"Godsdienstvrijheid" in China - Stefan Blommaert

De diaken zingt uit volle borst christelijke liederen in het Chinees. De zondagsdienst gaat binnen een kwartier van start, de kerk begint aardig vol te lopen. De gezangen verlopen niet erg toonvast, maar de al aanwezige gelovigen lijken zich daar niet aan te storen, ze doen enthousiast mee. Dit is een van de 300 katholieke en protestantse kerken in Yongjia, een regio die volgens de plaatselijke priester 170.000 christelijke gelovigen telt op een miljoen inwoners. Yongjia maakt deel uit van de stad Wenzhou, ook wel het 'Jeruzalem van China' genoemd, omdat er zoveel christenen wonen.
labels
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Kruis weg of kerk weg

Bij de ingang hangen foto's van de kerk met een groot roodkleurig kruis bovenop de koepel. Dat kruis is er niet meer. Vandaag priemen er enkel nog een viertal stalen staven uit het dakwerkbeton. De kerkgangers hebben het religieuze symbool er onlangs zelf afgehaald. Dat gebeurde nadat ze door de autoriteiten voor de dwingende keuze waren gesteld: kruis weg, of heel de kerk wordt afgebroken.

Diezelfde keuze hadden de gelovigen van de monumentale Sanjiang-kerk, in een buitenwijk van Wenzhou. In maart kregen ze een ultimatum: het kruis weghalen en een deel van de kerk zelf afbreken, of het bouwwerk zou ambtshalve tegen de vlakte gaan. De plaatselijke christenen gingen in het verzet, maar bereikten daarmee alleen wat ze het ergste hadden gevreesd. Eind april verschenen de bulldozers op het kerkterrein en in geen tijd was alles herleid tot een enorme hoop puin. Desastreus voor de gelovigen, de kerk was nog geen half jaar oud, ze had drie miljoen euro gekost.

"Godsdienstvrijheid"

China is officieel een land met godsdienstvrijheid. Die vrijheid wordt gegarandeerd in de grondwet. Alleen, de partij heeft wel het recht om te bepalen welke godsdienst legitiem is en welke niet. Het christendom wordt getolereerd door de communistische autoriteiten, als het zich tenminste schikt naar de ideologische geplogenheden.
Dat betekent onder meer dat alleen geregistreerde en strikt gecontroleerde kerken zijn toegelaten. De protestantse 'Drie-zelf Patriotische Beweging' - een typisch Chinees-communistische benaming - en de 'Chinese Katholieke Patriotische Associaties' hebben zo'n licentie en mogen religieuze bijeenkomsten organiseren.

Een lange traditie

Het christendom heeft in China een lange traditie, die teruggaat tot de Tangdynastie (7e-10e eeuw). Doorheen de geschiedenis werd de religie herhaaldelijk onderdrukt en zelfs helemaal van de kaart geveegd, om daarna opnieuw tot ontwikkeling te komen. Meest bekend bij ons zijn de activiteiten van de katholieke missionarissen (vanaf de 16e-17e eeuw), onder wie de Vlaamse jezuïet Ferdinand Verbiest. Na de communistische machtsovername in 1949 werden veel buitenlandse priesters verbannen, en tijdens de Culturele Revolutie in de jaren zestig en zeventig moesten de kerken helemaal ondergronds gaan. Maar met de politiek van 'opening en hervormingen' onder Deng Xiaoping kwam er opnieuw meer speelruimte voor de godsdiensten.

Volgens officiële cijfers zijn er vandaag een kleine 30 miljoen christenen in China. Christelijk geïnspireerde onderzoekers schatten hun aantal veeleer op 60 tot 80 miljoen. Daarin zitten ook de leden van de ondergrondse 'huiskerken', die geen deel willen uitmaken van de officieel geregistreerde religieuze organisaties. Maar het zijn vooral de groeicijfers die opvallen. Officieel is het aantal protestanten in China de voorbije twee decennia gestegen met zowat 60 procent, het aantal katholieken met 25 procent. De christenen zelf spreken van een veel grotere groei. Een Amerikaans-Chinese onderzoeker voorspelt dat er tegen 2025 zowat 160 miljoen protestanten zullen zijn in China, evenveel als in de VS, en vijf jaar later zou het land het grootste aantal christenen ter wereld tellen.

Een ideologisch vacuüm

Of die cijfers nu al dan niet au serieux moeten worden genomen, feit is dat de invloed van de christelijke Kerken in China drastisch toeneemt. En dat maakt de Chinese autoriteiten natuurlijk zenuwachtig. Want die zijn als de dood voor een maatschappelijke beweging die op de een of andere manier concurrentie kan betekenen voor de almacht van de communistische partij. Dat was al zo op het einde van de jaren negentig, toen de religieus geïnspireerde Falungong-beweging werd bestempeld als een sekte en vervolgens hard werd aangepakt. En de partijbonzen - die als geen andere de neergang van de communistische regimes in Oost-Europa hebben bestudeerd - kennen natuurlijk ook de politieke rol die de Poolse katholieke Kerk heeft gespeeld.

In China vormt het ideologische vacuüm - als gevolg van decennialange hervormingen en de obsessieve focus op het snelle geld - een goede voedingsbodem voor godsdiensten allerhande, dat is de machthebbers in Peking evenmin ontgaan. De christelijke Kerk zorgt voor een alternatief, met haar nadruk op waarden en sociaal engagement. Ze wordt door heel wat Chinese machthebbers nog altijd gezien als een westerse luis in de pels. Toen president Xi Jingping onlangs het morele verval in zijn land aanklaagde en pleitte voor meer tolerantie ten aanzien van de 'traditionele godsdiensten', had hij daarmee duidelijk het boeddhisme, confucianisme en daoïsme op het oog, en niet het christendom. Dat de christelijke Kerken snel aan invloed winnen moet door veel partijbonzen dan ook met lede ogen worden aangezien.

"Inbreuken op de bouwwetgeving"

Misschien moeten de recente acties tegen christelijke symbolen en bouwwerken in dat licht worden bekeken. Officieel is er geen sprake van enige antireligieuze ingesteldheid. Volgens de overheid past het neerhalen van kruisen en het afbreken van kerken in de campagne 'Drie rectificaties en één afbraak' (alweer zo'n mooie slogan). Bedoeling daarvan is om inbreuken op de bouwwetgeving tegen te gaan. Zo was de Sanjiang-kerk bijna 8000 vierkante meter groot, terwijl ze een vergunning had voor slechts 1900 vierkante meter. Soortgelijke overtredingen zouden zijn voorgekomen bij de meer dan zestig andere kerken die de voorbije maanden geheel of gedeeltelijk werden afgebroken, of waar de kruisen eraan moesten geloven.

De gelovigen van de getroffen parochies brengen daar tegenin dat bouwovertredingen in China een gangbare praktijk zijn. Alleen de 'lastige christenen' zouden worden aangepakt. Volgens de New York Times passen de acties tegen de christelijke kerken wel degelijk in een poging van de autoriteiten om een te opzichtige aanwezigheid van de godsdienst terug te dringen. De krant kon een intern document van de communistische partij inkijken waarin wordt aangedrongen op het verwijderen van kruisen in de omgeving van autosnelwegen en andere plekken waar veel mensen passeren. 

Intussen kregen zowat driehonderd kerken op het grondgebied van Wenzhou een waarschuwing van de autoriteiten. Heel wat gelovigen zetten zich schrap tegen een mogelijke politie-interventie. Boven de ingang van een kerk in het diepgelovige Pingyang-district hangt een grote spandoek met daarop: 'Het kruis is een symbool van geloof, een teken van vrede. Wij protesteren tegen de verwijdering.' Enkele tientallen parochianen houden de wacht, de toegang tot de kerk is gebarricadeerd met een grote hoop stenen. Of het veel effect zal hebben als de oproerpolitie hier aankomt is twijfelachtig, maar de vastberadenheid onder de gelovigen lijkt alvast groot.
 

China en het Vaticaan

Tenslotte is het ook afwachten hoe het Vaticaan zal reageren op de recente afbraken en verwijdering van kruisen in China. Rome heeft officieel niets in de pap te brokken in China, de katholieke Kerk hier is 'zelfstandig', de bisschoppen worden benoemd door de Chinese religieuze autoriteiten. Onofficieel krijgen heel wat bisschoppen wel een fiat van het Vaticaan, maar de benoemingskwestie blijft voor spanningen zorgen tussen Peking en Rome. Recent was er toenadering - onder meer door een positieve ingesteldheid van de nieuwe paus - maar of de dooi zal voortgaan nu de confrontatie in het 'Jeruzalem van China' hier zoveel ophef veroorzaakt, dat is twijfelachtig.

Op de plek waar de indrukwekkende Sanjiang-kerk tot voor enkele maanden stond, zijn er ondertussen boompjes aangeplant. Van brokstukken is hier niets meer te zien. De vroegere aanwezigheid van een uit de kluiten gewassen gebedsruimte valt voor de toevallige voorbijganger amper nog op. Behalve misschien door dit bord: 'Afbraak van bouwovertreding. Verboden toegang. Gevaarlijk terrein.' Wat kan er gevaarlijk zijn aan pas geplante boompjes?

 

(Stefan Blommaert is VRT-correspondent in China.)