"We moeten tonen dat het anders, maar vooral ook beter kan"

"We moeten méér doen dan het gevoerde beleid voortzetten. We moeten tonen dat het anders, maar vooral ook beter kan." In zijn toespraak naar aanleiding van de Vlaamse feestdag in het Brusselse stadhuis is Vlaams Parlementsvoorzitter ad interim Jan Peumans (N-VA) dieper ingegaan op de zesde staatshervorming en de herdenking van WOI.

Naar jaarlijkse gewoonte heeft de voorzitter van het Vlaams Parlement op 11 juli een toespraak gegeven in het stadhuis van Brussel. Omdat de Vlaamse formatiegesprekken nog geen nieuwe regering en een definitieve parlementsvoorzitter hebben opgeleverd, nam parlementsvoorzitter ad interim Peumans de honneurs waar.

Twee thema's overheersten zijn discours. Ten eerste haalde hij de nieuwe bevoegdheden aan die Vlaanderen sinds 1 juli in de schoot zijn geworpen als gevolg van de zesde staatshervorming. Dat zijn partij de N-VA federaal niet aan tafel zat bij het uittekenen van die staatshervorming en die op vele punten bekritiseert, was tussen de regels duidelijk te horen. "Het zal een uitdaging zijn voor de nieuwe Vlaamse regering om die bevoegdheden in te vullen op maat van Vlaanderen en de Vlamingen", zei Peumans.

"We bevinden ons in een moeilijk spanningsveld", ging hij verder. "Enerzijds worden belangrijke bevoegdheden overgeheveld, anderzijds komen de bijhorende middelen niet volledig mee over. Dit budgettaire aspect is onmiskenbaar dé achillespees van deze zesde staatshervorming."

Armoedebestrijding moet de prioriteit bij uitstek worden voor de volgende Vlaamse regering, zo liet hij verstaan. "Een maatschappij die zichzelf respecteert, moet de armoede bestrijden. Hoe wil Vlaanderen de nieuwe bevoegdheden invullen zonder dat bepaalde groepen burgers uit de boot vallen? Zonder dat de armoede in Vlaanderen toeneemt?" Zelf reikte hij alvast een oplossing aan: "Werk is de belangrijkste hefboom in de strijd tegen armoede."

Hoe dan ook wil Peumans méér doen dan louter het gevoerde beleid voortzetten. "Vlaanderen moet voor de invulling van deze nieuwe bevoegdheden ambitie tonen. Wij moeten tonen dat het anders, maar vooral beter kan!"

"WO I was een katalysator in de Vlaamse emancipatiestrijd"

Ten tweede bracht Peumans WO I in herinnering, de groote oorlog die precies 100 jaar geleden begon. "Het is belangrijk dat we de gruwel en de dwaasheid van die oorlog niet vergeten. Niet vergeten in de hoop dat daaruit lessen worden getrokken. Al klinkt deze hoop ijdel, als we de gebeurtenissen van de voorbije eeuw overschouwen. Erger nog: de wreedste praktijken uit WO I worden tot vandaag herhaald."

Peumans liet niet na WO I met de Vlaamse identiteit in verband te brengen. "In België was die oorlog een katalysator in de Vlaamse emancipatiestrijd. De Vlaamse beweging werd een politieke beweging die streefde naar zelfbestuur."

"Vlaanderen werd een natie", stelde hij. "Dat proces is nog niet ten einde. Vlaanderen krijgt steeds meer verantwoordelijkheden. We moeten die zelfbewust opnemen voor de toekomst van onze regio. Maar we moeten ons ook bewust zijn van de bredere wereld om ons heen. De Vlaamse gemeenschap leeft niet op een eiland."

Zo ziet Peumans voor regio's als Vlaanderen bij uitstek een rol in het uitdragen van de vredesboodschap weggelegd. "Overal in Europa dragen de regio's een sterkere vredessymboliek uit dan de natiestaten." Vlaanderen heeft volgens hem dan ook een belangrijke taak te vervullen in conflictgebieden en postconflictgebieden.

"Vlaanderen kan zich heruitvinden als topregio"

"Zowat alle aspecten van ons groeiende pakket bevoegdheden kunnen een bijdrage leveren om Vlaanderen meer op de kaart te zetten als een regio die de vredesgedachte in de praktijk brengt", besloot Peumans. "Vlaanderen kan zich daarbij heruitvinden als topregio. Het kan uitblinken in Europa én in de wereld, als vredesentrepreneur."