De snelle groei van de radicale islam - Gie Goris

Geschiedenis is een zaak van lange trends, maar ze kan kan soms op hele korte tijd kantelen. Op 23 april hield Tony Blair een opmerkelijke toespraak over het Midden-Oosten –de Britse ex-premier is tenslotte speciaal gezant voor het Midden-Oosten in opdracht van de EU, de VN, de VS en Rusland. Centraal in zijn toespraak stond de dreiging van een groeiend islamisme in de regio, dat hij omschreef als ‘een ideologie die gebaseerd is op de overtuiging dat er één ware religie en één juiste visie daarop bestaat, en dat die visie de natuur van de samenleving en haar politieke economie op een exclusieve manier zou moeten bepalen.’
opinie
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

In die hele toespraak repte Blair met geen woord over de radicale jihadisten van Jabhat-al-Nusra of de Islamitische Staat in Irak en de Levant (ISIS), twee concurrerende islamistische milities die in Syrië zowel de regering als de eerder seculiere opstandelingen bestrijden.
Zeven weken later neemt ISIS de Iraakse stad Mosoel in, waarna de leider van de organisatie, Aboe Bakr al-Bagdadi, het kalifaat uitroept op het grondgebied in Irak en Syrië dat door hem gecontroleerd wordt.

Onderschatting

Blair is niet de enige die de militaire en politieke kracht van ISIS onderschat heeft. Maar zelfs na de Blitzkrieg van de Islamitische Staat, zoals ISIS zich voortaan laat noemen, blijft het grootste deel van het westerse establishment en de media de mobiliserende kracht van het kalifaat onderschatten. Pieter Stockmans en Montaser AlDe’emeh verwijzen in het artikel 10 zaken die iedereen moet weten over Syriëstrijders en het kalifaat (op MO.be) naar een hadith – of uitspraak van de profeet – waarin voorspeld wordt dat het islamitische kalifaat zal worden hersteld na de val van de “tirannieke heerschappij” van Arabische dictaturen.

‘Vandaag geloven de jihadisten dat die fase is aangebroken, ook omdat volgens een andere hadith de beslissende strijd in Damascus zal worden geleverd. De jihadisten willen de zwarte vlaggen van de islam laten wapperen in Damascus. Dat zal voor hen het teken zijn dat de Levant één wordt, de koloniale grenzen van de Britten en de Fransen worden uitgewist en het zionistische regime in Palestina valt.’

Uiteindelijk, stellen de auteurs, spreekt het kalifaat tot de verbeelding van vele moslims als een manier om de trots en waardigheid van de wereldwijde moslimgemeenschap te herstellen. ‘Dat herstel moet er [volgens jihadi’s en zelfs veel progressieve moslims] komen na decennialange vernedering door westers kolonialisme, bezetting, militaire interventies, imperialisme en pro-westerse Arabische dictators.'

Een duidelijke link

Midden een zomer waarin de zoveelste, bloedige vernedering van het Palestijnse volk door de staat Israël –die nog steeds op de uitgesproken steun van westerse grootmachten kan rekenen- plaatsvindt, zou het voor iedereen duidelijk moeten zijn dat er een link is tussen historische onderwerping en toekomstgericht verzet in de vorm van gewapende strijd.

Abdullah Azzam –de oorspronkelijke ideoloog van de global jihad in Afghanistan en Pakistan– was een Palestijnse vluchteling, net als de man die de jihad tegen de Amerikaanse bezetting in Irak heeft aangevuurd, Musab al-Zarqawi. De jihad, schreef Azzam in Join the Caravan, verheft de deelnemers boven het dagelijkse gekibbel over geld, onmiddellijke verlangens en minderwaardige voorzieningen. ‘Slechte bedoelingen verdwijnen en zielen worden aangescherpt, en de karavaan zet zich in beweging van aan de voet van de berg naar de schitterende bergtoppen, ver verwijderd van de stank van de klei en de twisten van de lagere gebieden.’

Het is een literaire omschrijving waarmee hij zich niet alleen afzet tegen de westerse overheersing, maar ook tegen de gefaalde projecten van Arabisch nationalisme en socialisme –een falen waartoe Groot-Brittannië, de VS en de rest van het Westen actief hebben bijgedragen.

De islam als verzet

Het verzet tegen de koloniale overheersing is een van de eerste bronnen van de politieke islam in zowel voormalige Indië, Iran en het Ottomaanse rijk –met name in Egypte en het Arabische schiereiland. Vanuit het Westen wordt er alles aan gedaan om die antikoloniale drijfveer van het islamisme te ontkennen of te negeren, onder meer omdat de hedendaagse interventies in Afghanistan en Irak, de dreigende houding tegenover Iran en de onverschilligheid tegenover de Palestijnen heel nauw aanleunen bij de koloniale aanpak van anderhalve eeuw geleden.

Het is niet onbelangrijk hierbij te verduidelijken dat de hedendaagse utopische islamisten –kalifaatstrijders, jihadi’s of andere gewapende of geweldloze militanten van een volkomen nieuw en op de islam gebaseerde samenleving- veel radicaler geworden zijn in hun verwerping van het Westen dan bij de denkers uit de tweede helft van de negentiende eeuw gewoon was. De peetvader van islam-als-verzet-tegen-het-Westen, Jamal al-Din al-Afghani (1838–1897), schreef bijvoorbeeld: ‘Met grote droefnis constateer ik dat de moslims van Indië in hun orthodoxie, ja hun fanatisme zo ver zijn doorgeslagen dat ze zich met weerzin en walging afkeren van wetenschap en kunst en industrie.'

Totalitair en gewelddadig

Het is een waarschuwing die de Afghaanse taliban, die met hun Islamitisch Emiraat van 1996-2001 rechtstreekse erfgenamen waren van de Iraanse denker die zich Al-Afghani liet noemen, vierkant genegeerd hebben. De Islamitische Staat in Syrië en Irak is nog erg jong, maar de behandeling van sjiitische gevangenen en van christelijke minderheden is al duidelijk genoeg om te concluderen dat ook hun heilstaat totalitair zal zijn op een gewelddadige manier.

De korte periode dat Noord-Mali onder het bestuur viel van Ansar Dine, gaf een gelijkaardig beeld: geloof werd gereduceerd tot enkele strenge morele regels die met geweld opgelegd en afgedwongen werden, en eenmaal de strijd tegen de ketterse macht gewonnen, richtten de islamisten zich resoluut tegen moslims en islamitische tradities die niet stroken met het purisme dat zij voor het ware geloof houden. Vandaar de vernietiging van soefi-heiligdommen in Timboektoe.

Ook de khomeinistische Islamitische Republiek van Iran wordt al sinds 1979 bestuurd vanuit een wantrouwen tegenover de eigen burgers en medegelovigen, in plaats van uit te gaan van vertrouwen, godsvrucht en persoonlijke verantwoordelijkheid –nochtans cruciale islamitische waarden.

Dwang om te kiezen

De utopie van het nieuwe kalifaat verkeert –zeker in de ogen van westerse waarnemers, maar ook in de ervaring van veel van zijn onderdanen- al snel in zijn tegendeel. De behandeling van vrouwen, minderheden en dissidenten lokt bij westerse actiegroepen en overheden grote en terechte verontwaardiging uit. Maar al te vaak onttrekt die verontwaardiging het zicht op de woede die in het islamitische Zuiden aanleiding blijft voor verzet en de zoektocht naar een omvattend en radicaal alternatief voor de ondergeschikte rol die de regio en de bevolkingen sinds de koloniale periode toebedeeld krijgen.

Onder het mom van solidariteit en de verdediging van universele mensenrechten worden mensen vaak gedwongen te kiezen tussen een een wereld van vrijhandel en westerse dominantie of ‘de politiek van religieus verschil en exclusiviteit’, om de woorden van Blair te lenen. Echt de hand reiken aan de bevolkingen van het Midden-Oosten zou tussen die twee absolute maar ontoereikende opties ruimte creëren voor keuzes en ontwikkelingen die geworteld zijn in de eigen visie van de burgers waarover het gaat. Keuzes, met andere woorden, waarin respect voor eigen overtuigingen, waarden en tradities in evenwicht gebracht wordt met de zeer gewone, 21ste-eeuwse verwachtingen van mensen in wijken en dorpen: waardig werk, menselijk respect, huiselijk geluk, en de jongste smartphone, uiteraard.

Het absolutisme waarmee het mondiale kapitalisme zijn project opdringt, maakt die gewone evolutie en ontwikkeling onmogelijk, en creëert op die manier zelf de onvermijdelijke en compromisloze tegenstrevers die het Westen –van links tot rechts- hekelt en waarover we met zijn allen zo verontwaardigd zijn.

Medeverantwoordelijk

Het ondubbelzinnige standpunt dat het Westen eerst zou moeten innemen, is toegeven dat het door zijn koloniale optreden en de postkoloniale dominantie die nog steeds voortduurt, zelf mee verantwoordelijk is voor de verspreiding van een politieke ideologie die het nu prioritair wilt bestrijden.

Daarna zou men dan heel duidelijk kunnen stellen dat in de relaties die we met de regio willen aangaan, niet langer de economische belangen van de multinationale bedrijven centraal zullen staan, maar de rechten –sociale, economische, culturele, burgerlijke en politieke- van de miljoenen inwoners van het Midden-Oosten.

In een gesprek dat ik enkele jaren geleden had met de Libanees-Franse schrijver Amin Maalouf, stelde die vast dat het Westen wel voortdurend preekt over modernisering en democratie, maar dat het bijna elke poging die mensen daartoe zelf ondernemen, niet steunt of zelfs actief ondermijnt.
‘Er is van oudsher een strikte scheiding tussen de principes die het Westen thuis toepast en de principes die elders gehanteerd worden. Europeanen kunnen zonder problemen voorvechters zijn van democratie, vrijheid van meningsuiting en gelijkheid tussen individuen, en zich compleet tegenovergesteld gedragen eens ze de Middellandse Zee overgestoken zijn. Praat maar eens over democratie in landen als Irak of Afghanistan, en binnen de kortste keren is er wel iemand die je apart neemt en uitlegt dat je ernstig moet blijven, dat de mensen er niet klaar voor zijn, dat het allemaal nog veel tijd zal vergen... Dat discours deed het al goed tijdens de dagen van de kolonie, en het blijkt nog steeds te werken.’

Op mijn vraag of Maalouf een verklaring had voor die schijnbare schizofrenie, antwoordde hij: ‘Het Westen zit voortdurend gevangen tussen twee volkomen tegengestelde ambities. Enerzijds wil men de rest van de wereld wil “beschaven”, anderzijds wil men diezelfde rest van de wereld domineren. Dat zijn twee zaken die onmogelijk te combineren vallen. Wie de andere meer waardigheid, vorming en vrijheid wil geven, riskeert dat die andere zich niet langer zal laten onderwerpen. De opdeling tussen westerlingen die in welvaart leven en inheemsen die moeten overleven zonder zelfs de meest noodzakelijke minima, is niet compatibel met de westerse waarden. En dus worden die waarden opzij geschoven. Met alle langetermijngevolgen vandien.'

De lange termijn is plots en voor velen onverwacht de hele korte termijn geworden. De utopie van islamisme en kalifaat krijgt vorm onder onze ogen. Hoe groot is de bereidheid in het Westen om niet alleen het totalitarisme van de islamisten te veroordelen, maar ook afstand te nemen van de idee dat onze westerse projecten –rechts of links- universeel zijn? Hoeveel ruimte krijgen burgers, gemeenschappen en volkeren in het Midden-Oosten om hun eigen geschiedenis te schrijven?

(Gie Goris is hoofdredacteur van Mo Magazine en Mo.be .)

Tot het einde van de zomer publiceert deredactie.be een reeks wat langere bijdragen over evoluties die het aanschijn van de wereld traag maar zeker veranderen.
Eerder verschenen:

-'Het einde van het bankgeheim?' - Michel Maus

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.