Blote meisjes - Kristien Hemmerechts

In de trein zat ik tegenover een naakte jonge vrouw. Ze droeg kleurige bandjes om haar pols en een snoer met kralen rond haar hals, maar textiel kon ik niet bespeuren. Moet kunnen, dacht ik, het is ten slotte zomer. En het was heet die dag. Na een tijdje bleek wat textiel verstopt te zitten onder de tas op haar schoot. Dat zag ik toen ze die verschoof terwijl ze op zoek ging naar haar telefoon om het thuisfront te melden dat ze geen honger had en dus ook niets wilde eten.

Het thuisfront nam daar geen vrede mee. De schaars geklede vrouw bleef maar herhalen dat ze geen honger had en echt niets wilde eten. Ik kreeg de indruk dat aan de andere kant van de lijn alle mogelijke gerechten werden voorgesteld, maar nee, niets kon haar vermurwen. Ze zou niets eten, maar ze wilde wel worden opgehaald. Kon er alsjeblieft voor worden gezorgd dat ze zou worden opgehaald?

Nog niet op eigen benen

Later zat ze met een lege blik voor zich uit te staren. Haar bovenarmen en hals waren rood verbrand. Ze zag er doodongelukkig uit. Ik schatte dat ze op het akeligst mogelijke punt in haar leven was beland waarop een mens kan belanden: nog niet op eigen benen, maar ook niet meer thuis in het ouderlijk nest, tussen wal en schip, aambeeld en hamer, kastje en muur. Ik herinnerde me mijn eigen gezwalp in die tijd en huiverde, de zomerhitte ten spijt.

Een halte verder kwam een rij jonge vrouwen in erg korte shortjes aan boord. Ze leken allemaal uit dezelfde mal te komen: slanke hoge benen, sluik haar, armbandjes (die zijn écht een must), kralen, teenslippers, mouwloos shirtje, en het korte shortje in jeansstof. Ook zij maakten een blote indruk. Misschien waren ze onderweg naar een strand of een festival.

Het is een uniform

Ik probeerde het bloot dat mij omringde te ‘lezen’. Zei dit bloot: ik wil zoveel mogelijk zon absorberen om een voorraad vitamine D aan te leggen? Of zei het: kijk hoe mooi en begeerlijk ik ben? Geen van de beide, besloot ik. Het is gewoon het uniform waarin jonge vrouwen – of meisjes – zich op dit moment moeten uitdossen, als ze erbij willen horen. Ik durf er vergif op in te nemen dat de nagels van hun tenen en vingers in bonte kleurtjes waren gelakt. Elke kleur is daarbij toegestaan, behalve de schakeringen van rood. Zo traditioneel! Zo hopeloos passé! Zo 20ste eeuw!

Het is een tikkeltje deprimerend om te constateren hoe de mens een kuddedier is en blijft, ook wanneer niemand hem of haar daartoe dwingt, ook wanneer hij of zij hardnekkig volhoudt een individu te zijn. ‘Het is mijn allerindividuele keuze om mij te kleden zoals iedereen.’

Ik liet mijn oog dwalen over de oudere generatie in de trein, wierp een blik op mezelf, en besefte: ook de ‘oudjes’ springen niet uit de band. Er is daar geen wetgeving of ordehandhaving voor nodig. We doen het allemaal braaf en zonder morren uit onszelf.

(Kristien Hemmerechts is schrijver.)
 

lees ook