Inbraakpolitiek - Carl Devos

Volgende week, valt te horen, zijn de regionale regeringen een feit. Daarna, zo wordt verwacht, kan er federaal ook een versnelling geplaatst worden. Eindelijk. Michel werkt dan verder aan de Zweedse coalitie. Indien dat mislukt, komt de PS aan zet en wordt weken of maanden rond de tripartite gedraaid. Ondertussen tikt de federale klok richting Europese begrotingsverplichtingen in het najaar onverstoorbaar verder. Op dit ogenblik acht niemand de federale regering, die enkel nog op papier bestaat, daartoe in staat.
labels
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

In deze komkommertijd werden de voorbije week, nog meer dan gewoonlijk, enkele vliegenscheten van de vierde rij in zwaarwichtige analyses opgetild tot nieuwsfeiten. In de strubbelingen die elke finale formatieronde kent, zagen sommigen zelfs diepe verdeeldheid tussen CD&V en N-VA opduiken. Ondertussen werkt de ‘logische coalitie’ de laatste punten af en is er, in tegenstelling tot wat ze graag beweren, al druk overleg over de ministerposten in Bourgeois I. Het lot van Peeters is nog onduidelijk, maar hij blijft beschikbaar voor de Wetstraat 16.

Volgende week wordt inhoudelijk bijzonder interessant, want dan moet blijken hoe deze ‘logische coalitie’ omgaat met bestaande en nieuwe bevoegdheden, vanuit welke visie ze beter wil doen dan Peeters II. Socialisten zijn alvast geen excuus meer.

Er zal ook zeer uitgekeken worden hoe die regionale akkoorden invloed hebben op de federale formatie. Staan er dingen in die bijvoorbeeld compleet ondrinkbaar zijn voor wie genoemd wordt voor de federale regering, maar regionaal niet besturen: de liberale familie. Er zijn enkele forse uitspraken te verwachten, die het pessimisme over de federale formatie nog wat zullen versterken.

Federale arena

Na de regionale formaties zal de aandacht snel verschuiven naar de federale arena, die vooralsnog gedomineerd wordt door kleuterpolitiek. Die is blijkbaar besmettelijk, zo bewijzen sommige sociale ‘partners’ die de dreigementen niet schuwen. Michel blijft nog even aan zet en weet dat (a) MR niet in de Franstalige regeringen raakt en (b) CDH niet met N-VA wil besturen. Al zal hij dat laatste van CD&V misschien nog een keer moeten vragen. Er is voorlopig geen enkel signaal gekomen dat MR zelf die Zweedse coalitie niet ziet zitten. Dus blijven federaal nog twee formules over, als we de ultiemste ultieme confederale regering (quasi onmogelijk) buiten beschouwing laten: de Zweedse coalitie en de tripartite, die CD&V en Open VLD nog meer zal doen zweten. Die twee partijen zullen dus eens een diep gesprek met de spiegel moeten voeren.

Als die Vlaamse regering er inderdaad komt, wordt een federale met Open VLD – Zweeds of tripartite – naar hun zeggen onmogelijk. Maar enkel naar hun zeggen. De afgelopen dagen bleven liberalen uit allerlei hoeken naarstig herhalen dat zij onder geen enkel beding federaal besturen zonder Vlaamse beleidsdeelname (Brussel wordt niet in de koppeling opgenomen). Officieel omdat hun programma één en ondeelbaar is. In die redenering zijn asymmetrische regeringen – toch in het geval van Open VLD – onmogelijk. Dat is nochtans niet ongewoon in het federalisme, waartoe Open VLD zich n.a.v. de verkiezingen van 25 mei bekeerde (in 2010 ging ze nog voor het confederalisme).

Off the record geven ze toe dat regionaal niet en federaal wel besturen simpelweg een veel te moeilijke electorale strategie is, die bovendien hun ambitieuze Vlaamse fractie vijf jaar lang in een heel moeilijke positie wringt. En bij Open VLD willen ze vaker horen dat het CD&V en N-VA zijn die voor de blokkering kiezen, door hun Vlaamse regering te vormen zonder Open VLD.

Confederalisme à la belge

Dat een partij in deze federatie geen beleid kan voeren op het ene niveau zonder ook aan het andere deel te nemen, zegt ofwel iets over die partij ofwel iets over die federatie. In dat laatste geval zijn aparte regionale en federale verkiezingen, op hetzelfde of op een ander moment, in de redenering van Open VLD compleet zinloos. Want achteraf moeten toch overal dezelfde coalities gevormd worden, tenzij het ‘beleidsargument’ enkel voor liberalen geldt.

En wat, in de redenering van Open VLD, met de regionale bestuurders van PS en CDH: moeten die dan niet federaal meebesturen? En is dat dan eigenlijk geen confederalisme à la belge? Dan kunnen de Belgische partijen geen federatie aan, zelfs zij niet die zich tot het federalisme bekennen. Want federalisme laat immers toe dat er ander beleid gevoerd wordt in de verschillende regio’s, maar ook tussen regio’s en de federatie. Als dit land daar om allerlei redenen niet toe in staat is, dan is de conclusie dat we geen federatie kunnen zijn. Dan kan de Senaat een staatshervorming 2.0 voorbereiden. Opmerken dat het sociaaleconomische beleid enkel kan gevoerd worden in een bepaalde institutionele context (in casu van symmetrische regeringen) wordt alhier confederalisme genoemd.

Het klopt dat er samenwerking tussen de beleidsniveaus nodig is, dat vechtfederalisme vermeden moet worden, dat beleid van het ene niveau duidelijke gevolgen heeft voor het andere en omgekeerd. Maar als dat allemaal enkel maar kan door symmetrische regeringen, dan zegt dat ook veel over het gebrek aan maturiteit en verantwoordelijkheid bij politieke partijen. Overal in of uit is dus eigenlijk een impliciete kritiek op het politieke systeem, dat ook Open VLD mee vorm gaf.

‘Inbraak’

Er wordt verwezen naar eerdere inbraken in de Vlaamse regering. De laatste keer dateert uit de politieke oudheid, na de verkiezingen van 13 december 1987. Toen werd op Vlaams niveau de roomsblauwe regering Geens III gevormd. Dat was niet naar de zin van SP en VU, omdat CVP federaal met de socialisten (en met de VU tot september 1991) bestuurde. De bijzondere wet van 8 augustus 1988 bepaalde dat de Vlaamse regering (Geens IV, 1988-1992) vanaf 18 oktober 1988 opnieuw voor vier jaar proportioneel zou worden samengesteld. Het ging dus om een bizarre, wettelijk opgelegde uitbreiding van Geens III.

Deze ‘inbraak’ werd door de liberalen destijds zwaar veroordeeld. Ze had ook heel wat negatieve gevolgen. Geens IV werd instabiel en de PVV lag geregeld dwars. Zo stemde ze o.a. tegen de regeerverklaringen van de regering waar ze zelf deel van uitmaakte en kantte de liberale minister van Cultuur (Patrick Dewael) zich tegen het mediabeleid van Geens IV waarvoor hij eigenlijk zelf bevoegd was. Niet meteen een referentie voor wie nu wil inbreken, gesteld dat CD&V (en N-VA) dat al zouden toestaan. Dat zou betekenen dat het Vlaamse regeerakkoord en de verdeling van bevoegdheden opnieuw onderhandeld moet worden. Het schildert ook het Vlaamse niveau af als van het federaal niveau afgeleid.

CD&V moet kiezen

Kortom, Open VLD raakt vroeg of laat zonder argumenten om een centrumrechtse Zweedse formule tegen te houden. In het andere geval komt er een regering met PS: een tripartite (waar Open VLD om dezelfde reden – Vlaamse deelname – niet in wil) of een confederale. Maar ook CD&V, die na haar koppeling aan N-VA veel beweegruimte verloren is, zal diep adem moeten halen. CDH terughalen lijkt onmogelijk. Kris Peeters in de Zestien én inhoudelijk niet gekneld raken tussen liberalen en N-VA én een deal voor ARCO uit de brand slepen … Het is van het goede teveel. CD&V zal dus moeten kiezen.

Ze heeft in de Vlaamse formatie kunnen wennen aan haar rol als tweede in rij, federaal is het niet anders. Of staat ze nog zwakker. De kingmaker is dat nog steeds, maar midden in het bed is er niet veel manoeuvreerruimte, als er langs beide kanten forse partners liggen. Al is niet alles kommer en kwel. CD&V is samen met N-VA de enige die federaal en in een grote regio bestuurt, CD&V is de enige partij die in Vlaanderen, Brussel én België regeert. Dat levert haar dus een unieke rol op, waar misschien ook de voordelen van gezien kunnen worden. Kris Peeters kan eventueel een stap opzijzetten en de Europese Commissie geeft toch wel argumenten om ook in de ARCO-deal te temperen. Bovendien heeft de partij federaal ook een unieke positie met haar centrumlinkse vleugel, waardoor ze als behoeder van het Rijnlandmodel kan wegen. Kortom, als ook CD&V net als Open VLD begint in te zien dat al dat verzet op termijn toch onhoudbaar is, dat er zelfs kansen zijn, kan er federaal misschien ook gestart worden met een formatie.

Die mag uptempo alle tijd nemen, want er moet weloverwogen grondig hervormd worden. Het is de kleuterpolitiek die de formatie voorafgaat die zo snel mogelijk moet stoppen. In dat licht gingen de regionale regeringsvormingen zelfs verbazingwekkend snel. Wie even nagaat wat daar allemaal beslist moest worden, schrikt van de aankondiging dat volgende week al alles rond is. Dat er op 11 juli geen Vlaamse regering was, is een goede zaak, tenminste als er een in de groei is. Misschien zullen we volgende week wel oordelen dat Bourgeois I op tal van domeinen niet ver genoeg gaat, niet duidelijk genoeg is. Maar een voordeel van regionale regeringen is alvast dat ze federale excuses uitdunnen.

 

(De auteur doceert politieke wetenschappen in Gent.)

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.