Het Songfestival: een verhaal van omkoping, controverse en mensenrechten

Het Eurovisiesongfestival en een schandaalsfeer: sinds de allereerste editie van het liedjesfestival gaan de twee hand in hand. Zowel op als naast het podium is al talloze keren controverse gerezen over acts en outfits, maar evengoed over vermeende corruptie en vriendjespolitiek. Een bloemlezing.

1956: een Zwitserse zwendel

Als de puntentelling van het Eurovisiesongfestival vandaag de dag door Oost-Europese en Russische complottheorieën wordt overschaduwd, dan waren het de Zwitsers die tijdens de allereerste editie in 1956 de wenkbrauwen deden fronsen. Zeven landen namen deel aan die editie die nota bene in Lugano in Zwitserland plaatsvond. Elk land mocht twee juryleden afvaardigen die in een geheime stemming hun voorkeur konden aangeven.

De juryleden van Luxemburg konden zich echter niet naar Lugano begeven en gaven twee Zwitsers de toestemming in hun plaats te stemmen. Nochtans konden alle stemgerechtigden gezien de aard van de stemming op om het even wie stemmen, ook hun eigen land. Toen Lys Assia vervolgens voor Zwitserland met de overwinning aan de haal ging, waren beschuldigingen van doorgestoken kaart dan ook niet uit de lucht. Tot op vandaag is de kwestie niet uitgeklaard, onder meer omdat nooit is bekendgemaakt wie voor wie heeft gestemd.

1963: een Noors complot

Ook de Noren en de Denen kennen wat van vriendjespolitiek. Dat laat de puntentelling op het Eurovisiesongfestival in Londen in 1963 uitschijnen. Noorwegen moest als 5e land punten uitdelen, maar toen presentator Katie Boyle de voorzitter van de Noorse jury aan de lijn kreeg, bleek die helemaal nog niet klaar met de berekening van de Noorse punten. Vreemd genoeg gaf hij toch al enkele scores mee. Zo was duidelijk te horen hoe hij Zwitserland 3 punten toekende en Denemarken 2 punten. Boyle wees de man erop dat hij niet de correcte procedure aan het volgen was waarop hij in paniek vroeg later in de puntentelling terug te bellen.

Zo gezegd zo gedaan. Toen alle andere landen hun punten hadden gegeven, lag Zwitserland op kop met twee punten voorsprong op Denemarken. Echter: toen de Noorse juryvoorzitter de definitieve Noorse punten bekendmaakte, bleek Noorwegen Zwitserland plots slechts 1 punt toe te kennen en Denemarken 4 punten. Een waarachtige eindverrekening van de Noorse punten? Of flagrante fraude? Feit is dat de Deense kandidaten Grethe en Jørgen Ingmann met “Dansevise” hierdoor naar de eerste plaats klommen en het Eurovisiesongfestival wonnen.

1968: de geest van Franco

In 1968 won Massiel het Eurovisiesongfestival in Londen voor haar thuisland Spanje met “La la la”. Normaal zou de Catalaan Joan Manuel Serrat het nummer zingen, maar dat wilde hij in het Catalaans doen en dat stonden de Spaanse autoriteiten niet toe. Daarom stuurden ze Massiel die het lied in het Spaans vertolkte. Haar winst kwam als een verrassing want iedereen had verwacht dat Cliff Richard het Songfestival op een drafje zou winnen voor het Verenigd Koninkijk met “Congratulations”. Met amper 1 punt verschil moest hij echter het onderspit delven voor Spanje, een nederlaag die hij nooit helemaal heeft verteerd.

Zo’n 40 jaar later stelde een Spaanse documentaire dat de overwinning van Massiel gestolen werd en wel door de toenmalige Spaanse dictator Franco. Hij wilde koste wat het kost dat zijn land het Songfestival zou winnen zodat zijn regime in een positief daglicht zou komen te staan. Ook wilde hij op die manier het toerisme in Spanje aanzwengelen. Daarom stuurde hij naar verluidt corrupte Spaanse tv-makers heel Europa rond om openbare omroepen om te kopen.

1969: chaos bij de puntentelling

Vier landen met elk 18 punten ex aequo op de eerste plaats. Dat stond in 1969 op het scorebord te lezen nadat alle punten van alle landen waren uitgedeeld op het Eurovisiesongfestival in Madrid. Presentator Laurita Valenzuela wist niet waar ze het had en riep de verantwoordelijke van de European Broadcasting Union Clifford Brown in allerijl te hulp. Die verklaarde boudweg dat het liedjesfestival dat jaar dan maar 4 eindwinnaars had: Spanje, het Verenigd Koninkrijk, Nederland en Frankrijk. Gelukkig had de organisatie 4 medailles klaarliggen zodat alle zangers met een prijs naar huis konden.

Het eindresultaat van deze editie veroorzaakte een storm van kritiek bij verschillende media en tv-stations in Europa. Het volgende jaar zouden slechts 12 landen aan het Eurovisiesongfestival deelnemen.

1974: een revolutionaire inzending

Dat Songfestivalliedjes met de regelmaat van de klok tot protest leiden, is weinig verrassend. Dat ze een heuse revolutie aanwakkeren en zo regimes ten val brengen, is minder voor de hand liggend. Toch was het precies dat wat het nummer “E depois do adeus” (“Na het afscheid”) van de Portugese kandidaat Paulo de Carvalho in 1974 in Portugal klaarspeelde. Winnen deed hij niet op het Eurovisiesongfestival op 6 april 1974 in Brighton. Die eer was voor Abba weggelegd. De Carvalho eindigde zelfs gedeeld laatste.

Zijn nummer zou enkele weken later de Portugese vaderlandse geschiedenis evenwel een andere wending geven. Op de avond van 24 april 1974 werd “E depois do adeus” immers op de radio in Lissabon gespeeld als geheim startsein voor de Anjerrevolutie die dictator Marcello Caetano van de macht zou verdrijven en Portugal uiteindelijk in de richting van de democratie zou sturen.

1978: een "Belgische" overwinning

Elke Belgische Songfestivalfanaat weet dat ons land het Eurovisiesongfestival één keer heeft gewonnen en wel in 1986. Jordaniërs zullen evenwel beweren dat België de wedstrijd ook in 1978 won. Nochtans was het Israël dat officieel met de overwinning aan de haal ging met het nummer “A-ba-ni-bi” gezongen door Izhar Cohen en de Alphabeta. Jean Vallée kaapte voor ons land de tweede plaats weg met “L’amour ça fait chanter la vie”.

De populaire show werd die avond in verschillende landen in het Midden-Oosten uitgezonden. Jordanië weigerde de Israëlische inzending echter te vertonen en schotelde de kijkers dan maar beelden van bloemen voor terwijl Cohen en co hun act afwerkten. Toen ze de wedstrijd even later wonnen, zette Jordanië de uitzending eenvoudigweg stop, zogezegd wegens technische problemen. Kort daarna verklaarden de Jordaanse media dat België het Eurovisiesongfestival had gewonnen.

BELGA/VIDAL

2000: Syrische vlaggen in het Israëlische kamp

“Be happy” zong de Israëlische groep Ping Pong tijdens het Eurovisiesongfestival in Zweden in 2000. Toch was hun nummer lang niet zo onschuldig als het leek. Op het einde van de act wuifden de bandleden immers niet alleen met Israëlische vlaggetjes, maar ook met Syrische. Dat hadden ze ook al tijdens de repetities gedaan waarop de Israëlische Broadcasting Authority de groep en het lied officieel in de ban had geslagen.

Met het gebaar wilde Ping Pong een oproep voor vrede in het Midden-Oosten lanceren. Later zou blijken dat de groep eigenlijk voor de grap was opgericht door 2 journalisten aan de slag op de cultuurredactie van de krant Ma’ariv. Desalniettemin waren ze erin geslaagd 83 andere kandidaten te verslaan tijdens de Israëlische preselecties.

2009: Georgië en Rusland in de clinch

Woordspelletjes: het Eurovisiesongfestival heeft er heel wat ervaring mee. Meestal zijn ze onschuldig of worden ze als flauwe grappen van de hand gedaan, behalve wanneer ze uitdrukkelijk politieke boodschappen bevatten.

Dat was het geval met het nummer dat Georgië in 2009 naar het Eurovisiesongfestival in Moskou wilde sturen. “We don’t wanna put in” heette het lied van de groep Stephane en 3G, een onverholen statement gericht tegen de toenmalige premier van Rusland Vladimir Poetin en dit terwijl de beide landen op dat moment hun wonden likten na een bloedig conflict dat ze kort daarvoor hadden uitgevochten. Georgië weigerde de tekst van het lied aan te passen en trok zich hierop uit de wedstrijd terug.

2012: een Duitse engel

Toen Azerbeidzjan het Eurovisiesongfestival in 2011 won, was de controverse van meet af aan groot. De voormalige Sovjetrepubliek kan immers bezwaarlijk een democratisch land worden genoemd. In de aanloop naar het Eurovisiesongfestival in Bakoe in 2012 werd dit eens te meer duidelijk. De autoritaire president Ilham Alijev wilde niks liever dan de wereld een weelderig beeld van zijn land tonen en daar hoorden peperdure infrastructuurwerken bij. Zo werd in minder dan een jaar tijd de Crystal Hall opgetrokken, een immense concertzaal waar de liedjeswedstrijd zou plaatsvinden.

Dat het hele project de Alijev-clan aanzienlijk verrijkte én dat heel wat inwoners van Bakoe uit hun huizen werden gedwongen voor de aanleg van wegen en de bouw van de Crystal Hall, werd door mensenrechtenorganisaties wereldwijd aangeklaagd. Toch gaf niemand openlijk kritiek op deze gang van zaken tijdens de finale op 26 mei 2012. Behalve Anke Engelke die de punten van de Duitse jury bekendmaakte.

“Niemand kon vanavond voor haar of zijn eigen land stemmen”, zei ze voor ze de punten voorlas. “Maar het is goed te kunnen stemmen en een keuze te hebben. Veel geluk op je reis, Azerbeidzjan. Europe is watching you.” De presentatoren konden niks anders dan de woorden weglachen, maar de hele wereld had ze gehoord. Achteraf werd Engelke internationaal uitgebreid gefêteerd voor haar moedige uitspraken.

2013: een lesbische kus voor het homohuwelijk

Het Eurovisiesongfestival is voor holebi’s als Pasen voor katholieken: een feest dat het absolute hoogtepunt van het jaar markeert. De wedstrijd zit dan ook vaak doorspekt met knipogen in die zin. Soms zijn die minder vrijblijvend dan op het eerste zicht lijkt.

Zo sloot de Finse kandidaat Krista Siegfrids haar act bij het nummer “Marry me” vorig jaar niet toevallig af met een zwoele kus op de lippen van één van haar danseressen. In haar thuisland was kort daarvoor een wetsvoorstel dat het huwelijk zou openstellen voor mensen van hetzelfde geslacht afgewezen. Daarmee is Finland het enige land in de regio waar het homohuwelijk niet is toegelaten.

Met haar “lesbische kus” wilde Siegfrids dit onrecht aanklagen. Met succes, zo lijkt het want begin dit jaar werden in het Finse parlement nieuwe gesprekken over het homohuwelijk opgestart nadat 166.000 Finnen daarom hadden gevraagd in een petitie.