Een beetje meer Germaine - Cathérine Ongenae

Afgelopen vrijdag overleed mijn dierbare oud-collega, de Limburgse journaliste Germaine Thys. Ze was zeventig en genoot al een paar jaar van haar pensioen. Ik las het bericht 's avonds laat, in bed. Treurig knipte ik het licht uit, maar de opborrelende herinneringen hielden de slaap op een afstand. Eigenaardig genoeg lag ik in het donker te glimlachen. Ze was dan ook zo'n heerlijk mens.

Een sociale kat

Tok tok. De metalige klop van een geringde hand op de deur van mijn hotelkamer. “Ja?”, roep ik. “Het is Germaine”, zegt de hand. Ik doe open, en daar staat ze. Een en al blonde krul, parelsnoer, brede lach, tanden bloot, vrolijk Limburgs accent. Ze heeft net een intercontinentale vlucht Brussel-New York achter de rug, maar moe lijkt ze niet te zijn. Integendeel, ze straalt. Ze wervelt binnen, een rode wolk van wol laat zich als een diva achterover op mijn kingsize bed vallen. “Wat een heerlijke bedden”, zucht ze terwijl ze haar schoenen uitschopt, haar benen uitstrekt en zich in de kussens nestelt.

Het is begin 2002. We zijn beiden te gast op de eerste Fashion Week in New York na 9/11, waar we de Amerikaanse designer Tommy Hilfiger zullen interviewen. Zij voor TV Limburg, ik voor een maandblad. De ontwerper bracht ons onder in een poepchique designhotel waar het personeel rondloopt in uniformen by Calvin Klein en de bedden een zee van dons zijn. Elk in een eigen kamer, uiteraard, maar Germaine is een sociale kat. Ze monstert mijn kamer, aait de bedsprei en kijkt me dan nieuwsgierig aan. Het feit dat ze haar vlucht de dag ervoor had gemist, doet haar weinig. “Ik dacht dat we 's avonds vertrokken”, zegt ze laconiek. En dan de legendarische zin: “Zullen we champagne bestellen?”

Ik ben 30, zij 59. We hebben net kennis gemaakt, en ik weet nu al: van ons twee is zij de ondeugendste.
 

A woman well prepared

Meestal was ze de oudste van de compagnie, maar ze was altijd de levendigste. Met Germaine in New York of met Germaine in het Duitse boerengat Eckwälden: altijd ambiance. We dronken champagne, vergeleken wilde bloemen, roken aan parfumflessen en dronken nog meer champagne. Ze had dikwijls haar eigen glazen flute mee in haar handtas. A woman well prepaired...

Je zult in dit land tot drie generaties ver geen lifestylejournalist vinden die Germaine Thys niet heeft gekend. Je kon haar niet 'niet kennen'. Als Germaine ergens was, nam ze de ruimte in en vulde die met haar sprankelende, gulle persoonlijkheid. Ze stamt uit de tijd dat een mens nog veel mocht zijn: socialist, gastronoom, estheet, moeder, oma, tuinier, kattenliefhebber, activist. En al die facetten van haar deelde ze met wie ze tegenkwam.

Aan wie het horen wilde vertelde ze hoe trots ze was op haar kleindochter Lisa. Over haar asperges, haar aardbeien, de herfstijlloos die groeiden en bloeiden in haar tuin. Germaine genoot hartsgrondig van haar huis en tuin in Zonhoven, van haar katten, van lekker eten en drinken en van het gezelschap van wie haar lief was. Maar vooral inspireerde ze haar omgeving om op zoek te gaan naar die intense schoonheid.

Tijdens perstrips kon je haar wel eens tegen het lijf lopen terwijl ze in badjas in de hotelgang zocht naar een stopcontact zodat ze haar krulspeldenset kon opwarmen. En ze geneerde zich ook niet om op een chique locatie haar schoenen uit te schoppen en haar voeten omhoog te gooien of te koelen in een gevulde ijsemmer. Ze voelde zich thuis in de wereld, en net dat huiselijke maakte dat ik me met plezier ging warmen aan haar persoonlijkheid.

“Kom naar Zonhoven”, mailde ze me toen mijn dochter een paar maanden oud was. “Kom in mijn tuin zitten, breng haar mee. Blijf logeren, dan doen we een fles wijn open en kunnen we lekker lang praten.” Het is er nooit van gekomen, en dat spijt me vreselijk.

Wilde aardbeien

Vergis u niet, Germaine was geen eendimensionaal vrouwtjesdier. Ze hield van kwaliteit maar was in meer geïnteresseerd dan mode en juwelen. Biologisch determinisme was aan haar niet besteed. Ze was erg direct en best wel scherp. Haar bruine ogen schoten vuur als ze zich kwaad maakte om onrechtvaardigheden. De sluiting van Ford Genk deed haar briesen van verontwaardiging. Voor verwaarloosde dieren had ze een zwak, maar ze was ook een ferme feministe en geloofde in een sociale en solidaire wereld.

Wie die waarden met de voeten trad kon in Germaine een geducht tegenstander vinden. Klein als ze was, las ze menig lomp heerschap de levieten. Ze was uitgesproken, Germaine, omdat ze de kunst van het leven verstond. Ze had er een uitgesproken talent voor, voor leven. Ze was een natuurfenomeen. Een goede fee, die altijd klaar stond met een luisterend oor, een verhaal, een levensles. Of een recept.

In dit Facebookberichtje, dat ze schreef op 1 september 2013, herken ik haar zoals ik me haar zal herinneren: Drie bakjes geparfumeerde wilde aardbeien uit mijn tuin. Daar moet nu alcohol en suiker op. Af en toe opschudden en tot kerstmis gerust laten. En dan, beste vrienden, gaan ze met sap en al, over het ijs.
Het leven is er om geleefd te worden. We zouden allemaal een beetje meer als Germaine moeten zijn.
 

 (Cathérine Ongenae is antropoloog, freelance journalist en columnist.)

lees ook