Hoe wordt de koek van de belastingverlaging verdeeld?

Hoeveel trekken we uit voor die belastingverlaging? Dat is één vraag. Een andere vraag is: hoe verdelen we die pot over de werkende bevolking? Het blijkt blijkt dat de partijen hier duidelijke – en heel verschillende – ideologische keuzes maken.

Elk balkje staat voor 20% van de werkende mensen, links de minstverdieners, rechts de meestverdieners. Deze grafiek toont voor elke partij welk deel van de pot ze naar elke inkomensgroep toeschuiven. Alle balkjes bij één partij vormen samen 100%. Deze voorstelling camoufleert dus dat de totale operatie bij sommige partijen veel groter is dan bij andere.

Aan de "linkerkant" van het politieke spectrum wordt ‘de prijs’ van de belastinghervorming vooral gebruikt om de lagere looncategorieën tegemoet te komen. Groen besteedt het grootste stuk van zijn hervorming (ruim twee derden) aan de 40% werkenden met de laagste lonen. Ook de SP.A stuurt het gros van zijn pot (80%) naar die helft van de werkende mensen die het minst verdienen, maar binnen die helft gaat er net iets minder naar de groep die het allerminst verdient.

Aan de "rechterkant" van het politieke spectrum leggen partijen als LDD, Vlaams Belang en N-VA het accent op het ‘teruggeven’ van wat door hard werken werd verdiend. Volgens die logica hebben de grootverdieners de meeste belastingen aangebracht en moeten die dus ook het leeuwendeel krijgen als er belastingen worden teruggegeven.

De vlaktaks van LDD is het meest rigoureus: de 10% werkenden met de hoogste lonen gaan met 23% van de pot aan de haal, terwijl bij de 20% laagste lonen zelfs geld wordt weggehaald om de operatie te financieren. Dat komt omdat LDD ten behoeve van de eenvoud van het systeem de bestaande aftrekposten wil afbouwen, terwijl die soms ook ten goede komen van mensen die vandaag weinig of geen belastingen betalen.

CD&V en in mindere mate Open VLD nemen hier een middenpositie in. In hun hervormingsplannen krijgen alle loonklassen een min of meer vergelijkbaar stuk van de koek. Alleen voor de laagste loonklasse wordt minder gedaan – maar dat zijn dan ook de groepen die het minst belastingen aandroegen.

In deze voorstelling openbaart zich voorts een duidelijk verschil tussen N-VA en Open VLD. N-VA besteedt een veel groter stuk van de koek aan de topverdieners dan Open VLD. Dat komt omdat de hervorming bij N-VA focust op een hogere belastingschijf dan Open VLD. Voor de mensen in het tweede balkje, die dus net méér verdienen dan de laagstbetaalde groep, spendeert N-VA wel een extra "geste" via de werkbonus.

lees ook