Partijen willen koopkracht beschermen

Alle Vlaamse partijen willen de koopkracht van de mensen beschermen, al moet dat niet noodzakelijk gebeuren door het behoud van de automatische loonindexering. Dat blijkt uit een kopstukkendebat over financieel-economische thema's in Leuven.

Zowel Kris Peeters (CD&V), Bruno Tobback (SP.A), Gwendolyn Rutten (Open VLD) als Philip Claeys (Vlaams Belang) pleitten voor het behoud van de index. Volgens Rutten is dat essentieel om de koopkracht van de mensen te behouden. Zij pleit er wel voor om met de sociale partners te bekijken op welk ogenblik die indexering moet uitbetaald worden. Tobback stelt de index niet in vraag. Om een mateloze stijging ervan te vermijden kan er volgens hem beter ingezet worden op een bestrijding van de inflatie, waardoor de index veel minder snel stijgt.

Philippe Muyters (N-VA) pleit ook voor het behoud van koopkracht, maar wil dat op sectoraal niveau regelen, zodat de bedrijven waar de productiviteit het meest stijgt, meer loonsverhoging kunnen toestaan dan andere. Hij pleit ook voor een eenmalige indexsprong, maar die wordt volgens hem voor de lagere inkomens gecompenseerd door andere maatregelen. Peeters is het daar niet mee eens. Volgens hem heeft het verleden bewezen dat een sectorale aanpak, zoals voor 1996, het systeem scheeftrekt. 

Wat betreft de werkloosheidsuitkeringen pleit Muyters voor het beperken van die uitkeringen tot twee jaar. Dat zal een springplank zijn om sneller een nieuwe baan te vinden. Ook Open VLD is voor het beperken in de tijd van de uitkeringen. Rutten wil de uitkering stopzetten na drie jaar en de werklozen verplichten om het derde jaar gemeenschapsdienst te doen.

CD&V is tegen het beperken in de tijd van de uitkeringen. Volgens Peeters zal die immers alleen het probleem verschuiven naar de OCMW's. Ook voor Tobback is de beperking in de  tijd geen optie: de mensen worden zo naar een leefloon geduwd en voor mensen die samenwonen met een partner die werkt, kan dat leefloon dan nog in gevaar komen.

Pensioenen

Dat de mensen in de toekomst langer zullen moeten werken, daar is iedereen het over eens. De vraag is alleen hoe dat kan worden bereikt. Tobback pleit voor het afschaffen van een vaste pensioenleeftijd en wil een pensioen toekennen na een loopbaan van 42 jaar. De gelijkgestelde periodes zoals tijdskrediet moeten mee in rekening worden gebracht omdat dat de enige manier is om gezin en werk voor tweeverdieners te combineren. Ook Vlaams Belang is te vinden voor een pensioen na een loopbaan van 42 jaar.

Peeters maakt zich  grote zorgen over de financiering van de pensioenen en stelt daarom dat een loopbaan van 45 jaar nodig blijft. Alle systemen zoals het brugpensioen, die een vervroegde pensionering voor de leeftijd van 60 jaar mogelijk maken, moeten worden afgeschaft. Alleen tijdskrediet voor zorg en bijscholing zal nog meetellen voor het berekenen van het pensioen.

Rutten stelt dat de essentie van een goed pensioen berust op de drie klassieke pijlers en het investeren in een eigen huis. Voor haar kan het wel niet dat mensen die hun hele leven werkloos zijn geweest evenveel recht zouden hebben op een pensioen als de mensen die werken.  Kristof Calvo (Groen) wil alles inzetten op een versterken van het wettelijk pensioen na een loopbaan van 42 jaar.

N-VA tenslotte wil de mensen langer laten werken, de oudere werknemers moeten wel een aangepaste job krijgen. Vroeger dan 65 jaar op pensioen gaan kan voor de partij, maar dan zal het pensioen een stuk lager liggen (een malus), hoeveel juist moet nog worden bepaald. Tijdskrediet komt niet meer in aanmerking voor de berekening van het pensioen.

De loonkosten verminderen

Alle partijen waren het ook eens over het feit dat de loonkosten in ons land te hoog zijn, maar verschillen van mening over de manier waarop daaraan kan worden verholpen. Voor SP.A en Groen ligt de oplossing in het verschuiven van de belastingen op arbeid naar een vermogensrendementsbelasting. Besparen bij de overheid is nodig, maar daar zal niet genoeg geld gevonden worden voor een vermindering van de lasten op arbeid.

CD&V, Open VLD en Vlaams Belang zijn tegen een hogere belasting op kapitaal. Volgens Peeters zou dat leiden tot een kapitaalvlucht en zou de opbrengst ervan veel lager liggen dan wat Groen in zijn programma berekend heeft. Hij ziet meer in een verschuiving van de lasten op arbeid naar die uit consumptie (een hogere btw). Rutten wil absoluut een verhoging van de belastingen vermijden en alles inzetten op een hogere groei.

Meer of minder Europa

Vlaams Belang was de enige eurosceptische partij in het gezelschap. Philip Claeys pleitte voor een beperking van de eurozone tot de noordelijke landen. Een toezicht op de Belgische begroting is volgens hem niet nodig.

De andere partijen zijn voor méér Europa, al zijn ze het niet altijd eens over welk Europa. Peeters stelt dat voor een open economie als de Vlaamse een beter werkend Europa essentieel is. Dat de Europese Commissie daarbij toezicht houdt op de begrotingen van de lidstaten is goed. Ook Rutten zegt dat om mee te spelen in de wereld de Europese landen meer moeten samenwerken. Ook op sociaal vlak zal er meer moeten worden samengewerkt, maar dat wil daarom niet zeggen dat er overal een Europees minimumloon moet worden ingevoerd.

Muyters zegt dat we vooral eurorealistisch moeten zijn. De lidstaten moeten niet meer aan Europa geven dan wat ze willen geven, maar als je mee wil spelen in de eurozone, dan moet je daar de gevolgen van dragen en dus ook een toezicht op de begroting aanvaarden.

Tobback is ook voor meer Europa, maar hij dringt aan op een gecoördineerd sociaal beleid. Ook Calvo pleit voor meer Europa, maar een ander dan vandaag. Het grootste probleem vindt hij is de crisis van het Europese project. Dat heeft geen draagkracht meer bij de mensen.

Herbekijk hier het debat

lees ook