Uw krant of uw Facebook! - Celia Ledoux

Als de baby nog slaapt maar teveel wurmt om mij ochtendslapen toe te laten, check ik Facebook. Ik log in tijdens tukjes en 's avonds voor het slapen. Bij de iets oudere baby deed ik dat nog met mijn krant. Tot recent dacht ik dat Facebook een verslaving was zoals Tetris, maar er lijkt meer aan de hand.

Ondanks alles is Facebook geweldig

Facebook is natuurlijk geweldig. Dat van die privacy is wel jammer, die emotionele experimenten waren niet fraai, dat met de NSA vonden we niet leuk. We hebben er ook écht hard over geklaagd. Op Facebook.

Ondanks de stalkers, ongevraagde meningen en eindeloos oppoppende vensters staat het mij aan dat je kan wegklikken, ook van hatespeech, ongegronde troep en mensen die echt alléén maar babyfoto's delen, en dat die keuze onthouden wordt.

In het echte leven beweert alleen mijn moeder dat het broeikaseffect overroepen is, op Facebook post een kennis vanzelve artikels die theorieën rond piekwaardengeknoei en uitgevonden global warming verdedigen.  Een hoop mensen tonen glimpen van ongeziene plekken puur door wie of waar ze zijn: synagoges, moskeeën, het Turks protest, extreem geprivilegieerde plekken of juist het leven als alleenstaande moeder; de onderzoeksjournalist en de goed boerende zelfstandige.

Ze debatteren onderling in meer dan 140 tekens (soms een groot nadeel). Hoewel je steeds vaker je eigen mening terugziet naarmate je “friends” hetzelfde vinden en dat bloedirritant en -ongezond is (regelmatig overweeg ik een break en die neem ik nooit), geven een heleboel dieptelinks me nieuwe info.

Vooral die info maakte duidelijk wat tussen mij en de krant niet botert.

De krant: de knul die zo graag populair wil zijn

Ik weet niet of kranten zo hard proberen met hun tijd mee te zijn of dat ze hun aandeelhouders willen plezieren. Wat de oorzaak ook is, het gevolg nekt hun reputatie.

Er zijn de snelheidpostjes. Het is vast leuk als je krantensite nieuws eerst brengt. Alleen kan een krant nooit op tegen het net én maakt snelheid nieuws ongecheckter. Ik kan 's ochtends een krantenlink zien, die twee uur later is weggehaald. Geen info of rectificatie. Als dat gebeurt, gonst Facebook van de intellectuele cafépraat.
Dan zijn er de populariteitsposts. Acht gewoonten van productieve mensen, twintig foto's van schattige beesten, een paar voetbalfans. The Huffingon Post komt daarmee weg, een kwaliteitskrant kost elke click wat geloofwaardigheid.
Er zijn de herposts. “Zus of zo filmpje maakt furore op Twitter”. Het filmpje herposten met twee “weetjes” die iedereen googlen kan is geen nieuws, dat denigreert je krant tot een Tumblr.

Er zijn de WTF-posts. Als Humo babes op Werchter opspoort, rol je eens met je ogen. Maar toen een kwaliteitskrant het deed... dan krijg je het woord “kwaliteitskrant” nauwelijks gezegd. (de post in kwestie werd snel weggehaald, wat 'm ook een “oeps'je” maakt.)
 

Erger is het afkijken. Nieuws dat op andere sites, kranten of andere fora is verschenen afschrijven zonder bron is sneaky en laag. Het gebeurt dagelijks.

Er is het knippen in recensies, artikels, meningen. Wijdlopigheid is zeker schadelijk, maar op een bepaald punt knip je in nuance. Op internet kost een extra woord nochtans geen cent. Lezers zouden afhaken bij lengte. Intussen zijn Longreads en uitgebreide, intelligente blogs (die van Bieke Purnelle is een aanrader) razend populair.

Ik heb het kranten lang vergeven. Ze worden zwaar onder druk gezet en die irritante reclamefilmpjes in het midden van een artikel hebben iets desperaats. Bovendien vind ik dat de vierde macht gesteund hoort, zij controleren de staats- en bedrijfsmacht. Je zou uit deernis op zo'n non-link klikken.

Alleen eroderen die praktijken het kwaliteitslabel van een krant. Ik zie in gedachten zo'n ietwat nerveuze webredacteur zitten, die het heel graag goed wil doen. Hij of zij moet clicks binnenrijven? Dat zal vast lukken. Jammer van het nieuws.
 

Wij van WC-Eend adviseren WC-eend

Wat een krant goed kan – of kon? – is opzoeken, nieuws naar boven brengen, dieptestukken brengen, checken, een andere kant van de feiten laten zien. Op dat blazoen beroemen kranten zich nog steeds, en een paar uitstekende redacteurs en journalisten houden het hoog. Ik vraag me wel af hoe gefrustreerd die zich voelen, als ze meningen als nieuws gepresenteerd zien, hun eigen berichtgeving soms met fouten overgenomen zien worden, wat ze denken bij knuffelig of lui non-nieuws of PR-berichten die als verslaggeving gebracht worden.

Natuurlijk zwellen een aantal van die praktijken al een tijd aan. Toen ik in PR en communicatie werkte, zat ik altijd tussen tandenknarsen en mezelf een pluim geven als weer een persbericht van me zonder bronvermelding maar integraal overgenomen als artikel in een kwaliteitskrant werd afgedrukt. Ik kon blijkbaar schrijven, maar hielp bij malafide verslaggeving. Dit zijn de feiten, zei de krant. “Volgens Firma X”, stond er niet bij.
“Wij van WC-Eend adviseren WC-Eend”: hoort een krant dat soort praktijk niet juist te ontsluieren?

Steken oprapen die de krant laat vallen

Intussen rapen andere media gretig de steken van grootkranten op. Een medium als De Correspondent doet niet aan reclame, maar laat zijn (intussen tienduizenden) abonnees artikels delen. Die zijn dermate gerechercheerd en gecheckt dat ze je nostalgisch aan de hoogdagen van de krant doen denken.

Er zijn Mo, De Wereld Morgen, Rekto:Verso en co: onafhankelijke media die een duidelijke wereldvisie of strekking voorstaan, maar steeds beter beslagen op het ijs komen, zodat dat je die visie erbij neemt. Je krijgt immers ook een massa droge, goed onderzochte en gecheckte feiten, zonder veel lengtebeperking. De Wereld Morgen maakt zelfs reclame met het feit dat ze aan fact checking doen. Dat dit een uitzonderlijk feit werd en het gros van de redacties die service heeft afgeschaft wegens te duur, is éigenlijk best schokkend. Zelfs sites als De Rechtzetting en de Raaskalderij, die met satire de als feit geponeerde meningen in de krant persifleren, maken een lacune aan balans in de krant zelf duidelijk.

Ooit was de VRT er voor snel nieuws, verslaggeving die door zijn snelheid soms iets ondoordachts had. Nu lijkt DeRedactie.be één van de bastions van ouderwets gedegen journalistiek. Dat krijg je zo zonder aandeelhouders: een stel journalisten die werken kunnen, zonder angst voor de botte ontslagbijl.
Bladen als Knack – óók gedrukt – waren vroeger ietsje belegen, maar herrijzen dankzij een beter uitgebouwde opinie- en onderzoekskant.

Soms denk ik: ik wil weer een krant thuis, op zaterdag. Maar op zaterdag heb ik nooit zin om me te ergeren. Ik vraag me af of ik voor mijn verjaardag de New York Times of The Guardian zal vragen.
Waardoor ik me weer zo'n snob voel dat ik op Facebook inlog.

(Celia Ledoux is schrijver en columnist.)
 

lees ook