"Europa moet ons met een vliegtuig komen halen"

VRT-journaliste Katrien Vanderschoot reist naar Melilla, een Spaanse enclave op het Noord-Afrikaanse vasteland en het vertrekpunt voor Afrikaanse gelukszoekers. Een week lang houdt ze een dagboek bij voor deredactie.be. Vandaag steekt ze de grens over tussen Nador en Melilla, tussen Marokkaans en Spaans grondgebied. En merkt een wereld van verschil.

Welkom in Melilla

"Welkom", staat in vier talen op een bord aan de voet van de middeleeuwse burcht. Het voelt een beetje ongemakkelijk, wanneer ik samen met een paar honderd anderen de stad Melilla binnen wandel.

In een bar aan de haven hangt iedereen gekluisterd aan het tv'tje, want vanmorgen wordt een corrida gelopen in Pamplona. Een meute van wit-roodgeklede mannen wordt in de nauwe straten opgejaagd door wilde stieren, of is het andersom? In Melilla krijgt die oer-Spaanse traditie plots een andere betekenis...

Het is ook aanschuiven aan de grens met Marokko, enkele straten verderop. Zwaar bepakte handelaars, toeterende auto’s en veel Marokkanen die vanuit België, Duitsland of andere Europese landen hun familie gaan bezoeken tijdens de vakantie.

We moeten op nauwelijks een halve meter langsheen het beruchte hek. Het is inderdaad indrukwekkend. Drie rijen dik, stalen kabels tussenin en je kan de opgerolde prikkeldraad zomaar aanraken. Maar foto’s nemen, daar is geen sprake van.

Unheimlich

Fatima gaat haar schoonfamilie bezoeken in Nador en voelt zich ook onwennig. "Ik woon al 30 jaar in Duitsland en vind deze situatie triest", zegt ze, "wirklich schlimm. De politie aan weerskanten treedt hard op tegen de muurklauteraars. Wekelijks vallen er gewonden. En dat terwijl die mensen alleen maar zoeken wat ik in Europa ook heb gevonden. Een job, een verblijf en een dokter." Aan de andere kant ligt een andere wereld: een ander land, een andere tijdszone – het is opeens twee uur vroeger – en andere tradities.

I suffer

De migranten lopen niet bij bosjes door de straten van Nador. Ze houden zich her en der op bij verkeerslichten of in parkjes. Misschien bij het ziekenhuis? "Daar heb je er een paar", zegt de taxichauffeur, net of hij denkt dat ik naar bedreigde diersoorten op zoek ben.

Een jonge zwarte Afrikaan stapt op krukken het ziekenhuis binnen samen met een vriend. Die jongeman komt even later weer buiten, maar hem overtuigen om zijn verhaal te doen is veel moeilijker. "Wat zal er gebeuren wanneer je dit in Europa uitzendt? En wat als mijn familieleden in Nigeria dit horen? Dan zullen ze zich nog meer zorgen maken om mij?"

Het is het zoveelste verhaal van een jonge gelukszoeker, die de eindjes aan elkaar bedelt en af en toe een letterlijke sprong doet naar het paradijs aan de overkant. Maar daar krijgt hij na 7 keer proberen genoeg van. Hij wil nu met een speedboot proberen Melilla te bereiken.

"Je moet hulp vragen in Europa, ze moeten ons met een vliegtuig komen halen." Keep on dreaming, denk ik, maar ik wil zijn naïeve droom niet doorprikken: "Ja hoor, doe ik." Ik krijg er een "God bless you" voor in de plaats en dan slentert hij weg door de hete straten van Nador. Op weg naar… nergens.