Kloof tussen sterke en zwakke leerlingen nergens zo groot als bij ons

De slimste leerling van de klas heeft 6 jaar voorsprong op de zwakste. De sociale achtergrond van leerlingen speelt daarin een belangrijke rol. Dat blijkt uit een analyse van de Pisa-resultaten, een internationale test die de vaardigheden van leerlingen vergelijkt. Vooral jongeren van vreemde afkomst en kansarmen blijken het slachtoffer van de kloof.
AMELIE-BENOIST / BSIP

De meest recente Pisa-test nam de wiskundige vaardigheden van onze 15-jarigen onder de loep. Uit die test blijkt dat Vlaamse leerlingen tot de Europese top behoren. Tot daar het goede nieuws, want een analyse in opdracht van de Koning Boudewijnstichting leert eveneens dat de kloof tussen sterke en zwakke leerlingen nergens zo groot is als bij ons.

De oorzaak van die kloof ligt bij de sociaal-economische achtergrond van de jongeren. "In Vlaanderen zien we dat kinderen uit rijke gezinnen betere resultaten halen op school en kinderen uit arme gezinnen globaal gezien minder goede resultaten halen. En dat is niet normaal", zegt professor Dirk Jacobs van de ULB.

Vooral allochtone jongeren hebben het moeilijk

Op die manier kan je hier meer dan in andere geïndustrialiseerde landen op basis van de opleiding van de vader of moeder de schoolcarrière van een kind voorspellen.

Ondanks de inspanningen voor gelijke kansen op school, zijn vooral de allochtone leerlingen daar het slachtoffer van. "40 procent van de allochtone leerlingen in Vlaanderen bereikt niet het minimale niveau dat eigenlijk mag verwacht worden op 15-jarige leeftijd. Hoogstwaarschijnlijk zullen die leerlingen het erg moeilijk hebben om aan de bak te komen op de arbeidsmarkt", aldus professor Jacobs. "Dat is iets waar we collectief als schoolsysteem en als samenleving falen." 

"Het gelijke-onderwijskansenbeleid volstaat niet"

Niet alleen de afkomst van de leerlingen is bepalend, maar ook de schoolomgeving zelf. Kansarmen en allochtonen zitten vaak samen in zogenoemde "concentratiescholen". De omkadering daar is volgens professor Dirk Jacobs niet optimaal want er is een groot verloop bij de leerkrachten. Jacobs stelt dat in die scholen de beste leerkrachten voor de klas zouden moeten staan, terwijl dat nu doorgaans niet het geval is. "In scholen met een kansarm publiek, en zeker ook als er veel allochtone leerlingen zijn, zal het vaker voorkomen dat er een paar weken geen leerkracht wiskunde is. Dan moeten we natuurlijk niet verbaasd zijn dat die leerlingen ook minder goed scoren."

In Vlaanderen is de kloof tussen jongeren met een migratieachtergrond en autochtonen overigens iets groter dan in Wallonië en Brussel, waar het gemiddelde niveau evenwel lager is. Toch kunnen prestatieniveau en gelijkheid hand in hand gaan, blijkt uit internationale vergelijkingen. Een teken dat in Vlaanderen het beleid van gelijke onderwijskansen niet volstaat, vindt professor Jacobs.

"Pak de concentratiescholen aan"

De Koning Boudewijnstichting wil haar bevindingen nu op de politieke agenda plaatsen. Vooral het probleem van de concentratiescholen moet opgelost worden. "In andere landen is de spreiding van leerlingen met verschillende types achtergrond veel beter", zegt Dirk Jacobs in "De ochtend" op Radio 1.

Ook het "watervalsysteem", waarbij leerlingen van de ene opleiding in de andere terechtkomen, moet aangepakt worden. "Het is een cruciale stap om daarvoor de onderwijshervorming door te voeren", zegt professor Jacobs in "De ochtend". Daarnaast moet ook het beroep van leerkracht geherwaardeerd worden.