Percentage voorkeurstemmen begint te dalen

Het percentage voorkeursstemmen is op 25 mei voor de derde verkiezing op rij gedaald. Dat blijkt uit onderzoek van Bram Wauters en Johannes Rodenbach van het Centrum voor Lokale Politiek van de UGent. Merkwaardig genoeg blijkt de heropleving van de lijststem te wijten aan populaire nationale boegbeelden zoals Bart De Wever of Maggie De Block.

Partijen concentreren hun campagne alsmaar meer rond één boegbeeld, dat als het ware de partij verpersoonlijkt: Bart De Wever (N-VA), Maggie De Block (Open VLD) of Kris Peeters (CD&V). Die kopstukken kunnen niet in elke kieskring kandidaat zijn, waardoor kiezers die niet op het boegbeeld kunnen stemmen in de eigen kieskring vaker een lijststem uitbrengen.

Bij de Kamerverkiezingen van 25 mei zijn 57 procent voorkeurstemmen uitgebracht, een half procent meer dan in 2010. Voor het Vlaams Parlement waren dat er 55,2 procent, zo'n 4 procent minder dan in 2009. Als we naar opdeling in de provincies kijken, wordt duidelijk dat de stijging bij de Kamerverkiezingen veroorzaakt werd door Bart De Wever - in Antwerpen werden 68,2 procent voorkeurstemmen uitgebracht of 12,7 procent meer dan bij de vorige stembusgang - en Maggie De Block - 1 procent meer voorkeurstemmen in Vlaams-Brabant.

In de andere provincies daalde het aantal voorkeurstemmen, tot min 10 procent in Namen.