Hoe Japan opnieuw een militaire macht werd - Veerle De Vos

Vorige week besliste de Japanse regering om zijn pacifistische grondwet uit 1947 aan te passen. Voortaan mag het land weer bondgenoten militair te hulp schieten als die worden aangevallen. Artikel 9, dat bepaalde dat Japan nooit meer ten oorlog zou trekken, wordt daarmee uitgehold. Knoopt Japan daarmee weer aan bij zijn militaristische verleden?
labels
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

"Zelfverdedigingstroepen"

Elk jaar, op 1 juli viert Japan de dag van de Zelfverdedigingstroepen. In Brussel en elders organiseert de Japanse ambassade dan traditioneel een receptie waar veel sake vloeit. Dat moet de feestdag met de ietwat vreemd klinkende naam extra glans geven.

Dit jaar was extra bijzonder want de Japanse ‘zelfverdedigingstroepen’ bestaan 60 jaar. Na de Japanse nederlaag in de tweede wereldoorlog werd het machtige Japanse leger volledig ontmanteld. De generale staf werd naar huis gestuurd, militaire scholen gingen dicht en de militaire industrie werd afgebouwd.

In de nieuwe grondwet, die werd geschreven door de Amerikanen, deed Japan afstand van het recht om tussenbeide te kopen in internationale disputen en van het recht een eigen leger te hebben. Japan moest vanaf nu een pacifistische koers varen. De meeste Japanners konden daarmee leven en stortten zich op de ontwikkeling van de Japanse economie. Sony, Nissan, Nintendo, we kennen de rest van het verhaal.

Niet helemaal onlogisch

Maar de afgelopen tien jaar is daar ‘en stoemelings’ verandering in gekomen. De Japanse zelfverdedigingstroepen tellen inmiddels meer dan 230.000 manschappen en verschillen in bijna niets meer van een modern leger. O ja, officieel zijn de soldaten ‘ambtenaren’, maar dan wel ambtenaren die uitgerust zijn met de modernste wapens. Vorig jaar nog huldigde premier Abe het grootste vliegdekschip sinds de tweede wereldoorlog in. Steeds vaker stuurt Japan zijn troepen uit bij vredesmissies.

De toegenomen aandacht voor defensie lijkt niet helemaal onlogisch, als je kijkt naar wat er in de buurlanden gebeurt. China heeft zijn defensie uitgaven de afgelopen twintig jaar meer dan vertienvoudigd, en heeft een sterke zeemacht opgebouwd waarmee het steeds vaker gevaarlijk dicht in de buurt komt van eilanden die ook door Japan worden opgeëist. Ook Noord-Korea is niet meteen een betrouwbare buur te noemen. De VS, Japans trouwste militaire bondgenoot, verwelkomde dan ook de regeringsbeslissing.

Heimwee naar vroeger tijden

Toch staat niet de hele Japanse bevolking achter de nieuwe militaristische koers van de regering Abe. Meteen na de beslissing kwamen in Tokio enkele duizenden mensen op straat uit protest. Een recente opiniepoll wijst uit dat minder dan 50 procent de regering steunt in dit dossier. De Asahi Shimbun, een van de meest gewaardeerde kranten in Japan schreef: ‘1 juli zal de geschiedenisboeken ingaan als een zwarte dag voor Japan’. Een andere krant vroeg zich af of de koerswijziging van Japan niet meer te maken heeft met het verleden dan met de toekomst.

Een vraag die niet helemaal uit de lucht gegrepen is: in nationalistische kringen in Japan heerst nog al wat heimwee naar dat roemrijke militaire verleden. Sommige politici – van Abe’s Liberaal Democratische Partij – vragen zich openlijk af of die oorlogsmisdaden van Japan niet wat overdreven zijn en willen vaderlandslievendere geschiedenisboeken in de klas.

Abe zelf besliste vorige zomer – tegen beter weten in – om het beruchte Yasukuni schrijn in Tokio te bezoeken, waar naast honderdduizenden ‘gewone’ gesneuvelde soldaten ook enkele beruchte oorlogsmisdadigers worden geëerd. Een pelgrimstocht die oude wonden open rijt in buurlanden zoals China en Zuid-Korea en tot veel wenkbrauwengefrons leidt in het westen.

Abe's rolmodel

Maar helemaal toevallig is die stap niet. Ook Abe’s grootvader heeft enkele jaren in de gevangenis gezeten op verdenking van oorlogsmisdaden. Nobusuke Kishi was een hoge ambtenaar in Manchukuo, het bezette deel van Noord-China en later minister van industrie tijdens de oorlogsjaren. In 1948 kwam hij vrij, werd hij gerehabiliteerd en schopte hij het zelfs tot eerste minister.

Voor de jonge Shinzo Abe was zijn grootvader een rolmodel en de kritiek op zijn oorlogsverleden sterkte hem alleen maar in zijn overtuiging. ‘In mijn ogen was mijn grootvader een oprecht staatsman die alleen maar bezig was met de toekomst van zijn land’, schreef hij in 2006 in zijn bestseller ‘Op weg naar een mooier land’. Maar het feit dat de kleinzoon nu in de schoenen van zijn illustere grootvader staat, is voor sommige waarnemers het levende bewijs dat Japan nooit echt heeft gebroken met zijn oorlogsverleden.

"Een normaal land worden"

De Japanse ambassadeur Mitsuo Sakaba schudt vermoeid van nee als ik hem - enkele maanden voor de ‘Dag van de Japanse zelfverdedigingstroepen’ - vraag of we ons zorgen moeten maken over het toenemende militarisme in Japan en de positie van premier Shinzo Abe. ‘Japan is en blijft pacifistisch’, zegt hij,’ dat hebben we sinds de tweede wereldoorlog ook bewezen en daar zullen we de volgende jaren niet van afwijken. Maar 70 jaar na het einde van die oorlog willen we eindelijk een normaal land worden. Dat zou de rest van de wereld moeten begrijpen.’

(Veerle de Vos is journalist bij  VRT Nieuws en volgt de ontwikkelingen in Azië. Eind vorig jaar maakte ze een reeks reportages over het moderne Japan.)