Europees Parlement "veel meer dan glas riesling uit de Elzas"

Het enthousiasme voor de Europese verkiezingen was voor de eurocrisis al niet groot, maar zal nu nog minder zijn. Toch heeft dat parlement misschien evenveel belang als de federale of regionale verkiezingen in ons land.

De eerste keer dat ik mocht stemmen, was in 1979, toen het Europees Parlement voor de eerste keer rechtstreeks werd verkozen. Daarvoor werd het bevolkt door leden van de nationale parlementen van de lidstaten.

Het EU-parlement was destijds nog een symbolisch kneusje dat op een aantal terreinen enkel wat advies mocht geven. Het werd ook vaak beschouwd als een plek waar men in eigen land afgedankte politieke kopstukken elegant kon dumpen of neutraliseren. Voor anderen stond het toen vrij machteloze parlement symbool voor het democratisch deficit van de EU, waar alles bedisseld werd in de Commissie (niet verkozen) en de ministerraad.

In de loop der jaren werden de bevoegdheden van "de praatbarak" in Straatsburg/Brussel echter uitgebreid, onder meer door het Verdrag van Maastricht uit 1991. Het Verdrag van Lissabon van 13 december 2007 zette de kers op de taart: het gaf het parlement nieuwe bevoegdheden en procedures, waardoor het zich wel kon laten gelden tegenover Commissie en Raad.

Op weg naar een echt Europees Parlement

Het Verdrag van Lissabon plaatste het parlement uitdrukkelijk op gelijke hoogte met de machtige raad van ministers en voegde 40 nieuwe beleidsterreinen toe aan de lijst waarover het parlement zijn zeg moet doen. Het gaat dan onder meer om landbouw, energie, veiligheid, immigratie en justitie, binnenlandse zaken en de structuurfondsen.

Het EU-Parlement begint zo te lijken op een echt parlement zoals bij dat in de lidstaten kennen en dat werkt het democratisch deficit in de EU voor een deel weg. Het parlement krijgt ook zijn zeg inzake internationale handel en sommige verdragen. Essentieel is dat het EP nu ook de hele begroting moet goedkeuren. Voordien sloeg dat maar op een deel, zo waren landbouwuitgaven -nog altijd het gros van de uitgaven- daar niet bij. Nu wel.

Ook nieuw is dat de Raad bij de voordracht van een nieuwe Commissievoorzitter rekening moet houden met het resultaat van de verkiezingen voor het EP (hoe revolutionair!). Het EP moet ook groen licht geven voor de benoeming van die voorzitter evenals die van andere leden van de Commissie, inclusief de vertegenwoordiger voor het buitenlands en veiligheidsbeleid. Dat is geen formaliteit, want in 2010 trok het EP een rode kaart voor een Bulgaarse kandidaat-commissaris. Sofia moest toen een andere commissaris voordragen.

Bovendien kan het EU-parlement sinds Lissabon ook zelf voorstellen doen voor wijzigingen aan de EU-verdragen. Tot dan toe konden enkel de Raad, de Commissie of de nationale regeringen dat.

EU-wetgeving sluipt ons land binnen

Ooit was de voorganger EGKS -zoals de naam laat vermoeden- enkel bevoegd voor kolen en staal. In de loop der jaren zijn er evenwel steeds meer terreinen van bevoegdheden bij gekomen en vooral het Verdrag van Maastricht uit 1991 zette een heuse Europese Unie in de stijgers, een proces dat afgerond werd in Lissabon.

De EU is nu zowat voor alles bevoegd: landbouw, asiel en migratie, binnenlandse zaken, buitenlands en veiligheidsbeleid, economie en uiteraard ook via de eurozone voor monetaire zaken. Een lidstaat die zijn begroting laat ontsporen, krijgt geheid een briesende EU-commissaris Olli Rehn in zijn nek.

Steeds meer wetgeving ontstaat via Europese richtlijnen die daarna moeten worden omgezet in de nationale (of regionale) wetten of decreten.Ook dat verhoogt het belang van het Europees Parlement en het is niet voor niks dat mensen zoals Wilfried Martens, Jean-Luc Dehaene en Guy Verhofstadt daar na hun premierschap zo graag naartoe trokken om op een breder podium een nieuwe carrière te beginnen.

Het EP is dus al lang veel meer dan "een glas riesling uit de Elzas". Los van de fracties zijn er vier hoofdstrekkingen in het parlement. Zo zijn er de idealistische "Europeeërs" zoals Verhofstadt die naar een echte "Verenigde Staten van Europa" streven als bekroning van de Europese integratie. Daarna volgt een pragmatische pro-EU-strekking die beseft dat de natiestaten in Europa op wereldvlak enkel kunnen wegen in een sterke Unie; een sterke EU als noodzakelijk en minste kwaad dus.

Voorts zijn er diegenen die vinden dat de EU economisch te liberaal en te weinig sociaal is, alhoewel Europa toch al veel sociale maatregelen neemt. De vierde groep naar het beeld van de Brit Nigel Farage teert op het anti-EU-gevoel en stelt dat de EU een ondemocratische mastodont is die de natiestaten wurgt en van binnenuit -vanuit het EP dus- gestuit moet worden.

Op 25 mei beslist u mee wie van die mensen het meeste gewicht krijgt in het nieuwe Europees Parlement.

lees ook