De twee gezichten van Wallonië

"Wat we zelf doen, doen we beter!" is al jaren de slagzin van het herwonnen Vlaamse zelfvertrouwen. Aan de andere kant van België staat een verarmd en uitzichtloos Wallonië, of klopt dat beeld toch niet?

Onlangs maakte professor Economie Paul De Grauwe (ex-KU Leuven, nu London School of Economics) in "Een beter België" brandhout van de alom verspreide stelling dat de rijke Vlaamse regio gehinderd wordt door een arm Waals blok aan het been. Volgens De Grauwe is de perceptie dat Vlaanderen meer dynamiek krijgt als de sleutels van het economische beleid worden overgeheveld, een waanbeeld.

Vlaanderen is inderdaad een rijke regio in Europa, maar -omdat onze media en wij als Vlamingen zelf nauwelijks over de taalgrens kijken- blijft de perceptie hardnekkig dat Wallonië in de derde wereld ligt en enkel overleeft dankzij transfers vanuit Vlaanderen.

Nu klopt dat beeld van het "arme Wallonië" niet helemaal. Inderdaad heerst er veel kansarmoede in de vervallen industriebekkens van Henegouwen en Luik, maar anderzijds zijn Waals-Brabant, Namen, Luxemburg en delen van de provincie Luik vrij welvarend.

Vlaanderen heeft sinds de jaren 60 meestal een grotere economische groei laten optekenen dan de andere gewesten in ons land, maar de voorbije vijf tot zes jaar was die situatie vaak omgekeerd. Geloof het of niet, maar de Waalse groei en export lagen toen in verhouding vaak hoger dan in Vlaanderen en de voorbije tien jaar zijn de inkomens in Wallonië gemiddeld sneller gestegen dan in Vlaanderen of Brussel.

De "hardwerkende" Vlamingen zijn met 6,1 miljoen en leveren 57,9% van het bruto binnenlands product van ons land. Er zijn 3,4 miljoen Walen en die produceren 23,3% van het bbp van België. Al zijn de Walen met minder, er is dus een verschil.

Oude industrie krijgt klappen

Toch kunnen we er niet omheen dat het oude industriële weefsel van Wallonië uiteenrafelt. Al sinds de middeleeuwen steunde de Waalse industrie op drie pijlers: kolen, metallurgie en glas. Het eerste is al jaren weg en de ermee verbonden staalindustrie heeft door de recente crisis misschien de nekslag gekregen.

De beslissing van ArcelorMittal om de hoogovens in Luik definitief te doven, heeft een schok door de regio gestuurd, zeker nadat begin vorig jaar ook werd aangekondigd dat grote delen van de "koude lijn" in Luik geschiedenis gingen worden. Dat is geen alleenstaand feit: eerder zijn Carsid in Marcinelle bij Charleroi al gesloten, ook Duferco heeft in La Louvière het licht uitgedaan, terwijl de Russische groep NLMK ook al fors geherstructureerd heeft.

Naast kolen en staal was glas de derde pijler van de oude Waalse industrie. Vandaag werken er nog altijd 8.600 mensen in die sector. De soap van kristalproducent Val-Saint-Lambert,die van faillissement naar faillissement strompelt, is u intussen al bekend. Begin dit jaar kondigden zowel de glasfabrieken van Saint-Gobain in Auvelais bij Namen als AGC in Roux bij Charleroi de sluiting aan. Samen verliezen daar 500 mensen hun baan. Onlangs kondigde ook de producent van constructievoertuigen Caterpillar in Gosselies het verlies van 1.400 banen aan.

Nog zo'n Waalse coryfee was het keramiekbedrijf Royal Boch uit La Louvière. Ik heb thuis nog een zeker 60 jaar oud erfstuk van borden en tassen die niet enkel mooi zijn, maar ook tegen een stoot kunnen. Anders dan sommige moderne sets verliezen die niet na enkele keren in de vaatwasmachine hun kleurenpatroon. Maar omdat wij liever goedkope Chinese rommel kopen, is het eeuwenoude Boch al jaren geleden uit de markt gemept en gesloten.

Voor u daaruit overhaaste conclusies trekt, toch even opmerken dat de voorbije jaren ook in Vlaanderen veel bedrijven de deuren hebben gesloten, onder hen twee autofabrieken.

Waals Marshallplan, gedaan met lachen?

Nu is er ook een ander Wallonië opgestaan. In 2005 werd op initiatief van toenmalig PS-voorzitter Elio Di Rupo het "Marshallplan" of economisch herstelplan voor Wallonië opgestart. Met het plan wou het Waals Gewest tanende sectoren zoals staal en glas achter zich laten en zich richten op de toekomst. Daarbij staken ondernemers, de Waalse overheid en universiteiten en onderzoekscentra de koppen bij elkaar.

Liever dan de schaarse middelen te spreiden over te veel sectoren, werden zes speerpunten of competitiviteitspolen geselecteerd waarin investeerders konden rekenen op steun, lastenverlaging, infrastructuur en opleidingen. Die speerpunten zijn lucht- en ruimtevaart, de agro-industrie, mechanica en nieuwe materialen, farma en life sciences, transport en logistiek en sinds 2010 (toen kwam Ecolo in de regering) ook duurzame energie.

Revolutionair was dat de gesteunde projecten niet door politici geselecteerd werden zoals in het verleden, maar door een jury van bedrijfsleiders onder leiding van de Vlaamse ondernemer Luc Van Steenkiste van Recticel.

Werd het plan indertijd door de critici afgedaan als "politiek gezwets", dan is het lachen hen nu wel vergaan. Het project heeft al geleid tot 47.000 nieuwe banen, vaak in veel belovende sectoren. Meer dan 30.000 bedrijven -onder hen veel kmo's- hebben Waalse steun gekregen en meer dan 400.000 mensen hebben een opleiding gevolgd.

Minstens even belangrijk is dat het Marshallplan een mentaliteitswijziging in de richting van meer enterpreneurschap heeft ontwikkeld in Wallonië en een hernieuwd zelfvertrouwen.

Wel is er nog een lange weg te gaan vooraleer Wallonië in het wiel van Vlaanderen komt, maar de achterstand wordt nu eindelijk eens aangepakt. Een sterker en welvarend Wallonië is overigens ook goed nieuws voor Vlaanderen, want dat gewest kan zo uitgroeien tot een belangrijke handelspartner en tegelijk de cohesie in ons land versterken.

De taalgrens is overigens ook geen "IJzeren Gordijn". Enkele honderdduizenden Vlamingen zijn de jongste jaren gaan wonen in Wallonië, vooral dan in Waals-Brabant omdat de bouwgronden er goedkoper zijn. En vergeten we ook niet dat er nogal wat gemengde huwelijken zijn. Zo hebben zowel Waals minister-president Rudy Demotte (PS), vicepremier Laurette Onkelinx (PS) en MR-voorzitter Charles Michel Vlaamse "roots".

lees ook