Wordt werken interessanter?

Alle partijen mikken met hun belastingverlaging op het aanmoedigen van wie werkt. Maar dat wil niet zeggen dat alle hervormingen dezelfde groepen aanmoedigen om te gaan werken, of om méér te gaan werken.

Rekening14 weegt de belastingvoorstellen van de partijen met drie verschillende maatstaven:

  • krijgen werklozen extra prikkels om te gaan werken? Wat doet de belastingverlaging met de zogenaamde werkloosheidsval, die vooral in de lagere loonklassen speelt?
  • krijgen mensen die werken extra prikkels om een beter betaalde job of functie na te streven? Wordt de promotieval afgebouwd, die vooral in de hogere lonen doorwerkt?
  • worden mensen die halftijds werken, geprikkeld om meer uren te werken?

Loont het de moeite om te gaan werken?

De "werkloosheidsval" is al jaren bekend: soms blijven mensen werkloos omdat ze er financieel nauwelijks op vooruitgaan als ze werk aanvaarden, vooral dan in de laagste looncategorieën. Maar ook in de hogere loongroepen kijken mensen of het verschil tussen werken en uitkering wel opweegt tegen elke dag gaan werken.

De Leuvense economisten berekenden hoe de partijen het werken aantrekkelijker willen maken, meestal gaat het om bedragen tussen de 50 en 100 euro per maand extra. Toch zijn er grote verschillen over hoe ze dat willen doen.

N-VA, Open VLD, Vlaams Belang en LDD geven een grotere extra prikkel voor mensen die aan een hoog loon zouden gaan werken. In de lagere loongroepen zou dat minder het geval zijn. Bij SP.A en Groen is het omgekeerd: met de uitbreiding van een werkbonus (sociaal en fiscaal) en een loonbonus mikken ze op extra nettoloon voor mensen die tegen lagere lonen geactiveerd worden. Laagverdieners zouden dus meer geactiveerd worden.

Bij CD&V neemt het verschil tussen werken en niet-werken voor alle loongroepen in gelijke mate toe, met een kleine 70 euro per maand. Die partij stelt om de belastingvrije som in de personenbelasting te verhogen. Het effect daarvan zou onafhankelijk van het loon zijn.

De balkjes stellen mensen voor die resp. 67, 100, 150 en 200 % van het bruto mediaanloon verdienen. Voor elk van hen geeft de hoogte van het balkje aan hoeveel euro ze meer zouden overhouden als ze aan het werk gaan.

Hou ik netto meer over van extra loon?

De "promotieval" is een probleem voor iedereen die werkt. Van elke opslag die we krijgen, blijft netto slechts een fractie over; de rest gaat naar de belastingen en de sociale zekerheid, vaak een bron van ergernis voor werkgevers en werknemers.

De grote partijen willen ook daar een mouw aan passen, maar op erg verschillende manieren. Partijen die vooral de lagere inkomens willen verbeteren, maken het echter minder interessant om een hoger loon te krijgen.

Dat speelt vooral bij Groen: de loonbonus houdt in dat mensen met lage lonen iets extra krijgen van de fiscus. Dat betekent echter meteen ook dat dat extraatje afneemt als het loon verhoogt, wat een loonsverhoging minder aantrekkelijk maakt. Ook bij de N-VA en de SP.A die een verhoging van de werkbonus voor lage lonen voorstellen, laat dat effect zich voelen. Het lijkt er op dat wat werkt om de werkloosheidsval te bestrijden, de promotieval juist verder openzet.

Omgekeerd houdt het "loon-naar-werken"accent van Open VLD, Vlaams Belang, LDD en gedeeltelijk ook N-VA in dat er van 100 euro opslag meer netto zal overblijven. Al moet dat "meer" niet overdreven worden, behalve dan voor de vlaktaks van LDD die de netttomeerwaarde van een loonsverhoging wel aanzienlijk verbetert.

Het belastingvoorstel van CD&V heeft geen impact op de promotieval.

Elk balkje stelt 20% van de werkenden voor: de laagste lonen links, de hoogste rechts. De hoogte van het balkje geeft aan hoeveel euro’s er minder afgehouden zullen worden voor RSZ en belastingen als iemand 100 euro bruto opslag krijgt.

Van halftijds naar voltijds: de moeite waard?

Vooral in gezinnen met kinderen, die meer kinderopvang nodig hebben als beide partners voltijds willen werken, is het netto-inkomensverschil tussen een voltijdse en een halftijds baan van groot belang en dat geldt voor alle inkomenscategorieën.

Daarom hield Rekening14 de belastingvoorstellen van de partijen ook nog eens tegen het licht vanuit deze invalshoek: hoeveel houdt iemand netto méér over, als hij overstapt van een halftijdse naar een voltijdse baan? Hoeveel is dat vandaag? En hoeveel zou dat zijn als de partijen hun belastingplannen kunnen uitvoeren? In onze grafiek staan de lage lonen links, de hoge rechts.

Bij alle partijen worden mensen met een laag loon meer beloond dan in het huidige systeem, als ze hun halftijds baan wisselen voor een voltijdse.  Alle partijen maken voltijds werken relatief interessanter. Maar bij N-VA en Vlaams Belang speelt dat méér voor de hogere looncategorieën dan voor de lage; Bij CD&V, SP.A. en Groen wordt de prikkel om voltijds te gaan werken net groter in de laagste loonschalen, maar valt die voor de hogere weg.

Bij Open VLD wordt het voor alle werknemers, ongeacht hun loon, interessanter om voltijds te werken, maar dat effect is het sterkst voor personen met een relatief laag loon.
 

De balkjes stellen mensen voor die resp. 67, 100, 150 en 200% van het bruto mediaanloon verdienen. Voor elk van deze personen geeft de hoogte van het balkje aan met hoeveel euro’s het maandelijks inkomen méér zou toenemen voor een halftijds werkende die beslist om voltijds te werken, dan bij ongewijzigd beleid.

lees ook