Rijken worden rijker, middenklasse verdwijnt

In sommige rijke landen, zoals de Verenigde Staten, Frankrijk, Canada en Oostenrijk, heeft de toegenomen ongelijkheid de laatste dertig jaar een erosie teweeggebracht van de middenklasse. Dat blijkt uit een rapport van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), dat maandag is voorgesteld.

Het rapport stelt dat de baten van de economische groei sinds begin jaren 1980 disproportioneel naar de rijksten in de samenleving zijn gevloeid. Het gemiddelde inkomen van de rijkste 10 procent van de bevolking in de OESO-landen lag in 2010 9,5 keer hoger dan dat van de armste 10 procent. In 1985 was dat 7 keer.

In de Verenigde Staten ging 47 procent van de totale inkomensgroei tussen 1976 en 2007 naar de rijkste 1 procent. In Canada was dat 37 procent en in Australië en Groot-Brittannië 20 procent. Voor België geeft de studie geen cijfer.

De kloof tussen rijk en arm is sinds de financiële crisis nog sneller groter aan het worden, stelt de OESO vast.

In sommige OESO-landen is de middenklasse als gevolg van die toegenomen ongelijkheid gekrompen. Dat is niet enkel in de Verenigde Staten het geval, maar ook in Australië, Canada, Oostenrijk en Frankrijk. In die landen is het aandeel in de inkomsten van de groep tussen de 20 procent armsten en de 20 procent rijksten, gekrompen. In België stelt de OESO het fenomeen niet vast.

Daarentegen heeft de groei in de opkomende industrielanden en de ontwikkelingslanden het aandeel in de inkomens van de middenklasse doen toenemen. Maar die prille middenklasse is kwetsbaar, waarschuwt de OESO. In Afrika bijvoorbeeld, loopt de helft van de 300 miljoen mensen die deel uitmaken van de middenklasse, het risico om terug te vallen in armoede als er een familielid overlijdt of als ze een ernstige tegenslag kennen.