Eurovisiesongfestival: leuk voor de Balkan

Britse fans van het Eurovisiesongfestival hebben het niet makkelijk. Niet alleen weten ze zich een veronachtzaamde, zij het opgewekte minderheid, maar ze worden niet eens serieus genomen. De Britse media, gezamenlijke neus in de wind, proberen het spektakel zo veel mogelijk te negeren. Lia van Bekhoven legt uit hoe dat komt.

De BBC organiseert niet eens een wedstrijd om het populairste nummer te vinden, ze kiest er zelf een uit. De aanloop ernaar toe, de kandidaten, de halve finales, de repetities: ze worden nauwelijks verslagen.

Je kunt je hele leven in Engeland doorbrengen zonder van het Eurovisiesongfestival gehoord te hebben. Behalve natuurlijk als de Britse deelnemer wint. Maar dat is zo’n zeldzame gebeurtenis dat niemand zich meer herinneren kan wanneer dat voor het laatst gebeurde.

Vraag is: willen de Britten wel winnen? Want als het festival je ernst is, waarom dan een zanger sturen die niet de muzikale competitie The X Factor won (2008)? Of een man met een absurde naam (Engelbert Humperdinck- 2012) om het daarna nog eens dunnetjes over te doen met een has-been van dezelfde generatie (Bonnie Tyler 2013, foto).

Veel makkelijker is je met laatdunkende ironie af te zetten tegen al die Europeanen die jaar in jaar uit liever hun punten afstaan aan Slaven in absurde schoenen dan het superieure muzikale talent van de Engelse inzending op waarde te schatten.

Festival is bijwoord voor maf, smakeloos en "Euro-trash"

Het Verenigd Koninkrijk zit sinds het verlies van de koloniën in een slepende, nationale identiteitscrisis over zijn rol-in-de-wereld. Drie keer in een decennium op de allerlaatste plaats eindigen op het Eurovisiesongfestival (kijkers 100 miljoen) is niet goed geweest voor het broze zelfvertrouwen.

Om de pijn te verzachten, wordt het spektakel afgedaan als een grote grap. Sinds de laatste pakweg 20 jaar is er geen land waar zo zuur gedaan wordt over het songfestival als Groot-Brittannië. Het festival is een bijwoord voor maf, smakeloos en "Euro-trash".

Het is leuk voor de Balkan enzo, maar voor de rest van Europa is het een gebeuren dat eigenlijk met de val van de Berlijnse muur aan zijn einde had moeten komen. Tenzij je wanhopig bent, avonddienst hebt in een zorgcentrum, of gay natuurlijk, gaat geen Brit daar een lange zaterdagavond naar kijken.

"Europa heeft iets tegen Engelse vedetten"

De manier waarop de BBC het songfestival verslaat, is typerend. De toon van de commentatoren varieert van licht geamuseerd tot euro-sceptisch, waar mogelijk overgoten met een saus van nostalgie.

Britten mogen zich graag overgeven aan een slachtoffercomplex. Zo kan een gebrek aan punten niet alleen worden uitgelegd als protovoorbeeld van cultureel onbegrip, maar als "straf voor de Irakoorlog" (2003).

Legio zijn de Britse zangers die weigeren mee te doen, omdat Europa iets tegen Engelse vedetten zou hebben. En dus schrijven alleen de allerkoppigsten, moedigsten en degenen wiens loopbaan een injectie behoeft, zich in. De oprecht getalenteerden weten wel beter dan mee te doen met een wedstrijd die nog voordat de glitter op het kostuum is genaaid, hen thuis de bijnaam "loser" oplevert.

En toch, en toch. Ieder jaar is er altijd weer iemand die, tegen beter weten in, voorzichtig suggereert dat dit jaar de Britse inzending hoge ogen gaat gooien. Volgens de Britse gokwinkels maakt Molly-Smitten Downes, een naam die uit de Forsyte Saga lijkt weggelopen, een kans van 1 op de 8 te winnen.