Biologen bestuderen veel vaker mannelijke genitaliën dan vrouwelijke

Onderzoekers van de Macquarie Universiteit in Australië stellen dat biologen nog al te vaak enkel mannelijke geslachtsorganen onderzoeken ten koste van de vrouwelijke pendanten. Toch is het belangrijk voor de wetenschap dat ook vrouwelijke genitaliën bestudeerd worden, vinden de onderzoekers.

Seksisme, het bestaat klaarblijkelijk ook in de wetenschap. Een onderzoeksteam van de Australische Macquarie Universiteit nam 364 studies over biologische evolutie onder de loep. Amper een kleine 8 procent ging enkel over vrouwelijke geslachtsorganen, bijna de helft ging uitsluitend over voortplantingsorganen bij mannelijke dieren, de rest was een combinatie van de twee.

Al in 2004 stelde een studie het probleem aan de kaak. De nieuwe studie bevestigt en toont aan dat er de afgelopen 10 jaar niets is veranderd.

"Mannelijke geslachtsorganen makkelijker te bestuderen"

Naar een eenduidige oorzaak voor de scheeftrekking is het gissen. Volgens onderzoeker Andrew Barron heeft het wellicht te maken met het feit dat het uitwendige karakter van de mannelijke geslachtsorganen zich makkelijker tot onderzoek leent. Opvallend is dat niet alleen mannelijke onderzoekers, maar ook hun vrouwelijke collega's zich lijken te bezondigen aan die vooringenomenheid. Er is volgens het onderzoeksteam overigens geen enkele biologische reden om aan te nemen dat vrouwelijke genitaliën niet kunnen bestudeerd worden.

"We nemen aan dat wetenschappers ervan uitgaan dat vrouwelijke dieren minder belangrijk zijn dan mannetjes in het wetenschappelijk onderzoek naar biologische evolutie," zegt Barron. En dat is een verkeerde veronderstelling, waarschuwen de onderzoekers. De studie van vrouwelijke genitaliën is wel degelijk belangrijk.

Het belang van onderzoek naar vrouwelijke geslachtsorganen

Hoewel er dus weinig van zijn, hebben studies over de biologische evolutie van het vrouwelijke geslachtsorgaan al opmerkelijke resultaten opgeleverd.

Zo heeft onderzoek aangetoond dat vrouwelijke kevers zich snel kunnen aanpassen aan pijnlijke stekels van keverpenissen. De vrouwtjeskevers hebben op termijn een bindweefsel ontwikkeld dat hen daar tegen moet beschermen. Ook bij de schaatsenrijder - een insect dat leeft op het wateroppervlak - deden wetenschappers interessante vaststellingen. Zo hebben de vrouwelijke schaatsenrijders een schild ontwikkeld tegen al te bronstige mannetjes. Dat heeft dan weer geleid tot een aanpassing in het paargedrag van de mannetjes. 

De onderzoekers van de Macquarie Universiteit willen nu dringend een aanpassing in het onderzoeksgedrag van wetenschappers. De studie van het vrouwelijk geslachtsorgaan kan namelijk belangrijke biologische inzichten opleveren.