Een op de drie scholieren krijgt hulp van CLB

Een op de drie leerlingen in het Vlaamse onderwijs kreeg vorig schooljaar hulp van een Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB). Naast de 517.000 verplichte medische onderzoeken kregen de CLB's ook 371.000 zorgvragen van leerlingen in basisonderwijs en middelbaar van alle netten.
AMELIE-BENOIST / BSIP

De CLB's beschikken pas sinds kort over een informatiesysteem om leerlingendossiers digitaal bij te houden, het Leerlingen Administratie- en Registratiesysteem (LARS). Uit het jaarrapport daarvan blijkt onder meer dat de CLB's alle netten samen zo'n 371.000 zorgvragen kregen. "Dat is een op de drie leerlingen in Vlaanderen die extra CLB-zorg heeft gekregen. Zet je die allemaal samen, dan kun je zestien keer het Sportpaleis in Antwerpen vullen", zegt Annelies De Graeve, woordvoerster van de VCLB-koepel.

"Binnen de sector staan we zelf versteld van het grote aantal zorgvragen", zegt De Graeve. "Anno 2014 blijkt dat de CLB's van onschatbare waarde zijn", vult Stefan Grielens, directeur van de VCLB-koepel, aan. "We stellen vast dat jongeren in een almaar complexere wereld toch opvallend vaak bij onze CLB's aankloppen met zorgvragen."

"Geen bijkomend personeel"

CLB's helpen niet alleen bij studiekeuze of gezondheidsproblemen, maar ook bij psychosociale problemen, zoals niet goed in zijn of haar vel zitten, faalangst, of eetstoornissen. Opmerkelijk is dat het aantal te begeleiden leerlingen sinds het jaar 2000 met 160.000 toenam, maar dat er geen personeel is bijgekomen. "Men kan niet eindeloos melken, " zegt Stefan Grielens. "Als we voldoende beschikbaar willen zijn, dan moet de overheid meer middelen en mensen voorzien."

Uit het rapport blijkt dat de CLB's - behalve in de medische consulten - veel energie steken in preventieve gezondheidszorg, en dat studiemethode en onderwijsloopbaanbegeleiding goed zijn voor een derde van de zorgcontacten. In absolute cijfers - en voor het schooljaar 2012-2013 - kregen 139.488 leerlingen hulp bij de studiekeuze, 27.511 leerlingen zaten met een zorg over problemen thuis en 43.252 met een zorgvraag over sociale ontwikkeling. Bij 39.247 leerlingen ging het over dyslexie en/of een rekenstoornis.

Soms vergt een vraag trajectbegeleiding: CLB's treden gemiddeld drie keer voor een leerling op. De meeste contacten zijn er natuurlijk met de leerlingen en de school, maar het CLB contacteert ook vaak de familie van de leerlingen, of instellingen uit zijn netwerk, met name zorginstellingen, of een ander CLB. Uit de cijfers komt nog naar voor dat moeders een pak meer contact hebben met de CLB's dan vaders. In 2012-2013 hadden 114.393 mama's rechtstreeks contact met het CLB tegenover 53.721 papa's.

Voor de 1.127.802 leerlingen in het Vlaamse lager en middelbaar onderwijs zijn er 2.748 voltijdse CLB'ers. Voor de leerlingenbegeleiding wordt gewerkt in multidisciplinaire teams met een arts, een psychopedagogisch consulent, een maatschappelijk werker, een psychopedagogisch werker, een verpleegkundige of paramedisch werker en soms ook een intercultureel bemiddelaar en/of een ervaringsdeskundige in kansarmoede.