"Piramidestenen in oude Egypte niet over nat zand getransporteerd"

Twee hoogleraren van de KU Leuven spreken de stelling tegen van een groep onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam. Die stelden in hun onderzoek dat de oude Egyptenaren het transport van zware piramidestenen per slee vergemakkelijkten door het zand waarover de slee zich bewoog, te bevochtigen.

Volgens Harco Willems, egyptoloog, en Gert Verstraeten, fysisch geograaf, is het zeer onwaarschijnlijk dat de Egyptenaren de zware stenen over een zandige ondergrond transporteerden.

De onderzoekers van de universiteit van Amsterdam baseerden zich bij hun onderzoek op een afbeelding uit het graf in Dayr al-Barsha. Maar uit eigen studies van datzelfde graf, stellen Willems en Verstraeten dat er langs het tracé waarover het beeld op de afbeelding getransporteerd werd maar heel weinig zand ligt.

Volgens de twee hoogleraren zouden er wel grote hoeveelheden geërodeerde mergel liggen, wat het grondoppervlak hard en stabiel maakt. Ook in de omgeving van de piramides of van andere grote bouwprojecten zoals de tempels rond Luxor waren er geen zandwoestijnen.

"Uit studies van antieke transportwegen blijkt dat er voor dit transport grote hoeveelheden steenslag en modder werd gebruikt", klinkt het aan de KU Leuven. "Vaak werd een fundament van zwerfkeien aangelegd waarop lagen stenen van afnemende grootte werden aangebracht bedekt met een laag alluviale modder. In andere gevallen werd het harde woestijnoppervlak alleen glad gemaakt en voorzien van een laag modder".

Eerdere experimenten toonden al aan dat door deze ondergrond te bevochtigen met modder uit een rivier de wrijving zo sterk kan verminderd worden dat één persoon op een slede makkelijk een steen van 750 kilogram kan verslepen."