Het lied der senatoren - Van Dievel Consulting

Buiten regende het oude wijven. In de troonzaal van het koninklijk paleis brandde de open haard. In juli nota bene! De schouw trok niet goed, bovendien. Door de vochtigheid viel het behang van de muren en groeiden er hallucinogene paddestoelen op het afbrokkelende plafond. Mismoedig zaten de jonge koning en wij van de staf van Van Dievel Consulting naar de televisie te kijken, naar de door Linda De Win in bijberoep geregisseerde eedaflegging door tien gecoöpteerde senatoren. Ze moesten niet denken dat ze er met een simpel en gemompeld ‘ik zweer getrouwheid enzovoorts’ vanaf zouden komen.

‘Kijk!’ riep de soeverein plots wijl hij met zijn vinger op de beeldbuis naar een der rode pluchen senaatszetels wees, ‘ daar zat ik vroeger altijd en daar zit nu meneer Becaus. Ik hoop voor hem dat ze voor de eedaflegging de tutterfrut en de neuskeutels vanonder de stoelen hebben weggehaald. En dat de mop met het scheetkussen hem bespaard blijft.’ Het staatshoofd had blijkbaar geen al te beste herinneringen aan de tijd toen hij als koningszoon ambtshalve lid was geweest van de hoge vergadering.

Busy busy

Het was een busy busy week geweest voor de jonge koning. Naar Rome geweest voor een trouw. Geïnformeerd naar de prijs van de Ukkelse villa van Delphine Boël en daar danig van geschrokken. Voetballers met vuile voetbalschoenen over de paleisvloer gehad, de jongste koningin kon er nog altijd niet over zwijgen. In Ieper de start van een - naar later bleek legendarische - Tourrit gegeven en die enge meneer Leterme niet hebben kunnen ontwijken. Niet naar de gezondheidstoestand van de oude koning geïnformeerd. En gewacht op een teken van leven van informateur Charles Michel, een teken dat maar niet wilde komen.

Newspeak

‘Weet u of dat bij mijn voorganger ook zo ging, meneer Van Dievel?’ informeerde de soeverein meer dan eens en zonder de naam van zijn doorluchtige vader ook maar één keer uit te spreken. Ik verzweeg dat het bij de vorige koning  maandenlang en van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat een komen en gaan was geweest van gezanten, aftasters, masseurs, spoorzoekers, filou’s, preformateurs, informateurs, reformateurs en regeerzuchtigen allerhande, zodat er soms file ontstond ter hoogte van het kasteel van Laken,  zelfs zodat er na de eedaflegging van Di Rupo I nieuw asfalt moest gelegd worden, en dat Albert II op listige wijze de regeringsvorming had gestuurd in de richting van het confederalisme, via een grote omweg weliswaar.

‘Sire,’ stelde ik hem gerust, ‘de informateur wacht tot de tijd rijp is om te springen.’ Ik had dat in De Standaard gelezen en het leek mij wel een goede quote om zonder bronvermelding te gebruiken. ‘Om te springen,’ herhaalde het staatshoofd peinzend mijn gestolen quote, ‘heel goed klinkt dat toch niet.’

‘Dat komt, sire,’ troostte ik hem, ‘omdat u nog niet vertrouwd bent met het jargon, met de newspeak van de Wetstraat. Weet u bijvoorbeeld wat framing is?’
De blos die op zijn koninklijke wangen verscheen verried dat de koning framing verwarde met iets anders. ‘De koningin vraagt dat wel eens,’ mompelde hij met nu hoogrode wangen, ‘ze leest daarover in haar vrouwenbladen.'

Framing

‘Framing, sire,’ hielp ik hem over zijn verlegenheid heen, ‘ betekent dat de zaken anders worden voorgesteld dan ze in werkelijkheid zijn, of dat er een draai aan gegeven wordt, met de bedoeling iedere tegenspraak uit te sluiten en met een welbepaald politiek doel voor ogen. De regering Di Rupo was een marxistische belastingregering. De kiezer heeft op 25 mei de klassieke tripartite afgestraft. De partijen die daar deel van uitmaakten krijgen de scheldnaam “trado’s”, een scheldnaam die dan klakkeloos door de media wordt overgenomen. Deze trouweloze partijen kunnen niet anders dan de Vlaamse zaak bij herhaling verraden. Een regering zonder de N-VA is een aanfluiting van de volkswil. Het cdH is een aanhangsel van de Parti Socialiste. Benoît Lutgen is monsieur non. We leven boven onze stand. Frank Vandenbroucke is de enige redelijke socialist. Nepsollicitanten ondermijnen de sociale zekerheid.‘
De jonge koning keek mij aan met een ongemakkelijk makende intensiteit.
‘Dat is dus allemaal niet waar, meneer Van Dievel?’
‘De waarheid is complexer, majesteit, en laat zich niet in oneliners vatten.’
‘Meneer Michel gaat dus niet echt springen, meneer Van Dievel?’
‘Nee, sire, hij zal u komen opzoeken als de tijd rijp is voor een NCMV-coalitie.’
‘Een wàt?'
 

Behendigheidsproeven

Op de televisie hield Linda De Win inmiddels een brandende hoepel in de hoogte en liet haar zweep klakken. Een voor een namen de te coöpteren senatoren een aanloop en sprongen met ware doodsverachting dwars door het vlammenzeetje. Wat Steven Vanackere die op school al niet goed was geweest in turnen enige lelijke brandwonden opleverde. Er hing een onaangename geur van verzengd hoofd- en benenhaar. Maar voor een voor vijf jaar gegarandeerde broodwinning wil een eerder gebuisde politicus al eens extra moeite doen. Paris vaut bien une messe, zagen we ze zelfs op de televisie denken. Vervolgens namen zij op taboeretjes plaats en legden klauwend en brullend naar de zweep van hun temster de eed af. En zongen vervolgens uit volle borst, in canon en driestemmig de gelegenheidskraker “Het Lied der Senatoren”.

‘Wij zijn de laatste senatoren,
Zopas zijn wij plechtig ingezworen.
Acht keer per jaar doen wij ons devoren.
In onze knusse ivoren toren.
Maar ge zult minder en minder van ons horen.
Want wie laat er nu een senator scoren.
Wij zijn de kniesoren, de druiloren,
De lamsoren, de hangoren, de domoren,
De vangers in het koren met de wind van voren.
Er is aan ons niet veel verloren,
want
Wij zijn gezworen senatoren.’

(Op de tonen van ‘Wij zijn gezworen kameraden”, composed by Bruno Tobback)
 

lees ook