"Naamloos, overtollig wrakhout" - Walter Van Steenbrugge

Ze schuwde de scherpe woorden niet. Er kwam strijd en heldere verontwaardiging uit haar taal. Ze wou geen tijd meer onverlet laten. Geen tijd meer voor geneuzel, pingpong of ander geouwehoer. Actie, nu, met passie en overtuiging, of zoals Erwin Mortier het meesterlijk omschreef in zijn laatste oeuvre : "er moet ziel zijn in alles wat we doen, of we nu onze kleren aanhouden of niet."

Ellen Vermeulen moet een West-Vlaamse zijn, dat verraadde haar accent, weinig verhuld in de rake antwoorden die ze gaf op de vragen van Annick Ruyts, afgelopen woensdag in Turnhout.
Haar documentaire "9999", eerder al te zien in het duurste land ter wereld, Zwitserland, was die woensdag in Belgische première gegaan ter gelegenheid van het plaatselijke Turnhoutse filmfestival. Nooit heb ik het tijdens het afspelen van een film zo stil geweten. Geen vervelende kauwgom- of andere knabbelgeluiden, zelfs geen gekuch, wel gezucht. Daar zorgde de ingehouden adem voor.

De stilte brak zowaar de pellicule.

Ik vraag me af wat de uitverkochte zaal vond van deze unieke prent die Ellen Vermeulen in beeld bracht over het onacceptabel lot dat geïnterneerden in onze gevangenissen moeten ondergaan, en durf al helemaal niet te denken aan hoe de Zwitsers de film inmiddels hebben verteerd.

Wellicht waren er een aantal die zich afvroegen of de film geen fictie was. Voor degenen die meer vertrouwd waren met de middeleeuwse wantoestanden gold misschien het vraagstuk van de (eigen) verantwoordelijkheid. De uit de realiteit, messcherp, getrokken beelden en de beklijvende personages, een en al vermoeid en gedoemd, moeten een verpletterend onbehagen hebben losgeweekt. In de tijd terugblikkend, en zich afvragend hoe het zo en zo lang fout kon lopen, dit kan niet anders dan een pijnlijke schok en dito gêne te hebben teweeggebracht.
De Bijbel met zijn "zalig de dwazen van geest" heeft alvast niet veel soelaas gebracht.

De aansprakelijkheid lijkt me collectief, een veelkoppig monster.
In ieder geval hebben de drie machten die garant staan voor de democratie, zwaar gefaald.

Falende wetgever, dito uitvoerende macht

De wetgever heeft jarenlang gedraald een deugdelijke basiswet te maken die de toets van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens kan doorstaan. Wanneer dan in 2007 uiteindelijk een verhakkelde wet tot stand kwam, bleef hij dode letter, want er volgde geen uitvoeringsbesluit van de uitvoerende macht.

Deze laatste liet zich meermaals veroordelen door het Europese Mensenrechtenhof te Straatsburg, maar beperkte zich lange tijd enkel tot het uitkeren van enkele schadevergoedingen.

Nu reeds weten we dat de twee gespecialiseerde forensisch psychiatrische centra voor geïnterneerden een onvoldoende aantal plaatsen beschikbaar zullen stellen, gelet op het steeds verder aanzwellend aantal geïnterneerden. Wat we nog niet weten, is hoe en op welke basis de selectie zal gebeuren van welke geïnterneerde wel en welke niet naar deze gespecialiseerde centra mag overgebracht worden, of er voldoende en voldoende geschoold verplegend personeel aanwezig zal zijn en of de centra meer op gevangenissen zullen lijken dan wel ruimte zullen creëren voor therapie en behandeling.

Haastige beslissingen

De rechterlijke macht liet zich ook al te vaak heel dunnetjes uit over de strijdigheid van het geïnterneerdenbestaan met de Europese standaarden.

Interneringen werden soms ook al te makkelijk uitgesproken voor "kleine", weinig zwaarwichtige misdrijven, waardoor gedwongen sekwestratie voor onbepaalde tijd mogelijk werd. Niet zelden gebaseerd op slordige politionele verhoren, waar somtijds de politieagent geen notie had van of geen rekening hield met de psychisch wankele toestand van de verhoorde.

Veel vonnissen, die de internering gelasten, werden gesteund op in de haast opgestelde en dus onvolkomen psychiatrische verslagen van geneesheren die, geplet onder de blinde besparingswoede van de overheid, snel een A4-velletje vol schreven, met jarenlange schade voor de betrokkene tot gevolg.
 

Onverschillige advocaten

De advocatuur wierp decennialang ook al geen dam op.
Er viel bij de togadragers nauwelijks enig rebellenkleed te bespeuren, wel hier en daar eens een wat holle slagzin, maar veel krachtige acts kwamen er niet. Was de groep geïnterneerden voor de politiek van geen electorale waarde, voor de advocatuur was ze niet van veel financieel gewin gespeend.

Wie al evenzeer boter op het hoofd heeft, zijn de uitbaters van de psychiatrische ziekenhuizen. Hoe frequent kreeg een aanvraag om als geïnterneerde te worden opgenomen in een psychiatrische kliniek, een "njet" onder het mom dat er geen plaats was, in een zo herkenbaar sociaal opgesmukt vocabularium. Terwijl er bedden leeg stonden... De neus werd immers opgehaald voor geesteszieken die een delict hadden gepleegd, ofschoon het gedrag van een geïnterneerde nauwelijks verschilde van dat van de gecolloqueerde, die wel altijd de weg vond naar de psy-kliniek. Waardoor de huizenhoge discriminatie tussen de geïnterneerde en de gecolloqueerde kwam vast te staan.

Het schuldige gevangeniswezen

En last but not least zijn er de beleidsfiguren van de penitentiaire overheid. De documentaire, evenals de Europese comités ter preventie van foltering, straft hen af. Vooral de beelden die Ellen Vermeulen schoot van de geïnterneerde die, bij zwak schemerlicht, in zijn cel door de cipier een handvol pilletjes toegeschoven kreeg en dus zelf als een volleerde dokter moest uitzoeken welke en hoeveel medicijnen hij nog voor het slapengaan tot zich moest nemen, spraken boekdelen.

Enkel nog wat meer gruwel over de vele zelfmoorden van de geïnterneerden ontbrak. Ook de verdwijntruc kregen we niet te zien, die soms wordt toegepast op gedetineerden die aan het einde van hun straf komen en wegens beweerde "gevaarlijkheid" zonder veel poeha het etiket van geestesgestoorde opgekleefd krijgen, om vervolgens verder weg te kwijnen in de vergeetputten van onze zogezegde beschaafde Vlaamse maatschappij. Van gedetineerde in een handomdraai geïnterneerde.

De stilte was dan in Turnhout voorwaar nog wat akeliger geweest.

Geen negenproef

De reportage waarvoor Ellen Vermeulen anderhalf jaar research en opnames deed, behoeft niet de geniale negenproef (facts-check) van Ivan De Vadder. De film van Vermeulen is bikkelharde realiteit, wat Wilfried, de man met de "piechose" (zo spreekt hij zijn ziekte uit), er in zijn gevatte taal bij de aanvang van de film ook over moge beweren.

Ellen Vermeulen heeft met veel girlpower de publieke opinie hopelijk nu echt wakker geschud, en legt de kijker, zonder het met woorden te zeggen, de volgende keuze voor :
Ofwel gaan we repressief verder met de geïnterneerden als naamloos, overtollig, wrakhout te tariferen, te etiketteren en ze in haveloze cellen tot het jaar 9999 te vergeten, ofwel dempen we de kloof van de sociale ongelijkheid waarin die mensen, door hun genen of levensomstandigheden, zijn terechtgekomen, en bieden we ze een menswaardig bestaan.

Voor Nelson Mandela was die keuze snel gemaakt. Hij vond dat mensen die andere mensen onterecht opsloten zelf gevangenen waren. Maar dan gevangenen van de haat, gezeten achter de tralies van de vooroordelen.
 

(Walter Van Steenbrugge is strafpleiter."

lees ook