Wie wint wat bij voorstellen: verschil tussen links en rechts - Rekening14

Er is wél verschil tussen de partijen, zo blijkt zonneklaar uit het cijferwerk van Rekening14 over de belastingvoorstellen voor de verkiezingen. Wie wint meest bij de voorstellen van de verschillende partijen? Er is verschil en onze stem máákt dus ook een verschil op 25 mei.

Het gaat dan niet alleen over het kostenplaatje, maar ook over wat je met een belastingvoorstel wil bereiken. Mik je vooral op de laagste inkomens en dus op het verschil tussen werken en een uitkering? Of moeten de hogere en middeninkomens ook wat hebben, bijvoorbeeld omdat dat de economie meer stimuleert?

Met “Rekening14” hebben de VRT, De Tijd en De Standaard aan de Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen van de KU Leuven gevraagd om de voorstellen voor lastenverlaging van de verschillende partijen na te rekenen. De resultaten daarvan krijgt u vandaag en morgen. Volgende week bespreken we ook nog de kinderbijslag, de besparingen en het totale begrotingsplaatje van alle partijen.

LDD en Open VLD stellen de grootste lastenverlagingen voor. Bij LDD is dat zelfs een astronomische 21,3 miljard euro per jaar, wat bij heel wat waarnemers enige fronsen over de haalbaarheid oplevert. De kleinste lastenverlaging is die van SP.A voor een bedrag van 1,3 miljard. Voor wie het volledige plaatje wil:

Alleen al in die verschillende bedragen zitten natuurlijk beleidskeuzes. Want alles wat je besteedt aan lastenverlaging kan je niet uitgeven aan andere opties. Niet toevallig zijn de partijen die het meest lasten willen verlagen ook degene die het meest willen besparen of de btw willen verhogen. En à propos, het is veel makkelijker om bij partijen concrete informatie te krijgen over lastenverlaging dan over besparingen en belastingverhogingen.

Geld voor lagere lasten?

Je zou het trouwens bijna vergeten maar de NV België zal dit jaar, als alles goed gaat, nog altijd een dikke acht miljard tekortkomen. En dan komen er ook nog de extra kosten van de vergrijzing op ons af. Geloof ons maar: het eerste dat er na de verkiezingen zal komen zijn besparingen, geen lastenverlagingen. Wie zegt dat er eigenlijk geen geld is voor grootscheepse lastenverlagingen en dat je dus beter een paar gerichte dingen doet, heeft dus zeker een punt.

De anderen zullen zeggen dat de crisis al te lang duurt en dat het belangrijk is om een signaal te geven dat het eindelijk betert. En een signaal moet voelbaar zijn voor iedereen én groot genoeg om de druk voor loonsverhoging wat weg te halen. Goed voor de concurrentiekracht van onze bedrijven en goed voor de koopkracht van de gezinnen.

Elk heeft zijn logica. Dat zie je niet alleen in het bedrag dat wordt uitgetrokken voor lastenverlaging maar ook in de focus die wordt gelegd op de ene of op de andere groep. In de grafieken hieronder staan werkende mensen die weinig verdienen links. Wie een hoger loon heeft staat rechts.

Meteen ziet u voor de zes grootste partijen dus bij welke werkenden er meer of minder extra belastingvoordeel terechtkomt: bij de mensen met een lager of een hoger loon.

Per partij staan links de mensen met een laag loon, rechts de mensen met een hoog loon.

  • Het linkse balkje geldt voor de 20 procent mensen die bruto gemiddeld 1.236 euro per maand verdienen.
  • Het tweede balkje geldt voor de 20 procent mensen die bruto gemiddeld 1.641 euro per maand verdienen.
  • Het derde balkje geldt voor de 20 procent mensen die bruto gemiddeld 1.889 euro per maand verdienen.
  • Het vierde balkje geldt voor de 20 procent mensen die bruto gemiddeld 2.225 euro per maand verdienen.
  • Het rechtse balkje geldt voor de 20 procent mensen die bruto gemiddeld 3.099 euro per maand verdienen.

Eén conclusie zou kunnen zijn dat de tegenstelling tussen linkse en rechtse partijen wel degelijk nog bestaat. De linkse partijen bouwen de voordelen snel af voor wie een hoger inkomen heeft. De rechtse partijen willen graag iedereen wat gunnen, wat hun voorstellen meestal ook duurder maakt.

Het effect van hun voorstellen is dat wie meer verdient – en ook meer belastingen betaalt – ook meer krijgt. CD&V neemt een tussenpositie in. Ze stellen een lastenverlaging voor die iedereen kan voelen maar toppen voor de hogere inkomens het voordeel af op ongeveer zeventig euro.

Voorzichtigheid geboden

Opnieuw gaat het om opties. Weinig geld besteden en dan mikken op de lage lonen waar je met weinig geld het grootste verschil kunt maken, heeft absoluut logica. Iedereen wil het dan ook doen. Maar ook voor de andere inkomens wat doen, is in een hoogbelast land als België nooit een wereldvreemd idee, al blijft de vraag of er wel geld voor is.

Over de effecten van zo’n maatregel moeten we voorzichtig zijn. Rekening 14 heeft niet kunnen narekenen of een algemene lastenverlaging echt de economie stimuleert of niet. En omgekeerd hebben we ook niet kunnen narekenen of de besparingen die nodig zijn om een en ander te betalen de economie zullen schaden.

Zet het meer mensen aan het werk?

We hebben wel kunnen nagaan in welke mate de belastingverhoging extra werkprikkels creëert. Morgen vindt u daar meer details over op deze site. Maar vandaag kijken we al eens naar de vraag of de belastingverlaging het verschil tussen een uitkering en een job extra doet toenemen.

Wat als een werkloze een job zou aanvaarden van een bescheiden 1.876 euro bruto maandloon (Dat is ⅔ van het mediaaninkomen in België), zou die man of vrouw dan door de belastingverlaging een extra duw in de rug krijgen? Het antwoord is volmondig ja.

De extra duw loopt bij Groen op tot 130 euro in de maand. Maar eigenlijk geven alle partijen een serieuze extra werkprikkel, zeker niet alleen de linkse partijen. Alleen Vlaams Belang scoort iets lager.

Als die werkloze het geluk zou hebben om een job te vinden van 5600 euro bruto per maand (twee keer het mediaan inkomen), dan ligt de werkprikkel bij de linkse voorstellen veel lager en bij de rechtse voorstellen juist nog hoger.

Maar aan die laatste prikkel, voor wie al iets beter verdient, geef je ook meer geld uit, waardoor je meer moet besparen of andere belastingen verhogen. Wie heeft er gelijk?

Economen zijn het er onderling ook niet over eens. Je zal zeker experts vinden die zeggen dat meer ruimte creëren bij de hogere inkomens betekent dat mensen daar makkelijk halftijds gaan werken. Ze kunnen het aan, dan wordt er uiteindelijk minder gewerkt. Maar anderen zullen zeggen, je moet ook mensen extra belonen als ze promotie maken, harder gaan werken, meer gaan verdienen. En dat we over heel de samenleving iets moeten doen aan onze hoge loonkosten.

Over consumptie en dus de economie stimuleren kan je dezelfde afweging maken. Gaat een generaal of een professor die 100 euro extra in de maand krijgt echt een nieuwe keuken kopen die hij anders niet zou gekocht hebben? Of komt dat extra geld gewoon bovenop de oceaan van spaargeld die nu al op spaarboekjes staat te verkommeren zonder dat de economie er echt veel aan heeft? Of is het juist dat alleen een grote oefening echt een verschil maakt inzake het stimuleren van de koopkracht en economie?

Vraag het aan uzelf

Het punt is dat we het helemaal niet aan economen moeten vragen. We zullen gewoon zelf moeten kiezen. Wij, burgers, met zijn allen op 25 mei in het stemhokje. Een beetje met de buik natuurlijk want we zijn geen economen, maar daar is niets mis mee. Dat is namelijk democratie. Net zoals de partijen keuzes maken in hun beleid, mogen wij dat ook doen in het stemhokje.

Rekening14 verheldert alleen wat de keuzes zijn zodat we weten wat we kiezen. Lees rustig de artikels na over Rekening14. Weet dat er verschil is en dat uw stem verschil maakt.

lees ook