Vadertje staat betaalt wel - Charlotte van Zanten

Het is een ongewoon zwoele avond. Twee vrienden zijn naar Brussel gekomen voor het weekend en we zitten op het voorplein van Saint-Gilles met een cocktail. De zon is net onder en Olaf, een Hollandse jongen die zich bekeerd heeft tot Islam (geen alcohol voor hem), stort zich na een lange dag zonder voedselinname eindelijk op een broodje.

Daan, die sinds een paar weken voor de bank werkt, heeft allang gegeten en vertelt ons over zijn nieuwe leven. Hij betaalt straks; cocktails kunnen wij deze maand niet betalen.

Meer dan zes maanden duurde het voordat Daan met zijn nieuwe leven kon beginnen. Zes lange maanden van intensief solliciteren totdat een grote bank hem aannam. Brood en water, hebben plaats gemaakt voor een riant salaris, iedere avond sushi en een nieuw appartement.

Ik vraag hoe het is om ‘het’ eindelijk te hebben. Of zijn droom nu in vervulling is gegaan. Want ergens benijd ik zijn vaste topbaan, zo’n inkomen en de ogenschijnlijke rust van geroutineerd leven.

Sushi eet hij dagelijks als hij wil, maar wel achter een bureau en niet thuis of met vrienden in een restaurant. Sinds hij begonnen is heeft hij nog maar één keer in zijn nieuwe appartement gegeten en vrienden ziet hij ook nauwelijks. De eerste dag had zijn manager het introductiepraatje afgesloten met: je kunt hier alles eten wat je maar wilt, vadertje staat betaalt wel. Terwijl hij vertelt imiteert hij zijn baas met hooghartige stem en we lachen met kiespijn.

‘En niemand zegt ‘eet smakelijk’, dat doen kakkers niet. Ze zeggen taartje in plaats van gebak en mijn collega’s noemen elkaar batties.’
Of ze weten dat batty homo betekent?
‘Natuurlijk weten ze dat. Ze zijn niet gek.’
Hij heeft nu al een dozijn racistische opmerkingen verzameld. Collega’s die belachelijke dingen zeggen als: ‘Dickeys? Dat klinkt als een onwijze negertent.’
Wanneer hij hen verbaasd aankijkt, lijken ze niet eens door te hebben dat ze net iets vreselijks hebben gezegd.

‘En je werk?’ vraag ik, hopend op een lichtpunt. ‘Vind je dat dan wel leuk?
‘Jawel’, zegt hij, ‘dat is wel leuk. Van iedere bedrijf dat zij financieren leer ik de kleinste details kennen. Ik leer hoe winst wordt gemaakt op ieder onderdeel. Ze doen geen labour intensive, arbeidsintensieve, bedrijven. Dat vinden ze teveel gedoe. Dan krijg je te maken met arbeiders en vakbonden, noem maar op. Hoe verder gemechaniseerd, hoe beter.

‘Ik zou alleen willen’, zegt hij na een korte stilte, ‘dat ik met iedereen in mijn directe omgeving op knuffelniveau kon zitten. Dat ik na het werk kan zeggen: kom we halen een biertje bij de nachtwinkel en we drinken ergens op straat en we praten gewoon wat. Maar dat kan gewoon niet daar. Er zijn collega’s die een vriend of vriendin hebben die ze alleen in het weekend zien! Ik weiger zo’n leven te leiden.’
‘Misschien moet je eens naar Tokio gaan,’ merk ik op. ‘Daar werkt iedereen twintig uur per dag.’
‘Of je zet een Fight Club op!’
‘Afgelopen week ging ik wat gaan drinken met collega’s. Ik had een leuk gesprek met een van mijn bazen. Echt een goed gesprek. Maar de volgende dag deed hij alsof er níets gebeurd was. Hij zei amper gedag: ik trek dat soort dingen echt niet!’
‘Dat is Fight Club! Zo gaat dat! Overdag doe je alsof je elkaar niet kent.’

Daan zucht eens diep en we gaan over op een ander onderwerp: het nieuwe paspoort van ISIS.

Olaf die het gehele gesprek wat afwezig is geweest kijkt gepijnigd. Sinds de Nederlandse media hem bestempeld heeft als ‘de bekeerde student’ wordt hij via social-media dagelijks uitgenodigd om als strijder met een nieuw paspoort aan de slag te gaan. We lachen nog eens ongemakkelijk en ik vraag me af of het de hitte is, die de oncomfortabele randjes van onze keuzes zo benadrukt vanavond.

(Charlotte Van Zanten komt uit Nederland en woont in Brussel, waar ze met milde verbazing om zich heen kijkt.)

lees ook