250.000 mensen op de vlucht voor geweld in Noord-Nigeria

De moslimterreur in het noorden van Nigeria drijft steeds meer mensen op de vlucht. Een jaar na de afkondiging van de uitzonderingstoestand in drie erg getroffen deelstaten trokken volgens VN-cijfers 250.000 mensen weg naar andere regio's. Ruim 60.000 anderen zochten hun heil in de buurlanden Kameroen, Tsjaad en Niger. Dat deelt het VN-Vluchtelingencommissariaat (UNHCR) mee onder aanhaling van de Nigeriaanse autoriteiten.

De binnenlandse vluchtelingen en verdrevenen maken melding van extreem geweld en brutaliteit. De islamistische terreurgroep Boko Haram, die in Noord-Nigeria een theocratie naar islamitisch recht wil vestigen, is verantwoordelijk voor de gedwongen volksverhuizing. Sinds 2009 werden meer dan 6.000 mensen het slachtoffer van de extremisten.

Het leger is vorig jaar een offensief tegen de terreurgroep begonnen in de deelstaten Yobe, Borno en Adamawa, maar tot nog toe zijn regeringstroepen er niet in geslaagd de goed gemotiveerde en bewapende extremisten te verdrijven en de regio weer onder controle te brengen.

Pas enkele dagen geleden had Boko Haram een dorp in de deelstaat Borno aangevallen en vermoedelijk meer dan 300 mensen vermoord. Bovendien werden elf meisjes ontvoerd. Een maand geleden al werden in het stadje Chibok meer dan 200 schoolmeisjes ontvoerd, van wie elk spoor ontbreekt. De groep had in een videoboodschap gedreigd de meisjes als seksslavinnen te verkopen.