Georgische oud-president Sjevardnadze overleden

De Georgische oud-president en ex-minister van Buitenlandse Zaken van de Sovjet-Unie Edvard Sjevardnadze is overleden. Hij was 86 jaar oud. Sjevardnadze raakte bekend op de internationale scène toen Sovjet-leider Michail Gorbatsjov hem in 1985 aanstelde als minister. Na de val van de Sovjet-Unie werd hij in 1985 president van Georgië, maar in 2003 moest hij na de Rozenrevolutie plaats maken voor Micheil Saakasjvili.

Edvard Sjevardnadze wordt geboren in een dorpje aan de Zwarte Zee. Hij gaat studeren aan de medische school in Tbilisi, de hoofdstad van de toenmalige Sovjet-republiek Georgië. In 1948 treedt hij toe tot de Communistische Partij en begint zijn carrière in de Sovjet-politiek. In 1965 wordt hij minister voor Openbare Orde in Georgië, en van 1968 tot 1972 is hij minister van Binnenlandse Zaken in Georgië.

In datzelfde jaar wordt hij Eerste Secretaris van de Communistische Partij in Georgië. Hij werkt zich vooral in de kijker door zijn strijd tegen de corruptie.

Dat blijft in Moskou niet onopgemerkt. Al gauw krijgt Sjevardnadze een zetel in het Centraal Bureau van de Communistische Partij, en in 1978 treedt hij toe tot het Politbureau, zowat het belangrijkste machtsorgaan in de Sovjet-Unie.

In 1985 stelt Sovjet-leider Mikhail Gorbatsjov hem aan als minister van Buitenlandse Zaken, in opvolging van Andrej Gromyko. Sjevardnadze is als rechterhand van Gorbatsjov zowat de architect van de detente en de toenadering tot het westen, aan het einde van de Koude Oorlog. Gaandeweg verslechtert de relatie tussen Gorbatsjov en Sjevardnadze. In 1990 stapt Sjevardnadze uiteindelijk op; in zijn afscheidstoespraak waarschuwt hij voor een dreigende dictatuur.

Nog geen jaar later zouden communistische hardliners Gorbatsjov aan de kant proberen te schuiven. Dat pakt totaal anders uit, want uiteindelijk implodeert de Sovjet-Unie en is het een finaal over and out voor het communistische regime.

Corruptiebestrijder wordt zelf corrupt

Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie keert Sjevardnadze terug naar Georgië, waar hij in 1992 benoemd wordt tot voorzitter van de staatsraad. Het presidentschap wordt in 1995 heringevoerd, en Sjevardnadze wordt gekozen met 70 procent van de stemmen.

Tijdens de eerste jaren van zijn bewind gaat het Georgië relatief goed voor de wind. Hij slaagt erin de afvallige provincies Zuid-Ossetië en Abchazië min of meer onder controle te houden en kan ook relatief veel buitenlandse steun voor de Georgische economie losweken.

Desondanks slaagt hij er niet in de woekerende corruptie in zijn land een halt toe te roepen, iets waarin hij ten tijde van de Sovjet-Unie veel beter in slaagde. Stilaan wordt hij ook zelf beschuldigd van corrupte praktijken en leidt een economische recessie mee tot een daling van zijn populariteit. Ook de steun van bondgenoot Rusland is Sjevardnadze inmiddels kwijtgespeeld, maar voorlopig krijgt hij wel nog steun van Washington.

In 2000 wordt Sjevardnadze herkozen als president, maar hij wordt wel beschuldigd van kiesfraude.

2003 AFP

De spreekwoordelijke druppel

Een jaar later eist hij de overwinning op na de parlementsverkiezingen. De oppositie heeft het andermaal over kiesfraude, wat bevestigd wordt door waarnemers van de Organisatie voor Vrede en Samenwerking in Europa (OVSE). De oppositie tegen de president groeit en wekenlang wordt er gedemonstreerd in de hoofdstad Tbilisi.

Sjevardnadze wil in eerste instantie niet wijken, maar moet uiteindelijk eind 2003 het land verlaten, onder zware druk van de straat en van oppositie leider Saakasjvili. De omwenteling wordt de Rozenrevolutie genoemd en betekent het einde van de langde carrière van Sjevardnadze. Hij laat een land in chaos achter.