het regeringswerk? Want, zo hoor je dan, te vaak opeenvolgende verkiezingen belemmeren het ernstige regeringswerk. Om haar werk goed te doen heeft een regering rust nodig.

Kijk, dát is nu 's een heel merkwaardig argument. Het komt er eigenlijk op neer dat de beleidsmensen bij hun nobele taak ten bate van de hele bevolking liefst niet te vaak worden geconfronteerd met wat die bevolking daarvan vindt. Ja, u moet nu wellicht grinniken, maar dit is au fond toch hoogst bedenkelijk.

Verkiezingen horen een parlement samen te stellen waarin vervolgens een meerderheid wordt gevonden voor een bepaald beleidsprogramma. Dan zou je mogen verwachten dat die beleidslijnen ook de wil van een meerderheid van de bevolking weerspiegelen. En is er voor die angst voor de kiezer geen goede reden.

Angst

Tot zover de mooie theorie. In de praktijk zal een regeringsmeerderheid ook wel 's beleid moeten voeren (of gedogen) dat veel kritiek uitlokt. Dat betekent niet noodzakelijk dat dit beleid – of het verzet ertegen – per definitie ondemocratisch zou zijn. Alleen moeten bewindslieden dan de bevolking met goede argumenten kunnen overtuigen van de zin van hun beleidskeuze. Zoals wijlen Gaston Eyskens destijds zei: “Ga het dan maar uitleggen voor woedende parochiezalen”.

De parochiezalen van toen zijn de tv-studio's van vandaag, en woede is daar veel minder tastbaar. Maar het uitleggen is nog altijd belangrijk. Alleen is daar méér dan vijf minuten moed voor nodig, én bovendien een samenhangende visie op wáár men met een samenleving heen wil. Als dát te veel is gevraagd, ja, dan is angst voor de kiezer op zijn plaats.

Maar ... wanneer – bij gebrek aan moed of visie? – partijstrategen en beleidsmakers ervoor kiezen om verkiezingen zoveel mogelijk te beperken, dan is het eerder de kiezer zelf die bang moet worden voor de toekomst van de democratie.

(Edi Clijsters is oud-journalist en gewezen diplomaat. Hij is lid van de Gravensteengroep.)

 

 

 

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.