De Rode Duivels gewikt en gewogen - Frank Van Laeken

De wereldbeker voetbal zit erop. 't Is te zeggen, er is zaterdag nog die overbodige wedstrijd om de derde plaats en zondag de finale tussen Duitsland en Argentinië, maar voor vele landgenoten hoeft het niet meer, nadat Onze Helden gesneuveld waren in de loopgraven van de kwartfinales. De Groote Oorlog tegen Argentinië liep faliekant af. Geslaagd toernooi voor de Rode Duivels? Ja en neen.

Het hoofddoel was: de kwartfinales bereiken. Dat is gelukt. De memorabele achtste finale tegen de Verenigde Staten is voor de tieners en twintigers van nu wat die nachtelijke wedstrijd tegen de Sovjet-Unie in 1986 voor hun ouders en grootouders was: de wedstrijd van de hoop. Iets om je de rest van je leven te blijven onthouden, ook al mag je die tegenstanders niet vergelijken, want de Sovjet-Unie van weleer was echt wel een pak sterker dan die sympathieke yankees.

Reality check tegen Argentinië

Even terugspoelen. De eerste ronde was matig tot zwak, de resultaten waren wel oké. Negen op negen, even goed als Argentinië, Colombia en Nederland, beter dan pakweg Brazilië, Duitsland en Frankrijk. De Rode Duivels speelden tempo-, inspiratie- en doelloos in een al bij al zeer makkelijke groep, maar ze wonnen wel telkens. Om het met de woorden van blogger Coltrui te zeggen: "Het was Broeder Jacob op een Stradivarius". In plaats van een wervelende symfonie kregen we 270 minuten lang een aandoenlijk kinderliedje te horen. Dat gaat na een tijdje vervelen.

Tegen de Verenigde Staten liet België de wereld dan eindelijk zien wat het kan. Een record aantal tv-kijkers bleven er tot lang na middernacht voor op en zagen dat het goed was. Hartverwarmend, al moeten we ook durven relativeren: de Amerikanen speelden naar goede gewoonte naïef en open, wat heel veel halve en hele doelkansen opleverde. Ja, er was die octopus in doel, die zowat alles tegenhield, maar dat heeft ook met een gebrek aan efficiëntie te maken.

Tegen Argentinië waren de Rode Duivels weliswaar op de afspraak, maar de meesten bleven vervolgens als een muurbloempje op een galabal schuchter langs de kant staan. De tegenstander was te gewiekst en wij net niet goed genoeg: een stevige reality check voor deze generatie getalenteerde voetballers. Jammer, maar helaas. Het toernooi mocht met opgeheven hoofd verlaten worden, we kunnen in september met veel goede moed de kwalificaties voor Euro 2016 aanvatten.

Moeilijk mag dat trouwens niet zijn in een groep met Bosnië-Herzegovina (eind juni 21ste op de FIFA World Ranking), Wales (41ste) Israël (75), Cyprus (142) en Andorra (200). Bovendien kwalificeren de eerste twee in de eindstand zich automatisch voor het Europees Kampioenschap en mag zelfs de derde waarschijnlijk nog play-offs spelen. Dit is geen loting maar een rechtstreeks tgv-ticket richting een speelstad naar keuze in Frankrijk!

"Volgende keer nog beter"

Dat de supporters een defilé wensten bij de terugkeer van Hun Helden ligt wellicht in onze volksaard. Deelnemen vinden we belangrijker dan winnen. "Ze hebben hun best gedaan" wordt hier al als meer dan voldoende ingeschat. Het siert de staf en de spelers dat ze daar oorspronkelijk anders over dachten: een kwartfinaleplaats was prima, niet meer of niet minder, of, zoals Filip Joos het correct verwoordde in een opiniestuk, "heel gewoon".

Een schouderklopje mag, een "Volgende keer nóg beter!" zeker ook, maar nu moet intern vooral streng worden geanalyseerd wat er fout liep. Of laat ik positief blijven: wat er nog niet goed genoeg liep. Te beginnen met de tactiek. Een 4-3-3 is allicht wat het beste past bij deze spelerskern, maar als het niet draait moet je die durven omgooien. Meer nog: je moet daarop trainen, zodat spelers soepel kunnen inspelen op veranderende omstandigheden. Tussen alle kreten over het schitterende groepsgevoel sijpelden toch wat kritische opmerkingen door van spelers die vonden dat er te weinig op tactische patronen getraind werd.

Door de geslaagde wissels in vier van de vijf wedstrijden blijft nu het beeld hangen van een bondscoach die het allemaal in de vingers heeft. Tegen de eerste tegenstander van formaat op het toernooi liep het echter mis: de wissels leverden geen succes op en de tactiek bleef behouden, ook al liep het voor geen meter. Dat is het verschil tussen Marc Wilmots en Louis van Gaal: de arrogante Nederlander durft omschakelen, hij traint daar ook op.
Alleen in de slotfase zette Wilmots tegen Argentinië alles op alles door Daniel Van Buyten in de spits te posteren, iets wat hem al was voorgedaan door... Van Gaal bij Bayern München. Het was too little en ook too late.

Ongevaarlijk bij spelhervattingen

Er moet naast de zelfbewuste, eigenzinnige, koppige Wilmots dringend een assistent-bondscoach komen die kaas heeft gegeten van tactiek en die niet braafjes op zijn beurt zit te wachten om de bondscoach in te fluisteren wanneer hij moet ingrijpen.

Wilmots is een uitstekende people manager, motivator en vaderfiguur, allemaal fijne eigenschappen voor een bondscoach, maar hij moet zich durven omringen met sterke karakters die hém en het elftal beter maken. Zo gaat dat in de bedrijfswereld ook. Met jaknikkers kom je er niet, die zijn hooguit goed om je ego te strelen.

Ook sommige spelaspecten waren ondermaats. Aan de desastreuze uitvoering van hoekschoppen en vrije trappen te zien, zag je dat daar nauwelijks of niet op getraind was. "Het brengt je ploeg niet vooruit", vindt Wilmots. Stilstaande fasen behoren nochtans al decennialang tot dé momenten om moeilijke wedstrijden open te breken.
De Rode Duivels waren bij geen enkele spelhervatting gevaarlijk. Dat geeft te denken. Het maakt het de tegenstander zoveel makkelijker.

Gezocht: vervelend ventje

Wat me tegen Argentinië nog het meeste opviel, is dat we in deze kern, waarvan analisten uitentreuren roepen dat het de beste ooit is (en wellicht terecht), geen 'smeerlapkes' hebben rondlopen. Spelers die, als het moet, de tegenstander in de gordijnen jagen. Een type-Vandereycken, bijvoorbeeld, die op het EK van 1980 de thuis spelende Italianen een koekje van eigen intimidatiedeeg bakte. Of een type-Gerets, waarvoor het oervlaamse gezegde "Hij legde er zijn kop voor" gemaakt leek. Andere teams hebben zo'n aanjager wel. Bij de Argentijnen loopt de verschrikkelijke Mascherano rond, de Brazilianen hadden Fernandinho als opperschopper rondlopen, bij de Duitsers durft Schweinsteiger al eens treiteren, Oranje heeft De Jong, en wij?

Steven Defour zou dat kunnen worden, als hij geen al te opzichtige fouten meer zou maken, zoals tegen Zuid-Korea. Axel Witsel is dat zeer duidelijk niet. Fluwelen voetballer, die ooit één keer zwaar over de schreef ging en nu een foute reputatie met zich meezeult. Fellaini? Die loopt wel driftig met zijn ellebogen te zwaaien, maar dat heeft meer met  dat onhandige lange lijf te maken, dan met doortraptheid. Gezocht dus: vervelend ventje.
 

De toekomst oogt fraai

Het goede nieuws: het talent is er en het moet nog volledig ontluiken. Van de acht kwartfinalisten had België veruit de jongste basiself. Op de bijna gepensioneerde Daniel Van Buyten (36) na hebben de andere starters tegen Argentinië nog minstens twee grote toernooien in de voeten.
Droom even mee (tussen haakjes staat hun leeftijd op Euro 2016 en op het WK 2018): Courtois (24/26), Alderweireld (27/29), Kompany (30/32), Vertonghen (29/31), Witsel (27/29), Fellaini (28/30), De Bruyne (25/27), Mirallas (28/30), Hazard (25/27), Origi (21/23). Voeg daar nog aan toe: Mignolet (28/30), Vanden Borre (28/30), Defour (28/30), Dembele (28/30), Chadli (27/29), Mertens (29/31), Lukaku (23/25) en Januzaj (21/23). Ook de geblesseerde Christian Benteke (25/27) is nog maar pas begonnen op het hoogste niveau. En dan zijn er nog opkomende en nu niet geselecteerde talenten als Youri Tielemans, Hans Vanaken, Thorgan Hazard, Brandon Mechele, Björn Engels, ...

Als de jeugdopleidingen van onze eersteklassers zich nu ook intensief zouden willen toeleggen op het opleiden of opsporen van rechts- en linksbacks, oogt de toekomst bijzonder fraai.

Eenheid, optimisme en trots

Het laatste woord is voor en over de fans. De beleving was vaak op het randje van de hysterie, maar dat hoort erbij. Dit was de wereldbeker, niet één of andere nep-classico tussen twee Belgische clubs. Dat zowat iedereen die tussen de zalige momenten van tijdelijke euforie door kritische bedenkingen formuleerde meteen in de categorie Zuurpruimen werd onderverdeeld, is gebruikelijk wanneer het groepsgevoel het haalt op realiteitszin. Het volk wil ongestoord genieten, ook al is het maar van 'Broeder Jacob'.

'Tous ensemble' is een slogan die perfect aanleunde bij hoe het WK in eigen land beleefd werd. Dit was Mexico 1986 in het kwadraat. Toen kwam die volksvreugde pas na de stuntzege tegen de Sovjet-Unie op gang, nu was het tricolore gevoel er al van bij de kwalificatiewedstrijden. Akkoord, dit is in de eerste plaats marketing: supporters die worden gestuurd door zorgvuldig overwogen acties en die braafjes meedeinen op de golven die de hype veroorzaakt.
Maar het is wel marketing van de betere soort: op twee jaar tijd werd de hele sfeer rond de nationale ploeg omgedraaid.

Zwart-geel-rood wordt nu niet langer geassocieerd met overbetaalde losers en een algemeen gevoel van pessimisme en 'altijd net niet'. Het zijn de kleuren van trots, optimisme en eenheid geworden, hoe kunstmatig en tijdelijk dat laatste ook moge zijn in een land dat geen regeringen heeft, waar politici zich aan beide kanten van de taalgrens in hun eigen wingewest hebben teruggetrokken en waar de voorzitter van de populairste partij bij voorkeur fundamenteel vrolijke Latijnse spreuken debiteert.
Dum anima est, spes est: waar er leven is, is er hoop. Afspraak over twee jaar.

(Frank Van Laeken is freelance journalist.)
 

lees ook