PVDA+: zegen of vloek voor links? - Wim Vermeersch

Een van dé vragen van de verkiezingen op 25 mei is: wie aan de linkerzijde wint de stem van de Vlaming die zich niet kan vinden in het harde samenlevingsmodel van N-VA? Is dat de sp.a of de CD&V met haar ACW-vleugel? Of de oppositiepartijen Groen of PVDA+?
labels
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Net doordat de discussie zo op scherp is gesteld door de slopers van onze sociale welvaartsstaat, staan de zenuwen bij de verdedigers ervan strak gespannen. We zien tijdens deze campagne een felle strijd op links. Vanuit bolwerk Antwerpen hoopt de PVDA+ door te breken. Maar is de PVDA+ nu een vloek of een zegen voor links? Daarvoor moeten we allereerst haar programma bekijken.

Mikken op onvrede

De PVDA+ mikt in deze campagne op een groeiende groep ontevredenen, op de kiezer die zich niet kan vinden in ons geglobaliseerd maatschappijmodel. Reden tot onvrede te over natuurlijk: er is de doorgeschoten vermarkting in onze democratie, in onze ordehandhaving, en misschien morgen ook in onze zorg; het redden van de banken heeft onze overheidsfinanciën in het rood geduwd; en de percentages van de vermogensongelijkheid doen naar adem happen (in België bezit de rijkste 1% zo’n 10% van het vermogen, zo lazen we deze week in de studie van onderzoekers Sarah Cuypers en Ive Marx).

De PVDA+ spreekt dit kiezerssegment aan via een duidelijk discours. Ze wordt daarbij niet gehinderd door de nuances die beleidspartijen onvermijdelijk wel moeten hanteren. Geen fiscale amnestie, geen afkoopwet, geen GAS-wet, geen, geen, geen ... zo lezen we in haar verkiezingsprogramma. Het zijn symbooldossiers waar bijna iedereen op de linkerflank zich ideologisch in kan vinden, maar waar de PVDA+ zich vanop de zijlijn zonder schroom over uitspreekt.

De partij heeft geen last van de macht; hoeft met niemand compromissen te sluiten. Ze kan pleiten voor een vermogensbelasting, terwijl een vermogenswinstbelasting beleidsmatig misschien realistischer is. Ze kan roepen dat de notionele-interestaftrek moet worden afgeschaft, terwijl een politiek akkoord misschien enkel de uitwassen van het systeem (postbusbedrijven, frauderende multinationals) aanpakt. Die maagdelijkheid maakt hen aantrekkelijk bij de kiezer die ze viseert: de ontgoochelde sociaaldemocraat wiens partij precies zo vergroeid is met de macht.

Fris of muf?

Peter Mertens heeft zijn partij goed in de markt gezet. Via een handige marketing, een goed boek Hoe durven ze? en geruggensteund door een actieve studiedienst. De partij speelt in deze campagne duidelijk boven haar electoraal gewicht; ze krijgt als fris links geluid veel pers. Peter Mertens doet er alles aan om de PVDA+ neer te zetten als een gewone partij, links van de sociaaldemocratie, zoals Die Linke in Duitsland of de SP in Nederland. De partij heeft zich van onderuit georganiseerd en thematisch verbreed: ze spreekt niet langer enkel over de arbeider, maar nu ook over cultuur, klimaat of duurzaamheid (de overkapping van de Antwerpse ring!).

De vraag rijst echter of de PVDA+ daadwerkelijk haar marxistisch/leninistische ideologische veren heeft afgegooid. De partij zit nog steeds in de Communistische Internationale, tezamen met de communistische partijen van Noord-Korea, Cuba en Vietnam. Dat is een totalitair gezelschap waar het Duitse Die Linke en de Nederlandse SP niet in willen thuishoren. Nog niet zo lang geleden, in 2011 op zo’n congres van de Communistische Internationale, verklaarde de PVDA+ zich solidair met het regime van Noord-Korea, een totalitair regime dat zijn bevolking uithongert en elementaire sociale rechten ontzegt.

De PVDA+ is ook een partij met weinig interne democratische procedures. Hun meest recente beginselverklaring (die van 2008) bevat nog steeds een aantal erg stalinistisch aandoende passages: “Socialistische revolutie” (p. 23), “De partij is de hoogste vorm van organisatie” (p. 64), “Groepen die zich op andere besluiten of platforms organiseren, zijn niet toegelaten” (p. 65).

Het is jammer dat de partij haar ideologisch congres over 25 mei heen heeft getild. Staan de neuzen van de partijleiding nog niet allemaal in dezelfde richting? Het is alleszins een gemiste kans. De kiezer heeft recht op die duidelijkheid.
 

Doe de rijken betalen

Het programma van de PVDA+ valt te reduceren tot één argument: de rijken moeten betalen voor de crisis. De partij wil een taks van 1% op de grote fortuinen van meer dan 1 miljoen euro, van 2% op de fortuinen van meer dan 2 miljoen euro en van 3% op de fortuinen van meer dan 3 miljoen euro. Dat is natuurlijk een aantrekkelijke gedachte; het raakt ons sterk in ons onrechtvaardigheidsgevoel dat de rijken nauwelijks mee bijdragen in de oplossing van de crisis. Maar de vraag is of we hiermee de samenleving weer op het juiste spoor kunnen loodsen, laat staan de gebroken band tussen arbeiders- en middenklasse herstellen.

Een sociale zekerheid die er alleen is voor de (aller)armsten, gefinancierd door de (aller)rijksten, zal op termijn de steun verliezen van de tweeverdieners die ons systeem draaiende houden. Zodra die middengroep voelt zelf geen baat te hebben bij de sociale zekerheid, valt zij als een kaartenspel ineen. Het vooruitzicht dat men zelf kan ontvangen, dat men zelf kan genieten van goedkoop hoger onderwijs of zorg, is essentieel. Onze welvaartsstaat steunt op twee belangrijke principes: de mogelijkheid van sociale stijging voor mensen aan de onderkant en het bieden van comfort aan de middengroepen. Beiden staan vandaag erg onder druk.

Solidariteit dwing je niet af met enkel geldtransfers van rijk naar arm. Wel met het politiek voeden van de bereidheid om er samen op vooruit te gaan. Dat is in tijden van crisis een aartsmoeilijk politiek project. Probeer er maar eens een sterk campagnebeeld rond te bedenken. Je vindt er geen zo sterk als de simplistische ‘1%’.

Een eurosceptische partij, als die van Wilders

Op nationaal vlak een wat populistisch discours dus. Op Europees vlak horen we van de PVDA+ echter een ronduit eurosceptisch geluid, te vergelijken met dat van Wilders, Le Pen en andere Europese rechts-populisten.

PVDA+ trekt naar de kiezer met een kritisch programma: ze eist het opheffen van het Verdrag van Lissabon, volksreferenda over alle belangrijke beslissingen van de EU, de onmiddellijke stopzetting van de onderhandelingen van het Trans-Atlantisch vrijhandelsakkoord, enzomeer. Akkoord, er valt best wat te zeggen over het democratische gehalte van de EU, maar moet je daarom het hele Europese project uitkleden? Het is een weinig hoopvol programma, dat bovendien geen antwoord biedt op een van de belangrijkste vragen voor de volgende jaren: hoe kunnen we het Europees idee van vrij verkeer van personen verzoenen met onze nationale beschermingssystemen? Hoe kunnen we, met andere woorden, sociale en fiscale dumping binnen de Unie vermijden? De oplossing ligt in de uitbouw van een echte Sociale Unie; niet door te pleiten voor een ‘voorzichtig’, ‘teruggetrokken’ Europa.

Het is bovendien de vraag of een stem voor de PVDA+ op Europees niveau van ‘strategisch’ nut is. Velen willen de koers van het neoliberale Europa veranderen, de PVDA+ ook, maar een Europarlementslid zit er voor hen sowieso niet in.

Versnipperd links?

‘Strategie’. Het hoge woord is eruit.

Het is niet toevallig dat de slimme strateeg Peter Mertens net deze week, in de laatste rechte lijn naar de verkiezingen, 250 prominente figuren de oproep ‘Ik versterk links’ liet tekenen om hem in de Kamer te krijgen. Mertens laat geen gelegenheid onbenut te stellen dat de PVDA+ arbeiders terughaalt van extreemrechts, en zo links versterkt. Dat valt echter te betwijfelen. Politicologisch onderzoek over de lokale Antwerpse verkiezingen van 2012 (Peter Van Aelst, Sampol, januari 2013) toont het omgekeerde aan: de PVDA+ haalde geen stemmen terug van het Vlaams Belang (die gingen naar N-VA), maar vooral bij de Stadspartij van Patrick Janssens. Als de partij op 25 mei in Antwerpen 1 zetel haalt, zal dat waarschijnlijk niet anders zijn.

De strijd op de linkerflank is hard, met veel strategisch gefriemel: Bruno Tobback ‘verkiest een linkse regering boven een linkse oppositie’, Wouter Van Besien ‘betreurt dat ACW’ers hun stem in de zak van iemand als Pieter De Crem steken’ en Peter Mertens ‘wil in het parlement de linkse megafoon opnemen tegen de rechtse lawine’. Het is deze campagne niet altijd even gezellig op links. Sp.a moet duidelijk wennen aan de nieuwe concurrentie op de linkerflank; de PVDA+ op haar beurt laat niet na in te hakken op ‘de verraders van de linkse zaak’; en ook voor Groen mag het sinds kort niet langer alleen op ecologisch maar nu ook op sociaaleconomisch vlak een stukje scherper.

Dat een progressieve samenwerking niet voor deze campagne zou zijn, laat staan voor de volgende, is al lang duidelijk. Maar dat relatief gelijkgestemden zo fel op elkaar schieten, is toch ietwat verrassend. En nefast. Bart De Wever beseft dat een gedecimeerde sp.a, met winst voor Groen en PVDA+, de deur openzet voor een rechtse regering in Vlaanderen en speelt de tegenstander met welgemikte quotes doelbewust uiteen. Onderling gebekvecht op de linkerflank is echter nergens voor nodig; de vijand zit aan de overkant.

Als links versnipperd geraakt, kan dat het pad effenen voor rechts, dat klopt. Maar dat hoeft niet per se zo te zijn, op voorwaarde dat links gaat samenwerken. Vooral voor Groen en sp.a moet, na 25 mei, toch meer convergentie mogelijk zijn, al was het maar door op geregelde tijdstippen eens (informeel) samen te zitten? Voor de PVDA+ zal het water wellicht altijd wel te diep blijven.

(Wim Vermeersch is hoofdredacteur van 'Samenleving en politiek' (Sampol), onafhankelijk maandblad voor een sociale democratie.)
 

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.