Gegijzeld door Oranje

Geloof ze niet. Geloof die mensen niet: Nederlanders die hun eigen ploeg voor het WK geen schijn van kans geven. Ik trapte erin en word nu al wekenlang gegijzeld in Oranje-land.

Poëzie van Mulder

Nu moet ik bekennen dat ik alles behalve een voetbalkenner of voetballiefhebber ben. Voor dit WK had ik nog nooit een volledige voetbalwedstrijd uitgekeken. Waarom zou ik? Ik woonde gelukkig ook nooit onder één dak met een manspersoon die me hiertoe dwong. Maar de aanstekelijke duivelsgekte kreeg zelfs mij in zijn greep: de dribbels van Origi, het rode haar van Kevin De Bruyne, de poëzie van Jan Mulder. We kregen er zowaar schik in. Maar nu de driekleur in het vaderland weer is opgeborgen, heeft ook de voetbalkoorts mijn lichaam verlaten. Er is slechts één probleem: Oranje is nog steeds in de running.

Oranje bubbel

Ik weet niet of Facebook aan het mindfucken is met mij, maar ik word niet bepaald vrolijk van de berichten dezer dagen. Vrienden en bekenden lachen mij toe vanop zonnige stranden en idyllische marktplaatsjes. Zelf zit ik gevangen onder een donker wolkendek, in een oranje bubbel. Kinderen worden geboren, geliefden geven elkaar het jawoord, er vallen rouwkaartjes in de bus. Maar zolang Oranje kans maakt op de beker, kan ik het Nederlandse schip natuurlijk niet verlaten.

Bijna niemand geloofde dat ze de tweede ronde zouden halen. Zelfs de grootste Oranje-fans namen mij weken geleden in vertrouwen. De wanhoop sprak uit hun ogen: met deze ploeg zou het niets worden. Ze hadden de oranje spullen weliswaar uit de kast getrokken, maar dat was een ritueel, tegen beter weten in. Ik was zo stom om hen te geloven.

Materiële moeheid

Door het vernuft van Van Gaal moet ik intussen continu dingen afzeggen en verplaatsen. Mijn agenda is een kluwen van strepen en pijltjes. Verjaardagsfeestjes en culturele festivalletjes worden door m’n neus geboord. Vrije weekends worden geschrapt, bezoekjes aan andere thuisblijvers worden verdaagd.

De wekenlange quarantaine eist op meerdere fronten zijn tol. Thuis hopen rekeningen en aanmaningen zich op. Het gras groeit over het huis, wordt mij verteld. Een dringend tandartsbezoek wordt voor de zoveelste keer uitgesteld en ook mijn technisch materiaal is toe aan vakantie.

Mijn polshorloge staat stil, mijn laptop werkt op halve kracht en bij mijn laatste radio-opname weigerde zelfs mijn trouwe microfoon na anderhalf jaar plots alle dienst. Moe, ik had er alle begrip voor. Maar de collega’s in Brussel stuurden me in allerijl een vervangexemplaar, ik nam het daarnet in ontvangst. Juist in deze laatste rechte lijn naar de beker mogen we niet stranden.

Verdriet is mooier

Over precies een week is alles voorbij. Wil ik dat Oranje wint, of niet? Moeilijke keuze. De wereldtitel zou voor een ongeziene explosie van geluk zorgen die je als journalist graag wil registreren.

Maar de artiest in mij vindt verdriet mooier. In afwachting van de uitkomst zoek ik troost. Niet in oranje tompoezen, oranjebitter of paprikachips, ik mag er niet aan denken. Ik deed de voorbije week een bijzondere aankoop, maar daarover later meer. De voetbalgekte roept.